Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:6041

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
K/4101/11892243
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 6:83 sub b BWArt. 13 Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelenArt. 15 Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Zorgplichtschending door aanbieder online kansspelen leidt tot schadevergoeding

Eiser heeft tussen 18 juni en 12 juli 2022 deelgenomen aan online gokspelen bij Kansino en daarbij €5.400 verloren. Hij vordert terugbetaling van dit bedrag wegens schending van de zorgplicht door Kansino, die niet tijdig heeft ingegrepen bij zijn hoge speelfrequentie.

De rechtbank stelt vast dat Kansino bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. Op basis van het Besluit en de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen moet Kansino ingrijpen bij signalen van onmatig speelgedrag, waaronder een hoge speelfrequentie. Uit onderzoek blijkt dat bijna dagelijks spelen als hoge speelfrequentie geldt.

Eiser speelde bijna dagelijks en Kansino had vanaf 2 juli 2022 moeten ingrijpen, maar deed dit pas rond 12 juli 2022. Hierdoor is de zorgplicht geschonden en moet Kansino de ingelegde bedragen vanaf 3 juli tot 12 juli, €1.650, vergoeden. Daarnaast worden buitengerechtelijke kosten van €299,48 toegewezen. Proceskosten worden gecompenseerd.

Uitkomst: Kansino wordt veroordeeld tot terugbetaling van €1.650 plus buitengerechtelijke kosten wegens schending van zorgplicht bij online gokken.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer: 11892243 \ CV EXPL 25-2840 wd
Vonnis van 18 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. G.P. Geelkerken,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
PLAY NORTH LIMITED,handelend onder de naam
KANSINO,
te Valetta (Malta),
gedaagde partij,
hierna te noemen: Kansino,
gemachtigde: mr. J.A. Jacobi.
De zaak in het kort
Deze zaak draait om de vraag of Kansino jegens [eiser] een zorgplicht heeft geschonden en of zij om die reden verplicht is de door [eiser] ingelegde bedragen of een deel daarvan bij wijze schadevergoeding aan [eiser] terug te betalen. De kantonrechter is van oordeel dat Kansino een bedrag van € 1.650,00 bij wijze van schadevergoeding aan [eiser] moet terugbetalen. Hier komt nog bij een bedrag van
€ 299,48 (inclusief btw) aan buitengerechtelijke kosten.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met 6 producties;
- de conclusie van antwoord, met 5 producties;
- het tussenvonnis van 8 januari 2026;
- de door [eiser] overgelegde productie 7;
- de door Kansino overgelegde productie 6 (uitspraak van rechtbank Den Haag);
de mondelinge behandeling van 19 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] heeft in de periode van 18 juni tot en met 12 juli 2022 deelgenomen aan één of meer door Kansino aangeboden online gokspelen. Per saldo heeft [eiser] daarbij een bedrag van € 5.400,00 verloren.
2.2.
[eiser] heeft Kansino aangemaand en gesommeerd dit bedrag aan hem terug te betalen. Kansino heeft geweigerd hieraan te voldoen.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van Kansino tot betaling van € 5.400,00, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat Kansino een zorgplicht jegens [eiser] heeft geschonden. Hoewel het speelgedrag van [eiser] daartoe alle aanleiding gaf, heeft Kansino verzuimd in te grijpen. Kansino dient het door [eiser] geleden verlies bij wijze van schadevergoeding aan [eiser] terug te betalen.
3.3.
Kansino voert verweer. Kansino betwist dat zij een zorgplicht jegens [eiser] heeft geschonden. Bij gebrek aan signalen die wezen op onmatig speelgedrag, was Kansino niet gehouden tot ingrijpen. Om die reden is zij niet gehouden om aan [eiser] een schadevergoeding te betalen. Daarnaast betwist zij de hoogte van de door [eiser] geleden schade.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

De Nederlandse rechter is bevoegd
4.1.
[eiser] woont in Nederland en Kansino is gevestigd in Malta. De kantonrechter moet daarom nagaan hij bevoegd is om van de zaak kennis te nemen en, indien dat het geval is, welk recht op de zaak van toepassing is.
4.2.
Genoemde landen zijn lid van de Europese Unie. De hoofdzaak tussen partijen is een burgerlijke zaak. Dit betekent dat de regels van de Verordening Brussel I-bis (hierna: de Verordening) bepalen welk gerecht bevoegd is om de hoofdzaak te behandelen. De hoofdregel van de verordening is dat het gerecht van de woonplaats van de gedaagde bevoegd is. Op deze hoofdregel zijn uitzonderingen voor bijzondere gevallen. Zo is op grond van artikel 26 van Pro de Verordening de rechter bevoegd waarvoor een verweerder verschijnt, tenzij de verschijning ten doel heeft de bevoegdheid te betwisten of indien er een ander gerecht bestaat dat op grond van artikel 24 van Pro de Verordening exclusief bevoegd is. De kantonrechter stelt vast dat Kansino, die in dit geding is verschenen, niet de bevoegdheid van de kantonrechter heeft betwist. Evenmin is er sprake van een ander gerecht dat op grond van voornoemd artikel 24 bevoegd Pro is.
De slotsom is dat de kantonrechter bevoegd is om van de zaak kennis te nemen.
Nederlands recht is van toepassing4.3. Voor zover de vordering ziet op de kansspelovereenkomst geldt dat Nederlands recht van toepassing is. Omdat [eiser] consument is en Kansino een onderneming die haar bedrijfsactiviteiten mede op de Nederlandse markt richt, geldt de regel dat het recht van de staat waar [eiser] zijn gewone verblijfplaats heeft van toepassing is [1] . Dat is Nederland.
Voor zover de grondslag van de vordering onrechtmatige daad betreft, is Nederlands recht van toepassing, omdat [eiser] de gestelde schade in Nederland heeft geleden [2] .
De inhoudelijke beoordeling
4.4.
Deze zaak draait om de vraag of Kansino jegens [eiser] een zorgplicht heeft geschonden en of zij om die reden verplicht is de door [eiser] ingelegde bedragen of een deel daarvan bij wijze schadevergoeding aan [eiser] terug te betalen.
4.5.
Voor de beantwoording van deze vraag gaat de kantonrechter uit van de op dat moment geldende regelgeving die was neergelegd in het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen (hierna: het Besluit) en de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen (hierna: de Regeling).
4.6.
Uit deze regelgeving blijkt, kort gezegd, dat Kansino gehouden was tot interventie in geval van interne of externe signalen die wijzen op onmatige deelneming aan de door haar aangeboden kansspelen of op risico’s op kansspelverslaving [3] . Als interne of externe signalen werden destijds in ieder geval beschouwd: een hoge of toenemende speelfrequentie [4] .
Dit brengt mee dat ingeval van een hoge speelfrequentie als bedoeld in artikel 17 van Pro de Regeling, Kansino op enig moment gehouden was tot enige interventie.
4.7.
Omdat het Besluit en/of de Regeling geen toelichting bevat op van het begrip “hoge speelfrequentie” is het aan de kantonrechter om op basis van het partijdebat hieraan een concrete invulling te geven.
4.8.
[eiser] heeft in dat kader gewezen op de uitkomsten van een naar online gokgedrag uitgevoerd onderzoek. Uit het door [eiser] in de dagvaarding aangehaalde onderzoek [5] blijkt dat van 599 onderzochte Nederlanders die allen in de laatste 12 maanden (voorafgaande aan het onderzoek) een online kansspel hebben gespeeld, slechts 3% aangeeft dit (bijna) iedere dag te hebben gedaan. Kansino heeft deze uitkomst op zichzelf niet betwist.
4.9.
De kantonrechter leidt hieruit af dat (bijna) dagelijkse deelname aan een online gokspel heeft te gelden als een hoge speelfrequentie als bedoeld in artikel 17 van Pro de Regeling en daarmee als een signaal dat wijst op (mogelijke) onmatige deelneming aan de door haar aangeboden kansspelen of op risico’s op kansspelverslaving.
4.10.
Uit het door [eiser] als productie 2 overgelegde inlegoverzicht blijkt dat hij van 18 juni tot en met 12 juli 2022 op een kleine onderbreking na bijna iedere dag € 300,00 heeft ingelegd. Dat hij iedere keer direct na inleg online gokspelletjes heeft gespeeld, steeds tot hij door zijn inleg heen was, is op zichzelf niet in geschil. Uit het genoemde overzicht kan dus worden afgeleid dat hij in die periode bijna iedere dag online heeft gegokt. Het speelgedrag van [eiser] was (nagenoeg) gelijk aan de hiervoor genoemde 3%-groep. Aldus vormde het speelgedrag van [eiser] een signaal dat wijst op (mogelijke) onmatige deelneming aan de door haar aangeboden kansspelen of op risico’s op kansspelverslaving als bedoeld in artikel 17 van Pro de Regeling
4.11.
Gelet op het voorgaande moet de kantonrechter bepalen op welk moment Kansino geacht moet worden het signaal over de hoge speelfrequentie te hebben ontvangen. Een hoge speelfrequentie blijkt namelijk niet direct bij aanvang, maar na verloop van enige tijd. Kansino heeft daar terecht op gewezen. De kantonrechter stelt deze periode vast op 2 weken vanaf 18 juni 2022. Dit brengt mee dat Kansino geacht wordt op 2 juli 2022 op de hoogte te zijn geweest van het problematische speelgedrag van [eiser] . Op dat moment had zij actie moeten ondernemen door (ten minste) een gesprek met [eiser] te voeren waarin hij zou zijn gewezen op zijn speelgedrag en de daaraan verbonden risico’s [6] .
4.12.
Vast staat dat Kansino dit gesprek niet al op 2 juli 2022, maar pas op of kort na 12 juli 2022 met [eiser] heeft gevoerd. Aldus heeft Kansino een zorgplicht jegens [eiser] geschonden. De door [eiser] vanaf 3 juli tot en met 12 juli 2022 ingelegde (en verloren) gelden, kunnen worden aangemerkt als de hieruit voortvloeiende schade. [eiser] heeft immers na het gesprek van 12 juli 2022 niet meer online bij Kansino gegokt. Aannemelijk is dus dat een gesprek op 2 juli 2022 tot hetzelfde resultaat zou hebben geleid. Signalen die op het tegendeel duiden, zijn niet voorhanden.
4.13.
Uit het door [eiser] overgelegde inlegoverzicht blijkt dat hij na 2 juli 2022
€ 1.650,00 bij Kansino heeft ingelegd. De kantonrechter begroot de door [eiser] geleden schade op voornoemd bedrag en zal Kansino tot vergoeding hiervan veroordelen. [eiser] vordert vergoeding van wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW. Omdat partijen geen handelsovereenkomst hebben gesloten als bedoeld in voormeld artikel, zal de kantonrechter de gevorderde rente toewijzen op de voet van artikel 6:119 BW Pro. De rente gaat lopen vanaf het moment dat [eiser] de schade heeft geleden. Hiervoor is geen nadere ingebrekestelling vereist [7] . De kantonrechter wijst de rente toe vanaf 13 juli 2022.
4.14.
Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen volgens het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom waartoe de gedaagde partij zal worden veroordeeld. De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten is daarmee toewijsbaar tot € 299,48 (inclusief btw).
4.15.
Gelet op de uitkomst, zijn beide partijen over en weer in het ongelijk gesteld. De kantonrechter zal daarom de proceskosten tussen partijen compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Kansino om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.949,48, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 1.650,00 vanaf 13 juli 2022 tot aan de dag van betaling,
5.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.3.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.4.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026.

Voetnoten

1.Zie artikel 6 van Pro de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I)
2.Zie artikel 4 van Pro de Verordening (EG) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II)
3.Zie artikel 13, 15 en 18 van het Besluit
4.Zie artikel 17 aanhef Pro en onder a van de Regeling
5.Zie figuur 5.1. in alinea 16 van de dagvaarding
6.Zie artikel 18 lid 2 aanhef Pro en onder a van het Besluit
7.Zie artikel 6: 83 sub b BW