Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
procederend in persoon,
hierna te noemen: verzoekers.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekers hebben een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een handelszaak, waarin zij zelf procederen zonder advocaat. De wrakingskamer stelde verzoekers in de gelegenheid het verzoek alsnog door een advocaat te laten ondertekenen, maar zij slaagden hier niet in.
De hoofdzaak betreft een vordering tot medewerking aan de verkoop van een woning, waarbij verzoekers verweer voeren en een tegenvordering hebben ingesteld. De mondelinge behandeling was gepland op 12 mei 2026, maar de advocaat van verzoekers had zich eerder onttrokken en een verzoek tot uitstel werd afgewezen.
Verzoekers voerden aan dat het ontbreken van een advocaat in de regio Noord-Holland hen de toegang tot de rechter ontzegt, verwijzend naar artikel 6 EVRM Pro. De wrakingskamer oordeelde echter dat vaste jurisprudentie vereist dat in zaken met verplichte procesvertegenwoordiging een schriftelijk wrakingsverzoek door een advocaat moet worden ondertekend.
Omdat verzoekers deze eis niet hebben vervuld en geen uitzondering kon worden gemaakt, werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van advocaatondertekening.