Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5954

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
HAA 25/4686
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7.30 Verordening Fysieke Leefomgeving Hoorn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergunning voor kap van vier bomen Westfries Museum blijft in stand

Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eiseres tegen de vergunning voor het kappen van vier bomen in de tuin van het Westfries Museum te Hoorn. De vergunning werd verleend door het college van burgemeester en wethouders van Hoorn in verband met de verbouwing van het museum voor een wisselexpositieruimte.

Eiseres voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder het belang van de bomen voor het ecosysteem en biodiversiteit, het uitzicht vanuit haar woning en de koppeling van de kapvergunning aan de realisatie van de expositieruimte. De rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft geoordeeld dat de bomen geen natuur- en milieuwaarden hebben volgens de Verordening Fysieke Leefomgeving Hoorn en dat de gevolgen voor biodiversiteit door vergunningvoorschriften, zoals herplantplicht en bescherming van nesten, minimaal zijn.

Ook het uitzicht van eiseres wordt niet als een belang erkend dat weigering van de vergunning rechtvaardigt. Daarnaast is in de vergunning vastgelegd dat de kap pas mag plaatsvinden nadat de realisatie van de wisselexpositieruimte is bevestigd, waardoor de gevreesde misbruik van de vergunning wordt voorkomen.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, handhaaft de vergunning en wijst het griffierecht en proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het beroep tegen de kapvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/4686

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

Het college van burgemeester en wethouders van Hoorn, het college

(gemachtigde: mr. S.E.J.M. Bogaarts).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de vergunning die is verleend voor de kap van vier bomen in de tuin van Westfries Museum (de Roode Steen 15) in Hoorn . Eiseres is het daarmee oneens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank komt in deze uitspraak aan de hand van de beroepsgronden van eiseres tot het oordeel dat de vergunningverlening in stand kan blijven. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop en de totstandkoming van het bestreden besluit

2.1.
In opdracht van de gemeente Hoorn heeft de toenmalige projectleider, op 10 januari 2025 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het kappen van vier bomen in de tuin van de Roode Steen 15 in Hoorn . Dit in verband met de verbouwing van het Westfries Museum ten behoeve van een wisselexpositieruimte.
2.2.
Op 27 februari 2025 heeft het team beheer en onderhoud geadviseerd om de vergunning te verlenen, omdat geen sprake is van een weigeringsgrond:
- natuur- en milieuwaarde: geen. De houtopstand voegt niets extra’s toe aan het ecosysteem en maakt geen onderdeel uit van een groter ecologisch geheel.
- landschappelijke waarde: geen waarde voor de landschappelijke samenhang. De houtopstand maakt geen onderdeel uit van een beplantingsstructuur.
- waarde voor stads- en dorpsgezichten: geen meerwaarde voor de beleving van de omgeving, wijk of buurt.
- beeldbepalende waarde: geen meerwaarde voor de recreatie of beleving van de omgeving, wijk of buurt.
- cultuurhistorische waarde: geen onderdeel van beschermd stads- of dorpsgezicht, niet waardevol of monumentaal en niet kenmerkend voor de historisch van de wijk of omgeving.
- waarde voor recreatie en leefbaarheid: geen onderdeel van een structuur of functionele recreatieve locatie. Maakt geen onderdeel uit van beplantingsstructuur.
- boomwaarde met verwijzing naar gemeentelijke bestemmings-, groen-, bomen- of landschapsplannen: maakt geen onderdeel uit van een gemeentelijke beplantingsstructuur.
2.3.
Het college heeft de vergunning voor het kappen van de vier bomen met het besluit van 2 juni 2025 verleend. Met het bestreden besluit van 25 september 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de vergunningverlening gebleven.
2.4.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.5.
De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Het beoordelingskader

3.1.
Het college kan een omgevingsvergunning voor het kappen van bomen alleen weigeren, dan wel onder voorschriften verlenen als de omstandigheden dit wenselijk of noodzakelijk maken, in het belang van de waarden die genoemd worden in artikel 7.30 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Hoorn (VFL). Deze waarden zijn:
a) de natuur- en milieuwaarde van de houtopstand;
b) de landschappelijke waarde van de houtopstand;
c) de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
d) de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
e) de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
f) de waarde voor de recreatie en leefbaarheid van de houtopstand;
g) de boomwaarde met verwijzingen naar gemeentelijke bestemmings-, groen-, bomen- of landschapsplannen.
De toegevoegde waarde van de bomen binnen het ecosysteem en de biodiversiteit
3.2.
Eiseres heeft aangevoerd dat ten onrechte wordt gesteld dat de bomen niets toevoegen aan het ecosysteem. In de binnenstad is al zeer weinig groen. De weinige stukjes groen die er zijn moeten daarom behouden worden. Voor de biodiversiteit zijn de bomen belangrijk, juist omdat in de omgeving nog nauwelijks bomen over zijn. De bomen zijn belangrijk voor dieren die een onderkomen zoeken en elders al niet meer terecht kunnen, aldus eiseres.
3.3.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Het team beheer en onderhoud schrijft in het advies van 27 februari 2025 dat de vier bomen geen natuur- en milieuwaarden hebben in de zin van artikel 7.30 van de VFL. Dit team geeft aan dat de houtopstand niets extra’s toevoegt aan het ecosysteem en geen onderdeel uitmaakt van een groter ecologisch geheel. De rechtbank kan het college volgen in haar standpunt dat de vergunningsvoorschriften bovendien maken dat de gevolgen voor de biodiversiteit minimaal zijn. Een van die voorschriften is een herplantplicht: binnen zes maanden na oplevering van de wisselexpositieruimte in de tuin moeten vier bomen met een wat dikkere stam dan gebruikelijk (25-30 cm) worden aangeplant in de tuin van het Westfries Museum. Daarnaast staat als voorschrift in de vergunning dat het verboden is om nesten, rustplaatsen en eieren van vogels of vleermuizen te vernielen, beschadigen of weg te nemen. Voordat de bomen gekapt worden moet hier onderzoek naar gedaan worden.
Het uitzicht van eiseres op de bomen
4.1.
Eiseres heeft verder aangevoerd dat de bomen behouden moeten blijven vanwege de bijdrage aan haar levensgeluk. Zij heeft vanuit haar woning uitzicht op de (toppen van de) bomen.
4.2.
Ook deze beroepsgrond slaagt niet. Het college heeft terecht aangevoerd dat het uitzicht (van eiseres) geen belang is dat wordt genoemd in artikel 7.30 van de VFL en dus geen grond is waarop het college de vergunning kan weigeren. Voor zover eiseres heeft willen betogen dat haar uitzicht maakt dat de bomen een beeldbepalende waarde hebben, volgt de rechtbank dat niet. Het team beheer en onderhoud schrijft in het advies van 27 februari 2025 dat de vier bomen geen meerwaarde voor de recreatie of beleving van de omgeving, wijk of buurt hebben. Mede gelet daarop en op de locatie van de bomen (in een ommuurde tuin) kan de rechtbank volgen dat het college de vergunning niet heeft geweigerd vanwege de wenselijkheid of noodzakelijkheid gelet op de beeldbepalende waarde.
Het moment van de kap
5.1.
Eiseres heeft op de zitting ook aangevoerd dat het op de weg had gelegen om de kapvergunning meer specifiek te koppelen aan de realisatie van de nu voorgenomen wisselexpositieruimte. Zij vreest dat de kans bestaat dat de voorgenomen expositieruimte niet wordt gerealiseerd, maar dat de kapvergunning toch zal worden gebruikt voor een aanpassing van de tuin. De kapvergunning had daarom beter verleend kunnen worden nadat de specifieke verbouwplannen en de financiering definitief zouden zijn, aldus eiseres.
5.2.
Ook deze beroepsgrond slaagt niet. In de vergunning staat dat is afgesproken dat de kap van de bomen niet eerder zal plaatsvinden dan nadat vaststaat dat de realisatie van de wisselexpositieruimte doorgang zal vinden. Het college heeft terecht aangevoerd dat daarmee is geborgd dat de bomen niet zullen worden gekapt, voordat vaststaat dat de wisselexpositieruimte zal worden gebouwd. Uit de stukken die onderdeel uitmaken van de kapvergunning, blijkt ook duidelijk dat de kap wordt aangevraagd omdat de aanvrager voornemens is een (specifieke) wisselexpositieruimte in de tuin te realiseren. Het college is verder niet gehouden tot – zoals eiseres wenst – het koppelen van de realisatie van een
definitiefontwerp van een wisselexpositieruimte aan het moment dat mag worden gekapt of het hanteren van een andere volgorde in de vergunningverlening.

Conclusie en gevolgen

6. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vergunning in stand blijft. Het beroep van eiseres is dus ongegrond en eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H. de Regt, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Boon, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.