De rechtbank Noord-Holland heeft op 16 januari 2026 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij zijn vader, die geen gezag heeft. De minderjarige verblijft sinds medio 2025 bij de vader vanwege een onveilige en instabiele thuissituatie bij de moeder, die kampt met middelengebruik en emotionele problemen. De GI heeft het verzoek ingediend om de maatregelen met een jaar te verlengen om de stabiliteit en veiligheid van het kind te waarborgen.
Tijdens de zitting waren de vader, moeder en de GI aanwezig. De vader steunt het verzoek en benadrukt het belang van begeleiding en ondersteuning voor het kind en hemzelf. De moeder erkent haar huidige onstabiele situatie en is bezig met begeleiding en behandeling, maar kan nog niet voor het kind zorgen. De omgang tussen moeder en kind is recent beperkt vanwege een incident.
De rechtbank oordeelt dat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig bedreigd wordt en dat de huidige hulpverlening en begeleiding noodzakelijk zijn. De vader is de primaire opvoeder en ontvangt ondersteuning. De moeder blijft een risicofactor vanwege haar problematiek. De GI behoudt de regierol over de omgangscontacten. De verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing is in het belang van het kind en wordt voor een jaar toegekend. De beschikking is direct uitvoerbaar en wordt geregistreerd in het gezagsregister.