Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:6063

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
11719414 \ CV EXPL 25-1995
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 lid 1 sub c Verordening (EU) nr. 1215/2012Art. 18 lid 1 Verordening (EU) nr. 1215/2012Art. 6 Verordening (EG) nr. 593/2008Art. 6 lid 1 Verordening (EG) nr. 593/2008
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing civiele zaak over vernietiging contractueel beding en opheffing gokrestricties

In deze civiele procedure vordert eiser de vernietiging van een contractueel beding uit de algemene voorwaarden en de opheffing van beperkingen die gedaagde op het account van eiser heeft opgelegd. De zaak heeft een internationaal karakter omdat gedaagde in het buitenland is gevestigd, maar de Nederlandse rechter is bevoegd op grond van Brussel I bis en het toepasselijke recht is Nederlands recht vanwege de consumentenovereenkomst en de Nederlandse woonplaats van eiser.

De kantonrechter oordeelt dat de vordering van eiser van onbepaalde waarde is, omdat het gaat om een verklaring voor recht en het opheffen van beperkingen zonder directe geldwaarde. Ondanks dat eiser stelt dat de waarde per transactie onder de kantongrens van € 25.000 ligt, en gedaagde stelt dat de totale inzet hoger is dan deze grens, blijft de kantonrechter bij het oordeel dat de zaak van onbepaalde waarde is.

Daarom verwijst de kantonrechter de zaak naar de civiele rol voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar. Partijen worden gewezen op de noodzaak van advocaatbijstand en de verschuldigde griffierechten. De proceskosten in het incident worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de civiele rol voor andere zaken dan kantonzaken.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11719414 \ CV EXPL 25-1995 (MdR)
Vonnis van 22 april 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. L. Berendsen,
tegen
[gedaagde],
te bij [plaats 2] [land] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 juni 2025
- de akte van [eiser]
- de conclusie van antwoord tevens incidentele conclusie van [gedaagde]
- het antwoord in het incident van [eiser] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De vordering

2.1.
[eiser] vordert – kort gezegd – op de in de dagvaarding vermelde gronden dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat artikel D.1.1. uit de toepasselijke algemene voorwaarden als vernietigd moet worden beschouwd, althans dat artikel te vernietigen;
II. [gedaagde] veroordeelt om de beperkingen die zij op basis van artikel D.1.1. heeft opgelegd aan het account van [eiser] op te heffen en opgeheven laat, op straffe van een dwangsom;
III. [gedaagde] veroordeelt in de proces- en nakosten;
IV. dit vonnis waarmerkt als Europese executoriale titel.
3. De verdere beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
3.1.
[gedaagde] is gevestigd op [land] zodat de zaak een internationaal karakter heeft. De kantonrechter zal daarom toetsen of de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van het geschil en zo ja, welk recht moet worden toegepast.
3.2.
De grondslag van de ingestelde vordering ligt in de tussen partijen gesloten overeenkomst. Op grond van Brussel I bis is de Nederlandse rechter tot kennisneming daarvan bevoegd. [1] [eiser] is een consument. [gedaagde] richtte de commerciële activiteiten waarop de overeenkomst betrekking heeft op Nederland en [eiser] heeft in Nederland zijn woonplaats.
3.3.
De toewijsbaarheid van de ingestelde vorderingen moet worden beoordeeld op basis van het Nederlandse recht. [eiser] heeft de overeenkomst met [gedaagde] gesloten als consument. Er is dus sprake van een consumentenovereenkomst als bedoeld in Rome I Verordening. [2] Volgens de hoofdregel wordt de overeenkomst tussen [eiser] en [gedaagde] beheerst door Nederlands recht, kort gezegd omdat [eiser] in Nederland woont en [gedaagde] zich mede richt op de Nederlandse markt en in dat verband de overeenkomst met [eiser] ook tot stand is gekomen. [3]
De bevoegde rechter
3.4.
In het tussenvonnis van 18 juni 2025 heeft de kantonrechter geoordeeld dat zij constateert dat de vordering van [eiser] van onbepaalde waarde is. [eiser] is in gelegenheid gesteld zijn stelling dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,00, omdat het opheffen van gokrestricties niet direct bedragen oplevert die de kantongrens overschrijden, toe te lichten of te onderbouwen.
3.5.
[eiser] heeft dit bij akte van 16 juli 2025 gedaan. Hij voert aan dat het gaat om het opheffen van beperkingen op een gokwebsite. [eiser] heeft geld ingezet op weddenschappen op sportwedstrijden zoals voetbal-, tafeltennis-, of badmintonwedstrijden. De gemiddelde inzet van [eiser] per weddenschap was € 32,00. Het totaalbedrag dat [eiser] heeft gewonnen met al zijn weddenschappen is € 2.387,66. Per weddenschap is dit dus een winst die in het gunstigste geval tientallen tot honderden euro’s bedraagt. De waarde van elke deelname c.q. transactie ligt ver onder de grens van € 25.000,00, aldus [eiser] .
3.6.
Vervolgens is [gedaagde] in de procedure verschenen en heeft onder andere een incidentele conclusie ingediend. [gedaagde] stelt dat de kantonrechter onbevoegd is om van de zaak kennis te nemen omdat uit het petitum helder volgt dat [eiser] rechtsvorderingen van onbepaalde waarde heeft ingesteld. Er zijn geen aanwijzingen, laat staan een duidelijke aanwijzing, dat de door [eiser] ingestelde rechtsvorderingen geen hogere waarde dan
€ 25.000,00 vertegenwoordigen. Het gaat uitsluitend om de geldigheid van een contractueel beding en om de opheffing van de uit hoofde van dat beding gevolgde restricties op een account. Daar is geen waardebepaling aan te koppelen. Er is ook geen sprake van een aardzaak. Voor het geval sprake zou zijn van een vordering van onbepaalde waarde, is de kantonrechter nog steeds onbevoegd. Uit de eigen verklaring van [eiser] volgt dat hij in de eerste maand een bedrag van € 27.872,00 heeft ingezet; 871 weddenschappen x de gemiddelde inzet van € 32,00. Uit de overzichten van [gedaagde] blijkt dat de totale inzetten op het account van [eiser] in de eerste maand € 27.129,97 bedragen. Zowel op basis van de verklaring van [eiser] als uit de administratie van [gedaagde] blijkt dat er voor een hoger bedrag dan € 25.000,00 is gespeeld, zodat ook dan de kantonrechter onbevoegd is.
3.7.
Tot slot heeft [eiser] geantwoord in het incident en zijn standpunt dat de kantonrechter bevoegd is gehandhaafd. De gehele inzet bedroeg over 2025 in totaal € 1,30. Terwijl de gemiddelde inzet per transactie circa € 32,00 bedroeg. De waarde per transactie dient leidend te zijn voor de vraag welke rechter bevoegd is.
3.8.
De kantonrechter blijft bij het eerdere oordeel dat de zaak van onbepaalde waarde is. De gevorderde verklaring voor recht en opheffing van beperkingen zijn naar hun aard en karakter van onbepaalde waarde. De hoogte van de ingezette geldbedragen zijn daarbij niet van belang. De zaak zal in de stand waarin deze zich bevindt wordt verwezen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank.
3.9.
Naar het oordeel van de kantonrechter kan in dit incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar het team Handel, Kanton en Insolventie van deze rechtbank, locatie Alkmaar,
4.2.
verwijst de zaak daartoe naar de civiele rol, niet zijnde de civiele rol voor kantonzaken, van
woensdag 20 mei 2026om 10:00 uur,
4.3.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure moeten worden vertegenwoordigd door een advocaat,
4.4.
wijst [eiser] erop dat na verwijzing een verhoogd griffierecht is verschuldigd van € 341,00 en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven, waarvoor [eiser] van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een nota met betaalinstructies ontvangt,
4.5.
wijst [gedaagde] erop dat na verwijzing een griffierecht is verschuldigd van € 735,00 en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven, waarvoor [gedaagde] een nota met betaalinstructies ontvangt van het LDCR,
4.6.
wijst erop dat van een persoon die onvermogend is, een lager griffierecht wordt geheven, indien hij of zij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven heeft overgelegd:
- een afschrift van het besluit tot toevoeging als bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan hem of haar zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag om een toevoeging, dan wel
- een inkomensverklaring van de Raad voor de Rechtsbijstand ten behoeve van vermindering van griffierechten (zonder gebruikmaking van een toevoeging),
4.7.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten in het incident draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en in het openbaar uitgesproken op
22 april 2026.

Voetnoten

1.Zie artikel 17 lid 1 sub c en Pro artikel 18 lid 1 de Pro Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Brussel I bis).
2.Zie artikel 6 van Pro de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome I Verordening).
3.Zie artikel 6 lid 1 Rome Pro I Verordening.