ECLI:NL:RBNHO:2026:5953
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vermindert dwangsom invordering wegens disproportionaliteit en bijzondere omstandigheden
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft de invordering van een dwangsom van € 25.000,- opgelegd aan eiseres wegens overtreding van artikel 13b van de Opiumwet in een door haar verhuurde woning. De burgemeester handhaafde de invordering na bezwaar, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
Eiseres betwistte haar verwijtbaarheid en stelde dat zij als ambulante begeleider geen toezichthoudende bevoegdheden heeft en dat de dwangsom disproportioneel is, mede omdat de zorgverlening hierdoor in gevaar komt. De rechtbank erkent dat een overtreding heeft plaatsgevonden, maar acht het niet evident dat eiseres als overtreder moet worden aangemerkt.
De rechtbank weegt de inspanningen van eiseres, de locatie van de aangetroffen drugs en haar rol als zorgverlener mee en concludeert dat de volledige invordering onevenredig is. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en bepaalt zij zelf een lagere dwangsom van € 6.250,-. Tevens wordt het griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de dwangsom tot € 6.250,- wegens disproportionaliteit en bijzondere omstandigheden.