De rechtbank Noord-Holland heeft op 21 mei 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats, die op 25 januari 2026 te Den Helder twee pakken kipfilet uit een winkel heeft gestolen. De verdachte werd verdacht van diefstal met het oogmerk zich het goed wederrechtelijk toe te eigenen.
De verdediging voerde een vormverzuim aan vanwege een vermeende onrechtmatige staande houding, maar de rechtbank oordeelde dat er een redelijk vermoeden van schuld bestond en verwierp dit verweer. Het bewijs was wettig en overtuigend, waardoor de diefstal werd bewezen verklaard.
Hoewel aan de wettelijke vereisten voor oplegging van een ISD-maatregel werd voldaan, besloot de rechtbank deze maatregel niet op te leggen. De verdachte had een hulpvraag gericht op huisvesting maar was niet bereid tot bredere samenwerking met hulpverlening, waardoor een effectief begeleidingsplan binnen de ISD-maatregel niet mogelijk was. Gezien de ernst van het feit en de recidive werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één maand opgelegd, waarbij de tijd in voorarrest in mindering werd gebracht.
Daarnaast wees de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf af, maar verlengde de proeftijd met een jaar. De uitspraak werd gewezen door drie rechters en uitgesproken in een openbare terechtzitting.