ECLI:NL:RBNHO:2026:6248

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
C/15/371820
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • E.B. van den Heuvel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:401 BWArt. 6:92 lid 2 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWVerordening (EG) nr. 593/2008 (Rome I-Vo)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoofdelijke veroordeling wegens schending managementovereenkomst en onrechtmatig handelen

Tenderflame B.V. vordert hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] AS en [gedaagde 2] tot betaling van contractuele boetes en schadevergoeding wegens schending van de managementovereenkomst en onrechtmatig handelen. De gedaagden zouden hun positie hebben misbruikt om Tenderflame te beconcurreren en financieel te benadelen.

De procedure kende vertraging doordat de advocaat van gedaagden zich onttrok en geen nieuwe advocaat werd gesteld. De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is op de overeenkomst. Tenderflame stelde dat gedaagden meerdere keren de non-concurrentie- en geheimhoudingsbepalingen hadden overtreden en daardoor aanzienlijke schade hadden veroorzaakt.

De rechtbank stelde vast dat gedaagden geen verweer voerden en dat Tenderflame haar vorderingen voldoende onderbouwde. De gevorderde boetes werden toegewezen tot een bedrag van €900.000, terwijl de gevorderde schadevergoeding boven dit bedrag niet was aangetoond. De vordering voor buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van werkzaamheden.

De rechtbank veroordeelde gedaagden hoofdelijk tot betaling van €900.000, vermeerderd met wettelijke rente, en tot betaling van proceskosten van €11.800,40. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en werd gewezen door mr. E.B. van den Heuvel op 3 juni 2026.

Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €900.000 aan Tenderflame wegens schending van de managementovereenkomst en onrechtmatig handelen.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/371820 / HA ZA 25-753
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
TENDERFLAME B.V.,
te Haarlem,
eisende partij,
hierna te noemen: Tenderflame,
advocaat: mr. A. Das Gupta,
tegen

1.[gedaagde 1] AS,

te [plaats], Noorwegen,
2.
[gedaagde 2],
te [plaats], Noorwegen,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde 1] AS en [gedaagde 2],
advocaat aanvankelijk: mr. M.H.S. Berghuijs,
thans zonder advocaat.
De zaak in het kort
Tenderflame vordert hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van contractuele boetes en schadevergoeding. Zij stelt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in strijd hebben gehandeld met diverse bepalingen uit de managementovereenkomst die zij met Tenderflame zijn aangegaan, zich niet als goed opdrachtnemer respectievelijk manager hebben gedragen en dat zij onrechtmatig hebben gehandeld jegens Tenderflame. Tenderflame stelt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hun positie en het door Tenderflame in hen gestelde vertrouwen hebben misbruikt om Tenderflame te beconcurreren en financieel te benadelen. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben geen verweer gevoerd. De vorderingen worden grotendeels toegewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de akte overlegging producties1 tot en met 16.
1.2.
De advocaat van gedaagden, mr. Berghuijs, heeft zich op 25 februari 2026 onttrokken. Vervolgens is de verdere behandeling van de zaak twee weken aangehouden, tot de rol van 11 maart 2026, om [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de gelegenheid te stellen een nieuwe advocaat voor zich te doen stellen. Op de rol van 11 maart 2026 heeft zich niet een nieuwe advocaat gesteld voor gedaagden.
1.3.
Vervolgens is de verdere behandeling van de zaak aangehouden voor akte uitlaten aan de zijde van Tenderflame. In een akte van 25 maart 2026 heeft Tenderflame vonnis gevraagd, waarna vonnis is bepaald op 22 april 2026.
1.4.
Op 15 april 2026 deelde mr. R.W.L. Russell mee zich te willen stellen als advocaat voor [gedaagde 1] en [gedaagde 2].
Mr. Das Gupta, de advocaat van Tenderflame, heeft tegen die advocaatstelling dezelfde dag bezwaar gemaakt onder verwijzing naar artikel 7.2 van het Landelijk Procesreglement (LPR).
1.5.
In een e-mailbericht van 17 april 2026 heeft de griffie aan de beide advocaten laten weten dat de rechtbank heeft geoordeeld dat het op grond van artikel 7.2 LPR niet meer mogelijk is voor mr. Russell om zich te stellen als advocaat voor [gedaagde 1] en [gedaagde 2]. De laatste mogelijkheid daartoe was op 11 maart 2026. Toen heeft zich geen advocaat gesteld voor [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en is vonnis bepaald op 22 april 2026. Meegedeeld werd dat de enige mogelijkheid voor uitstel van het vonnis en het alsnog nemen van een conclusie van antwoord door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zou zijn als beide partijen daarover overeenstemming zouden bereiken en daartoe voor 22 april 2026 een eenstemmig verzoek aan de rechtbank zouden doen. Een dergelijk eenstemmig verzoek is niet ontvangen.
1.6.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De uitgangspunten

2.1.
Tenderflame voert een onderneming die zich toelegt op de ontwikkeling en verkoop van kaarsen en haarden en van de daarvoor benodigde brandstof, waarmee op een schone en milieuvriendelijke manier een (sfeer)vuur gemaakt kan worden.
2.2.
De Noorse onderneming Steelwick AS (Steelwick) heeft in 2015 een licentie verkregen van de patenthouder voor de verkoop van de Tenderflame producten. Zij is als enige in Europa met deze techniek haarden en daaraan verwante producten gaan ontwikkelen en heeft deze onder de naam ‘Tenderflame’ op de markt gebracht. Nadat [gedaagde 2], de (middellijk) bestuurder van Steelwick bij [betrokkene] navraag had gedaan of hij belangstelling had om activa van Steelwick die verband houden met de Tenderflame producten te kopen, heeft [betrokkene] voor dat doel op 16 december 2022 Tenderflame opgericht.
2.3.
Via een Asset Purchase Agreement (APA) heeft Tenderflame op 19 april 2023 de activa van Steelwick die verband houden met de Tenderflame producten gekocht, waardoor Tenderflame de volledige handel van Tenderflame producten verkreeg.
2.4.
In februari 2024 heeft Tenderflame een managementovereenkomst gesloten met KOB en [gedaagde 2], met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2024. Deze managementovereenkomst komt er op neer dat KOB [gedaagde 2] tenminste 40 uur per week als manager beschikbaar stelt aan Tenderflame, tegen een managementfee van € 60.000,- per jaar. Verder houdt de overeenkomst voor zover hier relevant het volgende in:
(…)
1.5
Opdrachtnemer is verplicht alles te doen en na te laten wat een goed opdrachtnemer behoort te doen
en na te laten en zal zulks naar beste inzichten en vermogen doen. Opdrachtnemer zal zich inzetten voor
de verdere bloei, groei en winstgevendheid van de Vennootschap. Opdrachtnemer zal zich onthouden van alles wat de Vennootschap schade kan berokkenen.
(…)
Artikel 7 Non Pro-concurrentie
7.1
Opdrachtnemer en Manager zullen niet, gedurende de looptijd van deze Overeenkomst, en gedurende
2 ( twee) jaar daarna, direct of indirect, voor eigen rekening of in dienst van of anderszins voor rekening van een of meer derden:
a. enige activiteit ontplooien, of financieel betrokken zijn (als verstrekker van kapitaal, vreemd vermogen of anderszins maar met uitzondering van beursgenoteerde fondsen of aandelen die
worden gehouden als een passieve investering) bij enige persoon of organisatie die activiteiten
heeft die vergelijkbaar zijn of concurreren met de activiteiten van de Vennootschap. Onder
“activiteiten van de Vennootschap” wordt verstaan de alsdan door de Vennootschap uitgevoerde
activiteiten alsmede de activiteiten die de Vennootschap alsdan concreet voorbereidt om op
korte termijn te gaan verrichten;
b. concurrerende activiteiten ondernemen met betrekking tot personen die in een periode van 2
(twee) jaar voorafgaand aan de datum van deze Overeenkomst goederen en/of diensten van de
Vennootschap af hebben genomen;
(…)
Artikel 8 Geheimhouding Pro
8.1
Opdrachtnemer en Manager zijn verplicht tot geheimhouding van (i) alle gegevens omtrent de
Vennootschap en de door haar gedreven Onderneming en (ii) hetgeen hen uit hoofde van deze
Overeenkomst ter kennis is gekomen en waarvan zij weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat
geheimhouding vereist is, ongeacht de wijze waarop de Opdrachtnemer en/of Manager met deze informatie bekend is geworden.
(…)
Artikel 10 Boeteclausule Pro
10.1
Indien Opdrachtnemer en/of Manager is tekortgeschoten in de nakoming van enige verplichting uit
hoofde van Artikel 7 (
Non-concurrentie) (…) is de Opdrachtnemer aan de Vennootschap een niet voor verrekening, matiging of compensatie vatbare boete verschuldigd van EUR 100.000,- (eenhonderdduizend euro) per geconstateerde overtreding. Voorts zal Opdrachtnemer aan de Vennootschap een direct opeisbare en niet voor verrekening, matiging of compensatie vatbare boete verschuldigd van EUR 5.000,- [vijfduizend euro) per dag dat de overtreding voortduurt nadat de Opdrachtnemer dan wel Manager daarvan door de Vennootschap schriftelijk in kennis is gesteld.
10.2
De boete als bedoeld in Artikel 10.1 komt de Vennootschap toe onverminderd alle andere rechten en
vorderingen, daaronder mede begrepen de vordering tot nakoming van Artikel 10.1 en elk recht op
schadevergoeding voor zover de schade het bedrag van de boete te boven gaat. Artikel 6:92 lid 2 BW Pro wordt met dit Artikel 10.2 uitdrukkelijk uitgesloten. De verplichtingen van Opdrachtnemer en Manager onder dit Artikel 10 zijn Pro hoofdelijk waarbij de verplichting van Opdrachtnemer tot betaling van de boete als bedoeld in Artikel 10 komt Pro te vervallen indien Manager de boete heeft voldaan en vice versa.
Artikel 11 Overige Pro bepalingen
11.1
Op de onderhavige Overeenkomst is Nederlands recht van toepassing. Ingeval van een geschil
betreffende deze Overeenkomst is met uitsluiting van ieder ander de bevoegde rechter te Noord Holland bevoegd.
11.2
Partijen zullen bij de uitvoering van deze Overeenkomst te allen tijde rekening houden met de
gerechtvaardigde (bedrijfs)belangen van de andere Partij en zich onthouden van gedragingen welke de andere Partij kunnen schaden in materiële of immateriële zin.
2.5.
Eind 2024 ontdekte [betrokkene] dat het door de accountant van Steelwick aangeleverde overzicht over 2023 niet overeenkwam met de werkelijke cijfers van Steelwick over 2023. Het werkelijke resultaat bleek veel hoger te zijn zonder dat Steelwick Tenderflame hierover heeft geïnformeerd of enige toelichting heeft gegeven. Bovendien bleek de (oude) voorraad Tenderflame producten die Steelwick volgens afspraak aan Tenderflame zou leveren kwalitatief onder de maat, waardoor veel klanten ontevreden zijn en producten retourneren. Ook bleek toen dat er al langer sprake was van klachten van klanten over de slechte kwaliteit van de producten en dat [gedaagde 2] hierover schadeclaims had ingediend bij leveranciers. Hierover had [gedaagde 2] Wesseling in de onderhandelingen niet geïnformeerd. Tenderflame heeft vervolgens haar handel tijdelijk stil te leggen om eerst een grootschalige en intensieve kwaliteitscontrole te laten uitvoeren op de voorraad. Mondeling werd afgesproken dat Steelwick de schade op zich zou nemen omdat [gedaagde 2] [betrokkene] hierover niet had geïnformeerd.
2.6.
In januari 2025 heeft [betrokkene] het klantcontact met belangrijke klanten van Tenderflame producten overgenomen van [gedaagde 2]. [betrokkene] ontdekte toen dat [gedaagde 2] vooral bezig was geweest met het behartigen van de belangen van hemzelf en van Steelwick en belangrijke informatie niet met Tenderflame had gedeeld.

3.Het geschil

3.1.
Tenderflame vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van € 1.045.231,39, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Tenderflame legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] hun verplichtingen uit artikel 7:401 BW Pro en de managementovereenkomst niet, althans niet naar behoren zijn nagekomen en/of onrechtmatig hebben gehandeld jegens Tenderflame. Tenderflame voert – samengevat – het volgende aan. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben hun positie van opdrachtnemer respectievelijk manager van Tenderflame gebruikt om handel in Tenderflame producten te voeren waarvan de omzet niet ten goede is gekomen van Tenderflame en waarover Tenderflame in het ongewisse is gelaten, hetgeen in strijd is met artikel 7.1 van de managementovereenkomst. Ook hebben zij gehandeld in strijd met de verplichting uit artikel 9.2 (
de rechtbank begrijpt: 11.2) van de managementovereenkomst, omdat zij met hun handelwijze de belangen van Tenderflame hebben ondermijnd. Zij hebben de hen toegekende vertrouwenspositie misbruikt om hun opdrachtgever, Tenderflame, van binnenuit te beconcurreren en financieel te benadelen. Door hun positie van opdrachtnemer van Tenderflame te misbruiken om ten gunste van Steelwick – en daarmee zichzelf - Tenderflame producten te verkopen staat vast dat zij ook hun contractuele geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 8.1 van de managementovereenkomst hebben geschonden.
Tenderflame stelt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op grond van artikel 10.1 van de managementovereenkomst voor iedere overtreding de contractuele boete van € 100.000,- per overtreding verschuldigd is geworden. Het gaat volgens Tenderflame om negen overtredingen. Daarnaast is sprake van schade door gederfde inkomsten vanwege opzettelijk overtreden van de overeenkomst door [gedaagde 1] en door uitbetaling van de managementfee vanwege wanprestatie door [gedaagde 1] en Bregner.
3.3.
Tenderflame licht het gevorderde bedrag als volgt toe. [gedaagde 2] heeft via Steelwick tenminste zeven keer Tenderfuel heeft besteld bij Polar, de voormalige leverancier die door Tenderflame was vervangen voor een andere, goedkopere, leverancier, waarbij aantoonbaar zes keer een commissiefactuur is verzonden aan Home Brands, een Noorse onderneming van [gedaagde 2] in Tenderflame producten. Deze bestellingen kwalificeren als zeven separate overtredingen van artikel 7.1 van de overeenkomst (€ 700.000,-). Tussen Steelwick en Home Brands bestaat sinds 2022 de afspraak dat Home Brands voortaan rechtstreeks door de leverancier van Tenderflame producten wordt gefactureerd en dat Steelwick vervolgens gerechtigd is op een commissie van 25% van Tenderflame producten. Dit recht van commissie is vanwege de APA in 2023 overgegaan op Tenderflame, maar de commissie van € 59.888,13 is door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet aan Tenderflame doorgeleid. Bovendien heeft [gedaagde 2] gefaciliteerd dat Steelwick kick back-fees heeft ontvangen ten bedrage van € 50.343,26, die ook niet aan Tenderflame zijn doorgeleid (samen € 110.231,39).
Verder dreef Steelwick in Oslo nog een winkel waar Tenderflame producten werden verkocht en waarvoor [gedaagde 2], buiten Tenderflame om, op beurzen stond, hetgeen eveneens twee overtredingen van artikel 7 van Pro de managementovereenkomst oplevert (€ 200.000,-). De door Tenderflame aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] betaalde managementfees van € 35.000,- kwalificeren volgens Tenderflame als schade uit de wanprestatie waarvoor [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ook hoofdelijk aansprakelijk zijn.
3.4.
[gedaagde 1] AS en [gedaagde 2] hebben geen verweer gevoerd.

4.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
Omdat Tenderflame is gevestigd in Nederland en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn gevestigd in Noorwegen moet de rechtbank eerst beoordelen of aan de Nederlandse rechter (internationale) rechtsmacht toekomt om van de vordering kennis te nemen. Tenderflame beroept zich in dit verband op artikel 11.1 van de managementovereenkomst, in welk artikel een forumkeuzebeding is opgenomen, evenals een keuze voor het toepasselijk recht.
4.2.
Zowel Nederland als Noorwegen zijn partij bij het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken van 30 oktober 2007 (hierna: EVEX II), dat voor Nederland en Noorwegen in werking is getreden op 1 januari 2010.
De materiële grondslag van de vordering is de managementovereenkomst, die een forumkeuze voor de Nederlandse rechter bevat. Niet weersproken is dat deze forumkeuze rechtsgeldig tot stand is gekomen en voldoet aan de in artikel 23 EVEX Pro II gestelde voorwaarden, zodat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft.
4.3.
Met betrekking tot het toepasselijk recht geldt het volgende. De grondslag van de vordering is een verbintenis uit overeenkomst. De bepaling van het toepasselijke recht moet plaatsvinden aan de hand van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I-Vo), aangezien de managementovereenkomst gesloten is na 17 december 2009. Partijen hebben conform het bepaalde in artikel 3 van Pro deze Verordening een expliciete keuze gemaakt voor de toepasselijkheid van het Nederlands recht. Daarom is op de voorliggende vordering Nederlands recht van toepassing.
Inhoudelijk
4.4.
Tenderflame heeft haar stellingen voldoende onderbouwd. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben de stellingen niet weersproken. De stellingen van Tenderflame kunnen het gevorderde grotendeels dragen. Dat geldt niet voor de gevorderde schadevergoeding en de buitengerechtelijke incassokosten. De rechtbank licht dat toe.
4.5.
Op grond van artikel 10.2 van de managementovereenkomst heeft Tenderflame recht op schadevergoeding voor zover de schade het bedrag van de boete te boven gaat. Tenderflame vordert vergoeding van boetebedragen tot een bedrag van € 900.000,-. Zij heeft niet gesteld en ook is anderszins niet gebleken dat de door haar gestelde schade dit boetebedrag te boven gaat. Daarom is de vordering toewijsbaar tot het bedrag van de boetebedragen.
4.6.
De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Niet gesteld is dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De vordering is daarom niet toewijsbaar.
4.7.
De vordering wordt het voor overige toegewezen.
4.8.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Tenderflame worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
6.861,00
- overige kosten
p.m.
- salaris advocaat
4.631,00
(1 punt × € 4.631,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
11.800,40

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, in die zin dat de een betalende de ander voor dat bedrag zal zijn bevrijd, om aan Tenderflame te betalen een bedrag van € 900.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag, met ingang van 17 juni 2026, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, in die zin dat de een betalende de ander voor dat bedrag zal zijn bevrijd, in de proceskosten van € 11.800,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.B. van den Heuvel en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.
1155