Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5469

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
11731747 \ CV EXPL 25-3455
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieclaim wegens geannuleerde vlucht door blikseminslag

Skycop heeft namens passagiers compensatie gevorderd wegens annulering van vlucht HV5068 van Girona naar Rotterdam op 6 juli 2024. De vervoerder, Transavia Airlines, stelde dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een blikseminslag op het vliegtuig tijdens de voorgaande vlucht, waardoor het toestel onveilig was om te vliegen.

De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder voldoende had onderbouwd dat de blikseminslag niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit en dat het toestel niet inzetbaar was. Er was geen alternatief vliegtuig beschikbaar op de luchthaven van Girona, een buitenstation, en tijdelijke reparatie was niet mogelijk binnen de vereiste tijd.

Skycop betwistte de buitengewone omstandigheden en stelde dat het toestel gerepareerd had kunnen worden, maar dit werd door de vervoerder weersproken. De kantonrechter vond dat de vervoerder alle redelijke maatregelen had getroffen, waaronder het aanbieden van omboeking of terugbetaling aan passagiers.

Daarom werden de vorderingen van Skycop afgewezen en werd zij veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechter S. Kleij en uitgesproken op 6 mei 2026.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens geannuleerde vlucht wordt afgewezen vanwege buitengewone omstandigheden door blikseminslag.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11731747 \ CV EXPL 25-3455
Uitspraakdatum: 6 mei 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar buitenlands recht
Skycop
gevestigd te Vilnius, Litouwen
eiseres
hierna te noemen: Skycop
gemachtigde: mr. H. Bulut-Yazir (Seneca advocaten)
tegen
de commanditaire vennootschap
Transavia Airlines C.V.
gevestigd te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. G.I. Niesert (LVH advocaten)
De zaak in het kort
Skycop vordert compensatie vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden; het vliegtuig dat de vlucht zou uitvoeren werd tijdens de voorafgaande vlucht door de bliksem getroffen en raakte zodanig beschadigd dat het niet meer mogelijk was om de vlucht daarmee uit te voeren. Het verweer slaagt en de vorderingen worden afgewezen.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 6 juli 2024 vervoeren van Girona, Spanje, naar Rotterdam, met vlucht HV5068 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
Skycop heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
Skycop vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 750,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 136,13 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
Skycop baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Skycop stelt dat de passagiers hun eventuele vorderingsrechten aan haar hebben overgedragen. Daarom moet de vervoerder haar de compensatie voldoen van € 250,- per persoon. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij betwist dat de passagiers hun eventuele vorderingsrechten aan Skycop hebben overgedragen. Daarnaast voert hij aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. [2]

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij en deze daar ook geen invloed op kon uitoefenen. [3]
4.3.
De vervoerder voert aan dat het toestel dat de vlucht zou uitvoeren op de voorgaande vlucht door bliksem werd getroffen. Uit veiligheidsoverwegingen moest daarom een inspectie plaatsvinden. Daarbij werd schade aan het toestel geconstateerd. Met deze schade mocht niet worden gevlogen. Ook was er zij geen reservetoestel beschikbaar op de luchthaven van Girona. Daarom moest hij de vlucht annuleren. Skycop betwist dit.
4.4.
Het betoog slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vlucht geannuleerd moest worden door de schade aan het toestel als gevolg van de blikseminslag en dat het om veiligheidsredenen niet toegestaan was om de vlucht alsnog met het beschadigde toestel uit te voeren. Een blikseminslag is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Daarmee was de annulering het gevolg van een buitengewone omstandigheid.
4.5.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om (de vertraging door) de annulering te voorkomen (en te beperken). De vervoerder stelt in dit verband dat Girona een buitenstation is en dat daarom geen alternatief vliegtuig beschikbaar was. De annulering kon dan ook niet worden voorkomen. Na de annulering heeft hij de passagiers de keuze geboden tussen omboeking en terugbetaling van de ticketkosten, waarbij zij hebben gekozen voor terugbetaling.
4.6.
Skycop betwist dit. Zij voert aan dat de vervoerder het toestel tijdelijk had kunnen repareren. Daarmee had het toestel de vlucht alsnog uit kunnen voeren. De vervoerder heeft dit weersproken. Volgens hem heeft de monteur geconstateerd dat het toestel niet geschikt was om te vliegen. De reparatie heeft uiteindelijk een aantal dagen in beslag genomen.
4.7.
Het verweer slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat het toestel door de blikseminslag en de daarbij behorende veiligheidsvoorschriften niet inzetbaar was voor de vlucht in kwestie en dat het ook niet mogelijk was om de schade tijdelijk te repareren. Daarmee was het noodzakelijk om de vlucht te annuleren. Vervolgens heeft hij de passagiers de vereiste bijstand geboden. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van hem kon worden verwacht. Skycop heeft in dit verband ook niets anders aangevoerd. Daarmee heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen. De vorderingen van Skycop zullen worden afgewezen.
4.8.
Skycop zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van Skycop, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt Skycop tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 288,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,
en veroordeelt Skycop tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt
,te vermeerderen met de kosten van betekening als Skycop niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Verordening.
2.Artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
3.Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.