Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5951

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
C/15/378274 / JU RK 26-831
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:113 BWArt. 7 Verordening Brussel-II-terArt. 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor dertienjarige minderjarige wegens ernstige veiligheidszorgen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp aan een dertienjarig meisje met ernstige veiligheidsproblemen. De minderjarige verblijft reeds in een open setting, maar vertoont ontregeld en suïcidaal gedrag, waaronder weglopen, middelengebruik en contact met risicovolle personen. De situatie escaleerde recentelijk met een incident waarbij de politie moest worden ingeschakeld.

De kinderrechter stelt vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en Nederlands recht van toepassing is. Op basis van de instemmende verklaring van een gedragswetenschapper en de ernst van de situatie is onmiddellijke gesloten jeugdhulp noodzakelijk. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar om de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen.

De kinderrechter verleent daarom een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp voor de duur van vier weken, met de verplichting dat de minderjarige binnen 24 uur na plaatsing wordt onderzocht door een gedragswetenschapper. De verdere behandeling van het verzoek wordt aangehouden en zal op een nader te bepalen zitting worden voortgezet. Belanghebbenden worden tijdig opgeroepen voor deze zitting.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp voor vier weken vanwege ernstige veiligheidszorgen en suïcidaal gedrag van de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/378274 / JU RK 26-831
Datum uitspraak: 22 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
  • het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 22 mei 2026;
  • het telefonisch gesprek van de kinderrechter met de GI op 22 mei 2026;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 22 mei 2026.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] , een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 december 2025 [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 24 maart 2026. Daarna is de ondertoezichtstelling bij beschikking van 12 maart 2026 definitief uitgesproken tot 12 maart 2027.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 maart 2026 een spoedmachtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier weken. Bij beschikking van 12 maart 2026 is een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 12 juni 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
3.2.
De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De beoordeling

Bevoegdheid
4.1.
Door de omstandigheid dat de ouders en [de minderjarige] de Syrische nationaliteit hebben, draagt deze zaak een internationaal karakter. Gelet hierop dient eerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht toekomt. Aangezien de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] in Nederland is, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om dit verzoek te behandelen. [1]
4.2.
Vervolgens is de vraag aan de orde welk recht van toepassing is. Op grond van artikel 15 van Pro het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 is het Nederlands recht van toepassing op het verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
4.3.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] is een dertienjarig meisje. De GI maakt zich ernstige zorgen over haar veiligheid, beïnvloedbaarheid, emotieregulatie, middelengebruik, begrensbaarheid en het ontbreken van een stabiele bescherming vanuit haar omgeving. Ondanks intensieve hulpverlening binnen de open setting van [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] is de situatie de afgelopen tijd fors geëscaleerd. [de minderjarige] onttrekt zich structureel aan begeleiding en toezicht en houdt zich niet aan de veiligheidsafspraken. Zo loopt ze weg van de groep, verblijft op onbekende locaties en is langere tijd onbereikbaar. [de minderjarige] schakelt bewust haar livelocatie uit. Dit leidt regelmatig tot acute veiligheidszorgen en zoekacties van de ouders en de hulpverlening. Ook houdt [de minderjarige] zich niet aan afspraken over thuiskomtijden, bereikbaarheid en begeleiding. Er bestaan ernstige zorgen over de personen met wie [de minderjarige] contact houdt. Ze trekt haar eigen plan, accepteert begrenzing maar beperkt en geeft geen openheid over wat zich buitenshuis afspeelt, ook als ze met letsel terugkomt op de groep. [de minderjarige] wordt gezien als sterk beïnvloedbaar in contact met leeftijdsgenoten en oudere jongens. Ook zijn er aanwijzingen dat [de minderjarige] meerdere soorten middelen gebruikt, waaronder hasj, cocaïne en Lyrica. De huidige groep geeft aan de veiligheid van [de minderjarige] onvoldoende te kunnen waarborgen. Binnen een gesloten setting kan haar structuur, nabijheid, voorspelbaarheid en intensieve begeleiding worden geboden, die [de minderjarige] nodig heeft.
4.4.
De zorgen zijn steeds verder toegenomen. De huidige situatie moet worden doorbroken en de veiligheid van [de minderjarige] gewaarborgd. Daarbij komt dat zich op 21 mei 2026 een incident in relatie tot de vader heeft voorgedaan, waarbij [de minderjarige] volledig ontregeld gedrag heeft laten zien en waarbij de politie moest worden ingeschakeld. Daarbij is [de minderjarige] op het dak van de woning gaan zitten en dreigde ze naar beneden te springen. Nadien is ze opnieuw weggelopen. Gezien dit impulsieve, ontremde en suïcidale gedrag is sprake van een spoedsituatie.
4.5.
Bij de stukken bevindt zich een op basis van de stukken afgegeven instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper van 22 mei 2026. Omdat [de minderjarige] is weggelopen en nog niet is teruggekeerd, stelt de kinderrechter vast dat een gesprek van de gedragswetenschapper met [de minderjarige] op dit moment feitelijk nog niet mogelijk is. De kinderrechter gaat ervan uit dat [de minderjarige] binnen 24 uur na plaatsing alsnog zal worden onderzocht door de gedragswetenschapper.
4.6.
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [2]
4.7.
De kinderrechter is vanwege het bovenstaande ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken.
4.8.
De GI, [de minderjarige] , haar advocaat en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een spoedmachtiging om [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] , uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 22 mei 2026 tot 19 juni 2026;
5.2.
bepaalt dat de minderjarige binnen 24 uur na plaatsing wordt bezocht en gehoord door een gedragswetenschapper;
5.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voorzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;
5.4.
bepaalt dat de griffier de GI, de vader, de moeder, [de minderjarige] en haar advocaat tijdig zal oproepen voor die zitting.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026 door mr. B.M.A. Bataille, kinderrechter, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier, en op schrift gesteld en ondertekend op 26 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 10:113 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en artikel 7 van Pro de Verordening Brussel-II-ter
2.Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).