ECLI:NL:RBNHO:2026:6109

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
C/15/377112
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c BWBesluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige bij vader

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij zijn vader. De minderjarige kampt met complexe sociaal-emotionele en gedragsproblemen die zijn ontwikkeling ernstig bedreigen. De moeder kan hem onvoldoende de benodigde opvoeding en ondersteuning bieden, mede door een ongeordende en onvoldoende hygiënische leefomgeving.

De minderjarige woont sinds maart 2026 bij zijn vader, die intensieve opvoed- en thuisbegeleiding zal ontvangen. De kinderrechter constateert dat de problemen nog niet zijn opgelost en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende effect heeft gehad. De communicatie tussen ouders en hulpverlening verloopt moeizaam, waardoor noodzakelijke diagnostiek en traumabehandeling nog niet zijn gestart.

Gezien de ernst van de situatie en het belang van stabiliteit en structuur voor de minderjarige, wordt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader verlengd voor de duur van een jaar. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de vader voor de duur van een jaar.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/377112 / JU RK 26-619
Datum uitspraak: 12 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling de William Schrikker Stichting, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van 16 maart 2026, ontvangen op 9 april 2026;
  • het e-mailbericht van de vader van 11 mei 2026;
  • het e-mailbericht van de moeder van 11 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 mei 2026. Daarbij was aanwezig de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] .
1.3.
De ouders zijn – met afbericht – niet ter zitting verschenen.
1.4.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken, maar hij heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont sinds maart 2026 bij zijn vader.
2.3.
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij beschikking van 28 november 2023 [de minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze ondertoezichtstelling is door de kinderrechter in deze rechtbank nadien verlengd en duurt nu nog voort tot 28 mei 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 maart 2026 een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de vader tot 28 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] bij de ouder met gezag, te weten de vader, te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Bij [de minderjarige] is sprake van complexe sociaal-emotionele en gedragsmatige problematiek, die hem ernstig belemmert in zijn ontwikkeling en schoolgang. Hij heeft hierdoor een specifieke opvoed- en begeleidingsbehoefte. [de minderjarige] is gebaat bij dagelijkse structuur, duidelijkheid, rust, en een-op-een ondersteuning om situaties te begrijpen, zijn emoties te reguleren en vaardigheden vast te houden. Daarnaast blijkt uit diverse Veilig Thuis meldingen een consistent beeld naar voren te komen van een ongeordende en onvoldoende hygiënische leefomgeving bij de moeder thuis. Omdat de moeder [de minderjarige] onvoldoende de nodige intensieve ondersteuning kon bieden in haar thuissituatie en hem niet de opvoeding kon bieden die aansluit bij zijn behoeften, is [de minderjarige] in maart 2026 met een machtiging uithuisplaatsing bij zijn vader geplaatst. De GI heeft met de vader afspraken gemaakt rondom de hygiëne en dagelijkse verzorging van [de minderjarige] . De vader zal intensieve opvoed‑ en thuisbegeleiding krijgen vanuit SAFE van Kenter Jeugdhulp.
3.3.
Gezien wordt dat [de minderjarige] nog moeite heeft met het omgaan met zijn emoties en verschillende klachten heeft die passen bij onverwerkte ingrijpende ervaringen. Door de aanhoudende onrust en instabiliteit in zijn leefomgeving is het tot op heden niet gelukt om [de minderjarige] hierin voldoende te begeleiding en passende hulpverlening in te zetten. De uithuisplaatsing bij de vader is onder andere gericht op het creëren van meer rust, stabiliteit, structuur en individuele aandacht, zodat van daaruit gekeken kan worden naar het opnieuw opstarten van hulpverlening en [de minderjarige] weer tot ontwikkeling kan komen. Nu [de minderjarige] pas sinds kort bij de vader woont, is het nog te vroeg om te beoordelen of de vader de zorg en opvoeding van [de minderjarige] structureel en op de lange termijn kan dragen. Daarom blijft de intensieve begeleiding en toezicht van de GI noodzakelijk. Het komende jaar zal regie gevoerd worden op het opzetten van passende hulpverlening, waaronder traumabehandeling, diagnostiek en opvoedondersteuning bij zowel de vader als de moeder thuis.
3.4.
De GI hier heeft ter zitting aan toegevoegd dat een twee sporenbeleid wordt gevolgd, waarbij de komende periode moet uitwijzen of de vader in staat is de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] langdurig vol te houden of dat gekeken moet worden naar een andere geschikte verblijfplaats.

4.De standpunten

4.1.
De vader heeft schriftelijk laten weten dat hij achter de verlenging van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing voor de verzochte duur staat.
4.2.
Ondanks een verzoek daartoe heeft de kinderrechter van de moeder geen bevestiging ontvangen dat zij achter het e-mailbericht van de vader staat, die hij ook uit haar naam verzonden heeft. Het standpunt van de moeder ten aanzien van het verzoek is dan ook niet bekend.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat [de minderjarige] in het verleden heftige gebeurtenissen heeft meegemaakt, die hij tot op heden nog niet verwerkt lijkt te hebben. [de minderjarige] laat zorgelijk en heftig gedrag zien. Zo heeft hij grote moeite met zijn emotieregulatie, sociale interacties en het begrijpen van situaties. Vanwege het zelfbepalende gedrag van [de minderjarige] , zijn concentratieproblemen, snel overprikkelt zijn en storend zijn voor andere leerlingen, gaat hij momenteel niet volledig naar school. Als [de minderjarige] gecorrigeerd wordt, reageert hij boos en loopt hij weg. Hij krijgt op school intensieve een-op-een begeleiding (buiten de klas). Daarnaast zijn er zorgen over seksueel grensoverschrijdend gedrag van [de minderjarige] .
5.3.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de nodige hulp, onder andere traumabehandeling, tot op heden niet van de grond is gekomen, onder meer vanwege onvoldoende samenwerking tussen de ouders en de hulpverlening. Ook heeft vanwege onrust in de leefomgeving van [de minderjarige] nog geen diagnostiek plaats kunnen vinden. Tot slot is ter zitting gebleken dat de communicatie tussen de GI en de ouders (nog) niet soepel verloopt. De kinderrechter benadrukt het belang van een goede samenwerking om de noodzakelijk geachte hulpverlening voor [de minderjarige] in te kunnen zetten.
5.4.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.5.
De doelen waaraan in het kader van de ondertoezichtstelling gewerkt dient te worden, zijn:
- [de minderjarige] heeft ouders die de opvoeding geven die hij nodig heeft;
- [de minderjarige] ziet er gezond en verzorgd uit;
- [de minderjarige] kan omgaan met zijn emoties en heeft geen last van heftige gebeurtenissen uit het verleden;
- [de minderjarige] is seksueel veilig en heeft een gezonde seksuele ontwikkeling.
5.6.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding of tot onderzoek van zijn geestelijke of lichamelijke gesteldheid. [2] De moeder kan [de minderjarige] niet de structuur, begeleiding en veiligheid geven die hij nodig heeft om tot ontwikkeling te komen. Daarnaast zijn er zorgen over de hygiëne in de thuissituatie bij de moeder. Hoewel [de minderjarige] pas twee maanden bij de vader verblijft, wordt gezien dat hij daar meer rust en voorspelbaarheid ervaart. De kinderrechter acht het van belang dat het verblijf van [de minderjarige] bij de vader wordt gecontinueerd zodat stabiliteit in zijn leefomgeving wordt gecreëerd, om van daaruit de noodzakelijk geachte hulpverlening en diagnostiek in te kunnen zetten.
5.7.
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
5.8.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van
[de minderjarige]tot 28 mei 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van
[de minderjarige]bij de vader tot 28 mei 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2026 door
mr. A.K. Mireku, kinderrechter, in aanwezigheid van S.M.J. Boon als griffier, en op schrift gesteld op 22 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
3.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.