Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De verdere procedure
2.De verdere beoordeling
€ 0,24 per kWh voor elektriciteit is overeengekomen. Uit de facturen volgt dat de gedaagde partij in totaal 198 (120 + 78) m3 gas en 828 (408 + 420) kWh aan elektriciteit heeft afgenomen. Dit betekent dat een bedrag van € 427,68 voor gas en € 198,72 voor elektriciteit toewijsbaar is. De eisende partij heeft echter een bedrag van € 782,11 voor gas en € 438,85 voor elektriciteit in rekening gebracht. Dit betekent dat een bedrag van € 594,56 niet toewijsbaar is. Gelet op het voorgaande wordt de gevorderde hoofdsom toegewezen tot een bedrag van € 92,86 en voor het overige afgewezen.
3.De beslissing
vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten ingaande de 15e dag na de datum van betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;