Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:6348

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
C/15/375522
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:15 AwbArt. 6:162 BWArt. 6:263 BWArt. 6:265 BWArt. 6:267 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering voortzetting of intrekking aanbesteding advertentieruimte huis-aan-huisblad

De gemeente Heiloo kondigde in september 2024 een meervoudig onderhandse aanbesteding aan voor het publiceren van gemeentenieuws, waarbij Uitkijkpost en Rodi Media werden uitgenodigd. Na bezwaar van Uitkijkpost werd de eerste gunningsbeslissing ingetrokken. In november 2025 volgde een tweede aanbesteding die de gemeente op 20 januari 2026 introk, waarna een nieuwe aanbesteding voor advertentieruimte in een huis-aan-huisblad werd uitgeschreven met als gunningscriterium de laagste prijs.

Uitkijkpost stelde dat de gemeente de tweede aanbesteding niet had mogen intrekken en dat de huidige procedure onrechtvaardig was vanwege het ontbreken van eisen omtrent oplage en redactie, en vanwege vermeende concurrentievoordelen van Rodi Media. De gemeente voerde verweer dat de intrekking gerechtvaardigd was door gewijzigde inzichten en dat Uitkijkpost te laat klaagde over de intrekking.

De voorzieningenrechter oordeelde dat Uitkijkpost te laat was met haar klachten over de intrekking van de tweede aanbesteding, gelet op de proactieve houding die van inschrijvers wordt verwacht. Daarnaast was er geen sprake van een ongelijk speelveld of onrechtmatige bevoordeling, en was de lagere oplage van Rodi Media acceptabel voor de gemeente. De vorderingen van Uitkijkpost werden daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Uitkijkpost af en veroordeelt haar in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/375522 / KG ZA 26-114
Vonnis in kort geding van 5 juni 2026
in de zaak van
UITKIJKPOST MEDIA B.V.,
te Heiloo,
eisende partij,
hierna te noemen: Uitkijkpost,
advocaat: mr. C.S.G. de Lange,
tegen
GEMEENTE HEILOO,
te Heiloo,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaat: mr. M.W. Langhout.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de akte overlegging producties 1 tot en met 15
- producties 1 tot en met 5 van de zijde van de gemeente
- de mondelinge behandeling van 23 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van Uitkijkpost
- de pleitnota van de gemeente.
1.2.
Voor de mondelinge behandeling op 23 april 2026 zijn verschenen namens Uitkijkpost de heer [betrokkene 1] (bedrijfsleider) en de heer [betrokkene 2] (aandeelhouder/directeur), bijgestaan door mr. De Lange voornoemd en namens de gemeente mevrouw [betrokkene 3] (inkoopadviseur), mevrouw [betrokkene 4] (inkoopadviseur) en mevrouw [betrokkene 5] (communicatieadviseur), bijgestaan door mr. Langhout voornoemd.
1.3.
Nadat partijen over en weer het woord gevoerd hebben is de verdere behandeling van de zaak pro forma aangehouden voor de duur van drie weken om partijen in de gelegenheid te stellen met elkaar en met Rodi Media in gesprek te gaan.
In een bericht van 22 mei 2026 heeft mr. Langhout, mede namens Uitkijkpost de voorzieningenrechter verzocht vonnis te wijzen.
1.4.
Tenslotte is vonnis bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
De gemeente heeft in september 2024 een meervoudig onderhandse aanbesteding aangekondigd voor het publiceren van het gemeentenieuws in een lokale krant. Zij heeft Uitkijkpost en Rodi Media uitgenodigd om in te schrijven. Gunningscriterium was beste- prijs-kwaliteit-verhouding.
2.2.
In een brief van 3 december 2024 heeft de gemeente aan Uitkijkpost meegedeeld dat zij voornemens was de opdracht te gunnen aan Rodi Media.
2.3.
Uitkijkpost heeft tegen die gunningsbeslissing bezwaar gemaakt en de gemeente verzocht de voorgenomen gunningsbeslissing in te trekken. De gemeente heeft hieraan geen gevolg gegeven, waarna Uitkijkpost een kort geding procedure is begonnen tegen de gemeente. In het vonnis van 31 januari 2025 heeft de voorzieningenrechter de gemeente veroordeeld zowel de gunningsbeslissing aan Rodi Media als de aanbesteding in te trekken.
2.4.
In april 2025 hebben evaluatiegesprekken plaatsgevonden tussen de gemeente en Uitkijkpost en de gemeente en Rodi Media.
2.5.
In november 2025 heeft de gemeente opnieuw een onderhandse aanbesteding aangekondigd en zowel Uitkijkpost als Rodi Media uitgenodigd om in te schrijven.
Beide inschrijvers hebben in de twee vragenrondes vragen gesteld over het Programma van Eisen en de deadline. Na de eerste vragenronde werd het Programma van Eisen aangepast. Nadat partijen in de volgende vragenronde opnieuw vragen hadden gesteld, heeft de gemeente op 20 januari 2026 deze aanbesteding ingetrokken met de mededeling dat een nieuwe aanbesteding zou volgen.
Uitkijkpost heeft tegen de mededeling dat de aanbesteding werd ingetrokken geen bezwaar gemaakt.
2.6.
Op 28 januari 2026 heeft de gemeente een aanbesteding uitgeschreven voor advertentieruimte ten behoeve van gemeentelijke publicaties in een huis-aan-huisblad. De gemeente heeft Uitkijkpost en Rodi Media opnieuw uitgenodigd om in te schrijven. In deze aanbesteding heeft de gemeente niet langer concrete eisen gesteld wat betreft oplage, redactie inhoud en bezorging. Het gunningscriterium is ‘laagste prijs’.
2.7.
In de eerste vragenronde hebben beide inschrijvers vragen gesteld over:
a. de oplage (aantallen);
b. de planning; en,
c. het ontbreken van eisen m.b.t. redactie inhoud, bezorging, etc.
De gemeente heeft in de Nota van Inlichtingen 1 (NvI 1) geantwoord dat dit allemaal de verantwoordelijkheid is van de inschrijvers, dat zij beide titels kent en genoeg informatie heeft over hoe beide titels inhoudelijk zijn.
2.8.
Op 10 februari 2026 heeft Uitkijkpost schriftelijk formeel bezwaren geuit tegen de opzet van de aanbestedingsprocedure (gunning op basis van laagste prijs).
2.9.
In een brief van 19 februari 2026 heeft de gemeente als volgt gereageerd op de door Uitkijkpost ingediende bezwaren.
‘Zoals aangegeven in de Nota van Inlichtingen zijn er in Heiloo twee partijen die een huis-aan-huisblad verspreiden. Wij wensen ons gemeentelijk nieuws in één van deze bestaande bladen te laten plaatsen. Wij kennen beide bladen. Wij menen dat, mede gegeven de gestelde eisen, beide partijen de gevraagde kwaliteit kunnen leveren en ook dat de kwaliteit van beide partijen niet veel verschilt. Dat is dan ook de reden dat wij wensen te gunnen op basis van laagste prijs (bovenop de gestelde eisen, blijft er naar onze mening te weinig onderscheidend vermogen over.)
2.10.
Op 5 maart 2026 heeft de gemeente bekend gemaakt dat zij voornemens is de gunning toe te kennen aan Rodi Media.

3.Het geschil

3.1.
Uitkijkpost vordert – samengevat - dat de voorzieningenrechter bepaalt dat de gemeente gehouden is de gunningsbeslissing in te trekken en de aanbesteding in te trekken c.q. te beëindigen en verder bepaalt dat de tweede aanbesteding wordt voortgezet met inachtneming van dit vonnis of, indien er een nieuwe aanbesteding moet plaatsvinden, dit gebeurt met inachtneming van wat in dit vonnis is bepaald, met veroordeling van de gemeente in de kosten van het geding.
3.2.
Uitkijkpost legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de gemeente de tweede aanbesteding op 20 januari 2026 niet had mogen stopzetten, omdat geen van de in de jurisprudentie genoemde mogelijke aanleidingen voor het intrekken van een aanbestedingsprocedure, te weten:
a. de gemeente wil op basis van gewijzigde inzichten de specificaties van de opdracht aanpassen,
b. de gemeente heeft niet langer behoefte aan de aanbestede opdracht,
c. de ingediende prijzen overschrijden het budget van de gemeente,
d. de aanbestedingsprocedure bevat gebreken (bijvoorbeeld tegenstrijdige of dubbelzinnige eisen),
e. er is maar één (geldige) inschrijving ontvangen, waardoor het concurrentieniveau te laag was,
zich heeft voorgedaan, zodat de gemeente de tweede aanbestedingsprocedure moet voortzetten. Uitkijkpost stelt verder dat zij tegen het stopzetten van die aanbestedingsprocedure ook nu nog bezwaar kan maken, omdat de gemeente geen Alcatel-termijn heeft gesteld bij haar beslissing om die procedure te beëindigen.
3.3.
De gemeente voert verweer. Zij voert aan dat zij besloten heeft de tweede aanbesteding in te trekken, omdat zij bij heroverweging tot de conclusie is gekomen dat zij slechts advertentieruimte in een bestaand huis-aan-huisblad wenst in te kopen, zodat zij veel van de eerder gestelde eisen kon laten varen. Zij stelt verder dat Uitkijkpost haar recht om te klagen over de intrekking van de tweede aanbesteding heeft verwerkt door hier niet tijdig over te klagen. Zij verklaart dat op het moment van intrekking van de aanbesteding nog niet was gegund en betwist dat sprake is van strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel of dat sprake is van favoritisme en/of manipulatie. Zij voert aan dat zij beide bestaande huis-aan-huisbladen kent, dat beide partijen de door de gemeente gevraagde kwaliteit kunnen leveren en dat zij wenst dat het gemeentelijk nieuws in één van deze bladen wordt geplaatst, waarvoor zij van beide partijen een prijs wil ontvangen, waarbij de vraag is wat het haar kost om in een van deze bladen een advertentie te plaatsen en dat het voor het antwoord op die vraag niet nodig is dat zij aangeeft hoeveel exemplaren er verspreid moeten worden.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Spoedeisend belang
4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat Uitkijkpost daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen. Het gaat hier om een aanbestedingsprocedure en het spoedeisend belang volgt uit de aard van de vordering.
Heeft Uitkijkpost tijdig geklaagd?
4.2.
De gemeente heeft onder meer als verweer gevoerd dat Uitkijkpost te laat geklaagd heeft tegen het beëindigen van de tweede aanbesteding. Uitkijkpost heeft hierover gesteld dat zij ook nu nog kan klagen tegen de intrekking van die aanbesteding omdat de gemeente daarbij geen Alcatel-termijn had gesteld. Dit betoog slaagt niet. De gemeente heeft op 20 januari 2026 zowel Uitkijkpost als Rodi Media geïnformeerd dat de tweede aanbesteding werd ingetrokken. Op dat moment heeft Uitkijkpost tegen die beëindiging geen bezwaar gemaakt. Die bezwaren voert zij voor het eerst nu, nadat in de huidige aanbestedingsprocedure is gegund. In het Grossmann-arrest [1] is geoordeeld dat van een deelnemer aan een aanbesteding een proactieve houding mag worden verwacht, zodat wordt voorkomen dat aanbestedingsprocedures onnodig worden vertraagd en wordt bewerkstelligd dat eventuele omissies in de procedure zodanig tijdig aan de orde worden gesteld dat zij nog (eenvoudig) kunnen worden hersteld. Dit is zowel in het belang van de aanbestedende dienst als van de (andere) deelnemers, omdat voorkomen wordt dat kosten worden gemaakt voor een procedure die niet aan eisen voldoet. Het tijdstip waarop over een bepaald aspect van een aanbestedingsprocedure moet worden geklaagd, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In algemene zin dient van een gegadigde te worden verwacht dat hij zijn bezwaren kenbaar maakt zo spoedig mogelijk nadat hij kennis had of had behoren te hebben van de gestelde gebreken in de procedure. Die proactieve houding mag ook worden wanneer een inschrijver het niet eens is met de intrekking van een aanbesteding. Dat is bij uitstek een beslissing waarvoor geldt dat de hiervoor omschreven ratio van de Grossmann exceptie van de inschrijver actie verlangt. Dit betekent dat wordt geoordeeld dat Uitkijkpost te laat heeft geklaagd. Haar vordering om te bepalen dat de tweede aanbesteding wordt voortgezet wordt dan ook afgewezen.
Zijn de klachten van Uitkijkpost terecht aangevoerd?
4.3.
Wat betreft de huidige aanbesteding heeft Uitkijkpost aangevoerd dat geen sprake is van een gelijk speelveld tussen de inschrijvers als uitsluitend wordt uitgegaan van de laagste prijs. Uitkijkpost heeft verklaard dat zij voor de druk van haar blad afhankelijk is van Rodi Rotatie en dat zij voor de verspreiding van haar blad deels gebruik maakt van Rodi Verspreiding, beiden onderdeel van de Rodi|Groep, zodat Rodi Media marktkennis heeft van Uitkijkpost, wat in haar voordeel werkt en heeft gewerkt omdat Rodi Media weet dat haar prijs 25 % goedkoper is dan de kostprijs van Uitkijkpost. Uitkijkpost stelt dat de gemeente hiervoor een maatregel had moeten treffen.
De gemeente heeft dit betwist. Zij heeft benadrukt dat beide inschrijvers de door haar gevraagde kwaliteit kunnen leveren en dat de kwaliteit van beide bladen niet veel verschilt, terwijl het aan een inschrijver is om te bepalen met welke prijs er wordt ingeschreven. Uitkijkpost had alle ruimte bij het aanbieden van haar prijs en had in beginsel ook
strategisch mogen inschrijven. De gemeente betwist dat zij vooraf wist dat Uitkijkpost een aanbesteding op basis van laagste prijs nooit zou kunnen winnen.
4.4.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Dat Uitkijkpost gebruik maakt van diensten van andere onderdelen van de Rodi Groep maakt dat Rodi Media Uitkijkpost met haar inschrijving concurrentie kon aandoen. Rodi Media is echter niet bekend geraakt met deze informatie in de aanbestedingsprocedure, zodat zij die informatie niet onrechtmatig heeft verkregen. De omstandigheid dat Uitkijkpost voor het drukken en verspreiden van haar blad gebruik maakt van diensten van de Rodi Groep, maakt nog niet dat dit de gemeente ervan had moeten weerhouden als gunningscriterium ‘laagste prijs’ te bepalen. Niet gesteld of gebleken is dat de gemeente er vooraf mee bekend was dat Uitkijkpost gebruik maakt van deze diensten van Rodi Media. Bovendien was Uitkijkpost er uit de eerdere aanbestedingen mee bekend dat alleen zij en Rodi Media waren uitgenodigd om in te schrijven. Uitkijkpost had kunnen proberen haar bedrijfsproces aan te passen door bijvoorbeeld een andere drukker te vinden voor haar blad. Dat zij dit niet heeft gedaan, dient voor haar rekening en risico te blijven. Dit betekent dat het verwijt van Uitkijkpost aan de gemeente niet terecht is.
4.5.
Ook heeft Uitkijkpost erover geklaagd dat de gemeente haar eis wat betreft de oplage van het blad heeft laten vallen. Zij heeft gesteld dat de gemeente wenst dat haar lokale nieuws haar inwoners bereikt maar dat Rodi Media met haar blad een veel lagere dekkingsgraad heeft dan Uitkijkpost, te weten een dekkingsgraad van circa 8.800 exemplaren tegenover circa 10.000 exemplaren en dat Rodi Media bepaalde wijken in de gemeente helemaal niet bedient. De gemeente heeft verklaard dat haar geen klachten bereikt hebben van inwoners dat bepaalde wijken niet door Rodi bediend worden en dat zij genoegen neemt met de lagere oplage van Rodi Media. Uitkijkpost heeft nog aangevoerd dat de omstandigheid dat de gemeente hierover geen klachten heeft ontvangen verklaarbaar is omdat Uitkijkpost deze wijken met haar blad op dit moment, zolang er nog geen uitsluitsel is over de uitkomst van de aanbesteding, nog wel bedient. Uitkijkpost heeft haar stelling over de lagere dekkingsgraad en het niet bedienen van sommige wijken door Rodi Media echter niet onderbouwd, zodat haar betoog op dit punt onvoldoende aannemelijk is en hieraan voorbij gegaan wordt.
Daar komt bij dat de gemeente heeft verklaard dat zij de kleinere oplage van Rodi, van circa 8.800 exemplaren voldoende dekkingsgraad acht en erop heeft gewezen dat Rodi Media haar blad ook verspreidt door het neer te leggen op bepaalde ophaalpunten. Nu niet langer eisen worden gesteld aan de oplage is het de gemeente toegestaan dit uitgangspunt te hanteren.
Er bestaat dan ook geen grond om te bepalen dat de gemeente gehouden is de gunningsbeslissing in te trekken en de vorderingen van Uitkijkpost worden afgewezen.
Proceskosten
4.6.
Uitkijkpost krijgt ongelijk. Daarom moet zij de proceskosten betalen die tot op heden aan de zijde van de gemeente worden begroot op:
griffierecht € 735,00
salaris advocaat € 1.177,00
nakosten
€ 189,00((plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.101,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
veroordeelt Uitkijkpost in de proceskosten van de gemeente van € 2.101,00, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,
5.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op
5 juni 2026.
1155

Voetnoten

1.HvJ EG 12 februari 2004, ECLI:EU:C:2004:93