Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5463

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
11864838 \ CV EXPL 25-3123
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230o lid 2 BWArt. 6:230v lid 3 BWArt. 6:230v lid 7 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke vernietiging incassokostenbeding wegens schending precontractuele informatieplichten

In deze civiele zaak tussen Zonduurzaam B.V. en een gedaagde partij heeft de kantonrechter ambtshalve getoetst of aan de (pre)contractuele informatieplichten is voldaan. De eisende partij heeft onvoldoende aangetoond dat zij de gedaagde op duidelijke en begrijpelijke wijze heeft geïnformeerd over het ontbindingsrecht, de kosten van terugzending en de vergoeding van redelijke kosten bij uitoefening daarvan, zoals vereist in artikel 6:230m lid 1 onder h, i en j BW.

De kantonrechter oordeelt dat de informatie niet expliciet aan de gedaagde is verstrekt en dat dit een schending van de informatieplichten oplevert. Als sanctie wordt de overeenkomst gedeeltelijk vernietigd, waardoor de betalingsverplichting van de consument met 20% wordt verminderd. Tevens wordt het incassokostenbeding in de algemene voorwaarden vernietigd vanwege oneerlijkheid, waardoor de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen.

De toewijsbare hoofdsom wordt vastgesteld op €10.244,80 na verrekening van een deelbetaling en vermindering met 20%. De wettelijke rente wordt toegewezen over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten, waaronder griffierecht en salaris gemachtigde, en een nasalaris voor eventuele nakosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechter M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.

Uitkomst: De betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20% en het incassokostenbeding wordt vernietigd wegens schending van informatieplichten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11864838 \ CV EXPL 25-3123
Uitspraakdatum: 6 mei 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Zonduurzaam B.V., mede handelend onder de naam
1KOMMA5
te Deventer
de eisende partij
gemachtigde: Straetus legal Oost
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 11 februari 2026 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om toe te lichten op welke wijze zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten en om zich uit te laten over het in dat tussenvonnis gegeven voorlopig oordeel over de oneerlijkheid van een incassokostenbeding in de algemene voorwaarden. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.

2.De verdere beoordeling

Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.1.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan artikel 6:230v lid 3 BW.
2.2.
De eisende partij stelt ook te hebben voldaan aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW. Ter onderbouwing hiervan heeft zij haar algemene voorwaarden en twee getekende offertes dan wel overeenkomsten overgelegd, voorzien van een toelichting. Uit deze toelichting en stukken blijkt echter niet (voldoende) dat zij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan de informatieplicht(en) als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder h, i en j BW heeft voldaan.
2.3.
De eisende partij stelt namelijk dat de informatie over het ontbindingsrecht en de kosten van terugzending en de verplichting tot vergoeding van de redelijke kosten van de handelaar bij de uitoefening daarvan (als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder h, i en j BW) is opgenomen in de toepasselijke algemene voorwaarden. De kantonrechter is van oordeel dat de gedaagde partij hiermee niet op duidelijke en begrijpelijke wijze op de hoogte is gebracht van deze informatie. De gedaagde partij had er vóór het sluiten van de overeenkomst tenminste expliciet op moeten worden gewezen dát deze informatie in de algemene voorwaarden te vinden is. Niet gesteld of gebleken is dat daaraan is voldaan. Voor deze schending(en) zal een sanctie worden toegepast.
Ambtshalve toetsing van de contractuele informatieplicht
2.4.
De eisende partij stelt ook te hebben voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW. Zoals hiervoor overwogen bevatten de overeenkomsten niet alle in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie. Daarin ontbreekt namelijk informatie over het ontbindingsrecht en de kosten van terugzending en de verplichting tot vergoeding van de redelijke kosten van de handelaar bij de uitoefening daarvan. De eisende partij heeft niet gesteld dat zij deze informatie op een andere manier aan de gedaagde partij heeft verstrekt. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast.
Welke sanctie hoort hierbij?
2.5.
De schending met betrekking tot het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de gedaagde partij zijn verstrekt, maar ten hoogste met twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Omdat deze termijn al is verstreken en niet is gesteld of gebleken dat de gedaagde partij de overeenkomst binnen die termijn heeft willen herroepen, zal aan dit gebrek enkel de hieronder te noemen sanctie worden verbonden.
2.6.
Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie [1] en onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 [2] moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.
2.7.
De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schending(en) de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn [3] gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20%.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.8.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat het incassokostenbeding in artikel 3 van Pro de algemene voorwaarden voorlopig oneerlijk is. De kantonrechter ziet geen reden om daar nu anders over te denken. Dat de eisende partij, zoals zij stelt, nooit uitvoering heeft gegeven aan dit beding, doet aan de oneerlijk daarvan niet af. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is namelijk voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van algemene voorwaarden niet relevant. Het beding moet immers worden beoordeeld naar het moment waarop de overeenkomst is aangegaan en beslissend is daarom niet of en hoe de handelaar het beding heeft toegepast, maar hoe het zou kunnen worden toegepast. Daarom vernietigt de kantonrechter dit beding. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen.
Wat is toewijsbaar?
2.9.
Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 10.544,80 aan hoofdsom toewijsbaar
(€ 13.181,00 x 0.80).
2.10.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over het toewijsbare gedeelte van de hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
2.11.
De gedaagde partij heeft een deelbetaling gedaan van € 300,-. Deze deelbetaling strekt in mindering op de toewijsbare hoofdsom. Dit maakt dat een bedrag van € 10.244,80 zal worden toegewezen.
Conclusie en proceskosten
2.12.
De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.
2.13.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het opstellen van de akte komen echter voor rekening van de eisende partij omdat het aan haarzelf te wijten was dat het nodig was om deze kosten te maken. Daarbij wordt de gedaagde partij ook veroordeeld tot betaling van € 144,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 10.244,80, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 19 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 120,78;
griffierecht € 1.461,00;
salaris gemachtigde € 432,00;
3.3.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 144,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt;
3.4.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.HvJ EU 23 januari 2019, zaak C-430/17, ECLI:EU:C:2019:47 (Walbusch Walter Busch), punt 41; HvJ EU 10 juli 2019, zaak C-649/17, ECLI:EU:C:2019:576 (Amazon EU), punt 44.
2.Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.