Verzoeker woont naast bedrijfslocaties waar bedrijfslampen lichthinder veroorzaken. Hij verzocht het college handhavend op te treden, wat gedeeltelijk werd toegewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een spoedeisend belang. Verzoeker stelde dat de lichthinder zijn slaapritme verstoort en onomkeerbare gezondheidsschade dreigt, maar onderbouwde dit niet met medische stukken. Ook is niet gebleken dat de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht.
De voorzieningenrechter benadrukt dat verzoeker zelf tijdelijke maatregelen kan nemen, zoals slaapmaskers of verduisterende gordijnen, om de hinder te verminderen. De hoorzitting is gepland binnen een redelijke termijn. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen omdat het instrument alleen bedoeld is voor situaties met onverwijlde spoed.