Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
b) hij moet voldoende waarborg bieden voor de betaling van de huur, en
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak vordert [eiser] de voortzetting van de huur van een sociale huurwoning na het overlijden van haar adoptiemoeder. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat er sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding tussen [eiser] en haar adoptiemoeder. Daarnaast beschikte [eiser] niet over de vereiste huisvestingsvergunning. De afwijzing van de vordering in conventie leidde tot toewijzing van de vordering in reconventie, waarbij [eiser] werd veroordeeld om de woning binnen vier maanden te ontruimen. De procedure omvatte verschillende processtukken, waaronder een dagvaarding en pleitaantekeningen, en de kantonrechter heeft de argumenten van beide partijen zorgvuldig gewogen. De rechter concludeerde dat [eiser] onvoldoende bewijs had geleverd voor haar stelling dat er sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding, en dat haar inschrijving als woningzoekende niet in overeenstemming was met haar vordering. De kantonrechter heeft de proceskosten aan [eiser] opgelegd, aangezien zij in het ongelijk werd gesteld.