Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 juni 2026 in de zaak tussen
Wind Ontwikkeling Amsterdam Noord B.V., uit Amsterdam , eiseres, hierna: WOAN
gedeputeerde staten van Noord-Holland, verweerder, hierna: gedeputeerde staten
provinciale staten van Noord-Holland, hierna: provinciale staten
[derde-partij]uit [plaats] , gemachtigde: mr. E. Erkamp, werkzaam bij DAS rechtsbijstand (derde-partij).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
altijdvan hoger openbaar belang zijn of dat dit belang
altijdzwaarder weegt dan bijvoorbeeld het belang van verkeersveiligheid. Artikel 3 van Pro de Noodverordening is met name bedoeld om, in het geval van conflicterende openbare belangen, de mogelijkheid te bieden om af te wijken van de regimes van de Habitatrichtlijn, Kaderrichtlijn Water en de Vogelrichtlijn, ten behoeve van projecten met betrekking tot het opwekken van hernieuwbare energie. Dit betekent niet dat de Noodverordening voorschrijft hoe de belangenafweging in het onderhavige geval moet uitvallen. Dat is overigens, zo concludeert de rechtbank ten overvloede, wel een reden te meer om het gesteld ontbreken van vereiste natuurtoestemmingen niet het gewicht toe te kennen dat provinciale staten daaraan (ten onrechte) hadden toegekend. Hetzelfde geldt voor het tweede lid van dit artikel. Hierin is slechts bepaald dat projecten met betrekking tot het opwekken van hernieuwbare energie voorrang dienen te krijgen in plannings- en vergunningsprocedures van de lidstaten. Het afwegen van de betrokken belangen blijft dus een bevoegdheid van provinciale staten.