ECLI:NL:RBNHO:2026:5324

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
12109058 BM 26-692
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator voor openen bankrekening minderjarige bij conflict met ouders

De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 4 mei 2026 besloten een bijzondere curator te benoemen voor een minderjarige die onder toezicht staat en waarbij sprake is van een belangenconflict met haar ouders.

De minderjarige heeft het contact met haar ouders verbroken, en de ouders weigeren een bankrekening voor haar te openen. De voogd verzoekt daarom een bijzondere curator te benoemen om de minderjarige te vertegenwoordigen bij het openen van een of meer bankrekeningen en het installeren van internetbankieren.

De kantonrechter acht de benoeming noodzakelijk in het belang van de minderjarige, mede vanwege haar behoefte aan een eigen bankrekening voor (bij)baantjes en stagevergoeding. De voorgestelde bijzondere curator, de netwerkpleegmoeder, wordt benoemd tot het moment van meerderjarigheid van de minderjarige, met mogelijkheid tot eerder ontslag of verlenging.

De beschikking is in het openbaar uitgesproken en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het Gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: De kantonrechter benoemt een bijzondere curator om de minderjarige te vertegenwoordigen bij het openen van een bankrekening en het installeren van internetbankieren.

Uitspraak

beschikking
Handel, Kanton en Bewind
locatie Haarlem
Zaaknummer: 12109058 BM 26-692 sc
Uitspraakdatum: 4 mei 2026

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
postadres: postbus 12685, 1100 AR Amsterdam,
hierna ook te noemen: verzoeker,
betreffende:
[minderjarige] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
[adres] ,
hierna ook te noemen: [minderjarige] .
De kantonrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder] ,
en
[vader] ,
hierna gezamenlijk te noemen: de ouders.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 februari 2026 en
- de nadere informatie, ontvangen op 13 maart 2026.
De kantonrechter heeft afgezien van het houden van een mondelinge behandeling.

feiten

Voor zover de kantonrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden, wordt het ouderlijk gezag over [minderjarige] uitgeoefend door haar ouders.
Op [begindatum] is [minderjarige] onder toezicht gesteld met benoeming van de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers tot voogd, welke benoeming voortduurt tot [einddatum] met verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] tot [einddatum] .

beoordeling

Verzoeker, in de hoedanigheid van voogd van [minderjarige] , stelt dat sprake is van een conflict van belangen tussen [minderjarige] en haar ouders en verzoekt de kantonrechter een bijzondere curator te benoemen op grond van artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) ten behoeve van [minderjarige] .
Verzoeker stelt ook dat [minderjarige] het contact met haar ouders heeft verbroken en dat ten tijde van de contactbreuk de moeder de bankrekening van [minderjarige] heeft opgeheven en meermaals heeft aangegeven geen nieuwe bankrekening te willen openen. [minderjarige] , de hulpverlening en verzoeker hebben ook aan de vader gevraagd om een bankrekening te openen, maar ook hij weigert. Verzoeker acht een eigen bankrekening voor [minderjarige] noodzakelijk in het toewerken naar zelfstandigheid en volwassenheid. Ook heeft [minderjarige] een eigen bankrekening nodig ten behoeve van (bij)baantjes en de vergoeding van de stage die zij dient te doorlopen van haar opleiding.
Verzoeker stelt hiernaast dat de ouders het eens zijn met het onderhavige verzoek en dat de ouders vinden dat het openen van een bankrekening voor [minderjarige] via een juridisch proces geregeld moet worden.
Verzoeker stelt voor om [bijzonder curator] , zijnde de netwerkpleegmoeder van [minderjarige] , te benoemen tot bijzondere curator.
[minderjarige] staat achter de inhoud van het verzoek en stelt aanvullend dat haar stagevergoeding nu op de bankrekening van haar netwerkpleegmoeder wordt gestort en dat zij dat niet langer wenselijk vindt.
De kantonrechter is gezien het voorgaande van oordeel dat sprake is van mogelijke tegenstrijdige belangen tussen [minderjarige] aan de ene kant en haar ouders aan de andere kant. In het kader van het toezicht op het vermogen van de minderjarige acht de kantonrechter daarom benoeming van een bijzondere curator in het belang van [minderjarige] . Gelet op de stukken is de kantonrechter van oordeel dat voldaan is aan de voorwaarden voor benoeming van een bijzondere curator volgens artikel 1:250 BW Pro, zodat zij tot benoeming hiervan zal overgaan.
De kantonrechter geeft de volgende opdracht aan de bijzondere curator: de kantonrechter verzoekt de bijzondere curator om een of meer bankrekeningen te openen op naam van [minderjarige] en om [minderjarige] te helpen bij het installeren van internetbankieren.
De kantonrechter zal de benoeming tot [einddatum] laten duren in verband met de meerderjarigheid van [minderjarige] op dat moment. Mocht de bijzondere curator eerder ontslagen wensen te worden, kan zij dit de rechtbank schriftelijk in overweging geven. Indien verlenging in haar visie nodig is, kan zij daartoe zo nodig op termijn een verzoek indienen.
De kantonrechter zal de voorgestelde bijzondere curator benoemen omdat tegen deze benoeming geen bezwaar bestaat.

beslissing

De kantonrechter:
- benoemt tot bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , teneinde haar te vertegenwoordigen ter zake van het op naam van [minderjarige] openen van bankrekening(en) en het installeren van internetbankieren:
[bijzonder curator] .
Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. Merkus, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak (dit dient te geschieden door een advocaat).