Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5446

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
11546670 \ CV EXPL 25-1034
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieclaim wegens vluchtvertraging door buitengewone omstandigheden

AirHelp Germany GmbH vordert compensatie namens passagiers vanwege een vlucht van Transavia Airlines die op 1 augustus 2024 met meer dan drie uur vertraging aankwam op de eindbestemming. De passagiers hadden hun vorderingsrechten aan AirHelp overgedragen. De vervoerder stelt dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, waaronder latere vertrektijden opgelegd door de luchtverkeersleiding.

De kantonrechter stelt vast dat 26 minuten van de vertraging het gevolg waren van deze buitengewone omstandigheden, die niet inherent zijn aan de bedrijfsvoering van de vervoerder en waarop deze geen invloed had. Na aftrek van deze vertraging resteert een vertraging van minder dan drie uur, waardoor geen compensatieplicht ontstaat.

De vervoerder heeft bovendien alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging te beperken. AirHelp heeft onvoldoende betwist dat de vervoerder geen invloed had op de luchtverkeersleiding en niets aangevoerd dat meer van de vervoerder mocht worden verwacht. De vordering wordt daarom afgewezen en AirHelp wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vluchtvertraging wordt afgewezen omdat de vertraging deels het gevolg was van buitengewone omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11546670 \ CV EXPL 25-1034
Uitspraakdatum: 22 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn, Duitsland
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de commanditaire vennootschap
Transavia Airlines C.V.
gevestigd te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. G.I. Niesert (LVH advocaten)
De zaak in het kort
AirHelp vordert compensatie vanwege een langdurig vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk onder meer latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Het verweer slaagt en de vordering wordt afgewezen.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 1 augustus 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Fuerteventura, Spanje, met vlucht HV6705 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrechten overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 240,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 400,- per persoon. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. [2]

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen. [3]
4.3.
De vervoerder voert aan dat de vlucht met 3 uur en 3 minuten vertraging is aangekomen. 2 uur en 6 minuten van deze vertraging werden veroorzaakt door de doorwerking van vertraging van eerdere vluchten. 26 minuten waren het gevolg van een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. De vervoerder heeft niet toegelicht wat de oorzaak was van het resterende gedeelte van de vertraging van de vlucht.
4.4.
AirHelp heeft niet betwist dat 26 minuten van de vertraging van de vlucht in kwestie het gevolg waren van een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding, zodat dit vast staat. Als de luchtverkeersleiding een latere vertrektijd aan een toestel oplegt, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Daarmee waren 26 minuten van de vertraging van de vlucht het gevolg van een buitengewone omstandigheid.
4.5.
Naar het oordeel van de kantonrechter kan in het midden blijven in hoeverre het resterende gedeelte van de vertraging van de vlucht het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Bij een vertraging van meer dan drie uur mag de vertraging door buitengewone omstandigheden namelijk worden afgetrokken van de totale vertraging. Als de totale vertraging dan uitkomt op minder dan drie uur hebben de passagiers geen recht op compensatie. [4] In dit geval resteert, ook als vast zou komen te staan dat de het resterende gedeelte van de vertraging van de vlucht niet het gevolg zou zijn geweest van buitengewone omstandigheden, na aftrek van de vertraging door de latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding een vertraging van minder dan drie uur. Daarmee was de uiteindelijke langdurige vertraging van de vlucht het gevolg van deze buitengewone omstandigheid.
4.6.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. De vervoerder voert in dit verband aan dat hij geen invloed heeft op de besluiten van de luchtverkeersleiding. De vlucht is, zodra dat mogelijk was, zo spoedig mogelijk vertrokken.
4.7.
Het verweer slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder mocht worden verwacht en AirHelp heeft in dit verband ook niets aangevoerd. Daarmee heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. De vordering zal worden afgewezen.
4.8.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van AirHelp, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 434,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,
en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt
,te vermeerderen met de kosten van betekening als AirHelp niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Verordening.
2.Artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
3.Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.
4.HvJEU 4 mei 2017, C-315/15, ECLI:EU:C:2017:342.