Uitspraak
1.De procedure
2.Feiten
“(…)Bedreiging op zondag 1 februari 2026Een gemeentelid heeft aangegeven dat u haar heeft bedreigd naar afloop van de kerkdienst in de [naam kerk] op zondag 1 februari jl.
3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
4.De beoordeling van het verzoek
de vader van [betrokkene 4] is net vrijgekomen uit de gevangenis, dus pas maar op” en “
dit is geen bedreiging maar een belofte”. Deze vermeende bedreiging heeft volgens [verzoeker] een enorme impact gehad op [betrokkene 1] en haar gezin, zodanig dat zij daarvan een melding heeft gemaakt bij de politie. [verzoeker] heeft ter onderbouwing van de vermeende bedreiging een viertal verklaringen overgelegd. [verweerder] betwist dat zij [betrokkene 1] heeft bedreigd. Zij heeft toegelicht dat zij op de bewuste dag niet lekker in haar vel zat doordat zij vlak daarvoor te horen had gekregen dat haar vader ernstig ziek was en in de laatste levensfase zat. Daarnaast ervoer [verweerder] op het werk veel stress doordat het beklaagde gemeentelid erop stond dat zij als kosteres zou vertrekken en dat zij in persoon haar excuses aan hem zou aanbieden. Bovendien baalde [verweerder] ervan dat de verhoudingen tussen haar en [betrokkene 1] (voorheen een goede vriendin) sinds haar melding tegen het beklaagde gemeentelid steeds verder onder druk waren komen te staan. Toen zij [betrokkene 1] onder deze omstandigheden voorin in de kerk tegenkwam, heeft zij tegen haar gezegd dat zij niet in haar eentje naar het beklaagde gemeentelid toe durfde te gaan om haar excuses te maken en dat zij daarom haar ex-partner (de vader van haar zoon [betrokkene 4]) mee zou nemen als bescherming. Hierop heeft [betrokkene 1] haar broer gehaald en hebben zij juist [verweerder] bedreigd en uitgescholden. [verweerder] heeft later die dag haar excuses aan [betrokkene 1] aangeboden, omdat ze inzag dat de kerk niet de juiste plek was voor een dergelijk gesprek.