ECLI:NL:RBNHO:2026:5957

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
HAA 25/4862 T, HAA 25/4954 T, HAA 25/4957 T en HAA 25/4959 T
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16.15 OmgevingswetArt. 16.15a OmgevingswetArt. 5.1 lid 1 OmgevingswetArt. 5.1 lid 2 OmgevingswetArt. 8:51a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

College niet bevoegd om omgevingsvergunning te verlenen zonder advies gemeenteraad

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer verleende op 23 december 2024 een omgevingsvergunning voor het project Mercator in Nieuw-Vennep, bestaande uit twee gebouwen met commerciële ruimten, een parkeergarage en 81 appartementen. De vergunning was strijdig met het bestemmingsplan en het parapluplan parkeren, maar werd toch verleend vanwege een evenwichtige toedeling van functies.

Eisers stelden beroep in tegen het besluit waarbij het college het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank onderzocht of het college bevoegd was om te beslissen zonder advies van de gemeenteraad. Volgens artikel 16.15a van de Omgevingswet heeft de gemeenteraad adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten met meer dan 75 woningen, tenzij het project in overeenstemming is met een door de raad vastgesteld beleidskader.

De rechtbank concludeerde dat het project met 81 woningen onder dit adviesrecht valt en dat het college de raad ten onrechte niet om advies heeft gevraagd. De door de raad aangestelde supervisor die het bouwplan goedkeurde, vervangt dit adviesrecht niet, zeker omdat het bouwplan op punten strijdig is met het beeldkwaliteitsplan van de raad.

Daarom kleeft aan het bestreden besluit een bevoegdheidsgebrek. De rechtbank stelt het college in de gelegenheid dit te herstellen door alsnog advies te vragen en dit mee te nemen in de besluitvorming binnen acht weken. De verdere behandeling van het beroep wordt aangehouden tot de einduitspraak.

Uitkomst: Het college was niet bevoegd om zonder advies van de gemeenteraad te beslissen; het krijgt acht weken om dit te herstellen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 25/4862 T, HAA 25/4954 T, HAA 25/4957 T en HAA 25/4959 T

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser 1],
[eiser(es) 1],
[eiser(es) 2],
[eiser(es) 3]en
[eiser 2], uit Nieuw-Vennep en
CMP Vastgoed B.V ., uit Hoofddorp, eisers in de zaak HAA 25/4862
(gemachtigde: [gemachtigde] ),

MV FLEX V B.V., uit Zwijndrecht, eiseres in de zaak HAA 25/4954(gemachtigde: mr. A.S.D. Lijkwan),

Dirk Supermarkten B.V., uit Nieuw-Vennep, eiseres in de zaak HAA 25/4957(gemachtigde: mr. R. Bäcker),

Jumbo Supermarkten B.V., uit Nieuw-Vennep, eiseres in de zaak HAA 25/4959(gemachtigden: mr. S.C. de Waal en mr. J. Zweers)

tezamen: de eisende partijen
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,het college
(gemachtigden: mr. M.A. van Marle en M. Moorman)
Als derde-partij neemt aan de zaken deel:
V.O.F. Nieuw-Vennep Centrum, uit Alphen aan den Rijn, vergunninghouder
(gemachtigde: mr. J.M. van Koeveringe-Dekker).

Procesverloop

1.1.
Met het besluit van 23 december 2024 (het primaire besluit) heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor de realisatie van het project ‘Mercator’ op de locatie Venneperstraat, Gelevinkstraat en Poststraat in Nieuw-Vennep.
1.2.
Met het besluit van 26 september 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van de eisende partijen tegen het primaire besluit ongegrond verklaard en is de omgevingsvergunning in stand gelaten.
1.3.
De eisende partijen hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
1.4.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
1.5.
De zaken zijn op 28 april 2026 ter zitting behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen:
- in de zaak HAA 25/4862: de gemachtigde en [eiser 2] ;
- in de zaak HAA 25/4954: de gemachtigde;
- in de zaak HAA 25/4957: mr. A.W.M. Oremans (ter waarneming van mr. R. Bäcker) en [naam 1] ;
- in de zaak HAA 25/4959: de gemachtigden;
- namens het college: de gemachtigden en [naam 2] ;
- namens vergunninghouder: de gemachtigde en [naam 3] .

Totstandkoming van het bestreden besluit

2.1.
Vergunninghouder heeft op 1 maart 2024 de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor project Mercator ingediend. Het project bestaat uit twee gebouwen die op de eerste verdieping met elkaar zijn verbonden door twee (parkeer)bruggen. De begane grond voorziet in commerciële ruimten, waaronder een supermarkt. De eerste verdieping bevat een parkeergarage en op verdiepingen daarboven worden 81 appartementen gerealiseerd. De aanvraag ziet op een technische bouwactiviteit (artikel 5.1 lid 2 onder a van de Omgevingswet) en een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit (artikel 5.1 lid 1 onder a van de Omgevingswet).
2.2.
De locatie waar de aanvraag op ziet is gelegen binnen het Omgevingsplan gemeente Haarlemmermeer, waarin tevens geldend zijn het bestemmingsplan Nieuw-Vennep Centrum 2010 (hierna: het bestemmingsplan) en Parapluplan parkeerregels – partiële herziening (hierna: het parapluplan parkeren). Het project is strijdig met artikel 3.2.1 van het parapluplan parkeren, omdat op eigen terrein onvoldoende parkeerplekken worden gerealiseerd. Het project is ook strijdig met het bepaalde in de artikelen 6 en 17 van het bestemmingsplan. Op de bestemming ‘Centrum-1’ wordt zowel het bouwvlak als de maximale bouwhoogte overschreden. Verder worden de (parkeer)bruggen op gebieden met de bestemming ‘Verkeer’ gerealiseerd, maar worden deze bruggen niet gebouwd ten behoeve van die bestemming.
2.3.
Met het primaire besluit is de gevraagde omgevingsvergunning verleend. Volgens het college kan de gevraagde omgevingsvergunning ondanks deze strijdigheden worden verleend, omdat het project in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
2.4.
Met het bestreden besluit is de omgevingsvergunning in stand gebleven, onder aanvulling van de motivering op drie punten: het adviesrecht van de gemeenteraad (hierna: de raad), de (tijdelijkheid van de) nieuwe parkeerplaatsen buiten eigen terrein en de parkeerdruk in de directe omgeving van het project.

Beoordeling door de rechtbank

3.1.
Uit artikel 16.15 van de Omgevingswet volgt dat in sommige gevallen bestuursorganen in de gelegenheid worden gesteld om aan het bevoegd gezag advies uit te brengen over een aanvraag. Artikel 16.15a, onder b, onder 1, van de Omgevingswet bepaalt dat de raad, bij een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning, in de gelegenheid wordt gesteld om advies uit te brengen in de door de raad aangewezen gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Als een college ten onrechte de raad niet om advies vraagt, ontbreekt de bevoegdheid van het college om op de vergunningaanvraag te beslissen. Gelet daarop zal de rechtbank ten eerste – en voor zover niet aangevoerd ambtshalve – beoordelen of het in artikel 16.15a, onder b, onder 1 bedoelde aanwijzingsbesluit in dit concrete geval noopt tot een adviesrecht van de raad.
3.2.
Op 20 april 2023 heeft de raad van de gemeente Haarlemmermeer in het raadsbesluit genaamd ‘Adviesrecht gemeenteraad, delegatie van bevoegdheden en verplichte participatie onder de Omgevingswet’ (hierna: het raadsbesluit) besloten om de bijlage ‘Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie’ (hierna: de bijlage) vast te stellen, inclusief de hierin opgenomen lijst van gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In artikel 1 van Pro de bijlage staat dat voor de toepassing van de lijst van gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit de tabellen zoals opgenomen in artikel 3 worden Pro gehanteerd. Artikel 3 bevat Pro een tabel ‘Woningbouw’ waaruit volgt dat bij nieuwbouw van woningen in gebied 1 – het gebied waarbinnen het aangevraagde project is gelegen – sprake is van een bindend adviesrecht bij meer dan 75 wooneenheden, tenzij de aanvraag in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgestelde visie of beleidskader.
3.3.
In het bestreden besluit is door het college primair betoogt dat in het licht van het adviesrecht geen sprake is van nieuwbouw van 75 woningen. De raad heeft immers al bepaald dat binnen het plangebied van het (onherroepelijke) bestemmingsplan (171) woningen moeten worden gerealiseerd. Een bestemmingsplan is een juridisch bindend voorschrift met rechtstreeks werkende regels. Het zou daarom niet logisch en ook in strijd met de rechtszekerheid zijn om het adviesrecht zo uit te leggen dat de raad hier opnieuw moet worden geraadpleegd. Als de raad de kaders al heeft bepaald, is een advies niet meer nodig. Subsidiair betoogt het college dat de raad een supervisor heeft aangesteld die het bouwplan akkoord heeft bevonden. Het bouwplan dient daarom in overeenstemming te worden geacht met het geldende beeldkwaliteitsplan, zodat – naar de rechtbank begrijpt – ook in die zin sprake is van overeenstemming met een door de raad vastgestelde visie of beleidskader.
3.4.
De rechtbank volgt het college niet in het bovenstaande betoog. De gevraagde omgevingsvergunning behelst onder andere een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, omdat het bouwplan niet geheel in overeenstemming is met het bestemmingsplan (zie overweging 2.2. van deze uitspraak). Uit de bijlage bij het raadsbesluit volgt dat de raad in dat geval een bindend adviesrecht heeft bij de nieuwbouw van woningen met meer dan 75 wooneenheden. Daar is in dit geval sprake van: het project Mercator bevat onder andere de nieuwbouw van woningen met meer dan 75 wooneenheden, namelijk 81 wooneenheden. De enige uitzondering die de tekst van de bijlage bij het raadsbesluit op dit uitgangspunt maakt, is overeenstemming van de aanvraag met een door de gemeenteraad vastgestelde visie of beleidskader. Een door de raad vastgesteld beeldkwaliteitsplan kan beschouwd worden als een visie of beleidskader in die zin. Dat de door de raad aangestelde supervisor het bouwplan geaccordeerd heeft, maakt echter niet dat het project in overeenstemming moet worden geacht met het geldende beeldkwaliteitsplan. Door enkele eisende partijen is immers onbetwist aangevoerd dat het bouwplan op sommige punten in strijd is met het door de raad vastgestelde beeldkwaliteitsplan ‘Actualisatie Beeldkwaliteitsplan Nieuwe Kom in Nieuw-Vennep 2022’ (hierna: Bkp 2022). Zo wordt in het Bkp 2022 een maximale bouwhoogte van 15 meter beschreven op de locatie waar de aanvraag op ziet, terwijl het bouwplan die bouwhoogte overschrijdt. Uit de tekst van het raadbesluit en de bijlage volgt dus dat over de realisering van het project ‘Mercator’ door het college advies had moeten worden gevraagd aan de raad en dat advies had moeten worden betrokken in de beslissing op bezwaar.

Conclusie en gevolgen

4.1.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het college de raad ten onrechte niet om advies (zoals bedoeld in artikel 16.15 jo. 16.15a van de Omgevingswet) heeft gevraagd, zodat het college niet bevoegd was om op de vergunningaanvraag te beslissen. Aan het bestreden besluit kleeft in zoverre een bevoegdheidsgebrek. Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. De rechtbank ziet aanleiding om het college in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen. Dat herstellen kan door het advies (zoals bedoeld in artikel 16.15 jo. 16.15a van de Omgevingswet) aan de raad te vragen en dat advies bij hetzij een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, bij een nieuwe beslissing op bezwaar te betrekken. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het college het gebrek kan herstellen op acht weken na verzending van deze tussenuitspraak.
4.2.
Het college heeft op de zitting aangegeven dat hij – mocht de rechtbank een bevoegdheidsgebrek constateren – gebruik wil maken van de mogelijkheid om dit gebrek te herstellen. Nadat het college gebruik heeft gemaakt van die gelegenheid, zal de rechtbank de eisende partijen in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het college. In beginsel, ook in de situatie dat het college de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.
4.3.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:
- stelt het college in de gelegenheid om binnen acht weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H. de Regt, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Boon, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.