Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5177

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
C/15/377752 / JU RK 26-706
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.3 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor vermiste minderjarige

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarig meisje dat sinds februari 2026 vermist is. De minderjarige heeft een kwetsbare achtergrond met traumatische ervaringen, een beneden gemiddeld cognitief niveau en emotionele ontwikkelingsachterstand. Ondanks eerdere hulpverlening en ondertoezichtstelling is zij herhaaldelijk weggelopen en onttrekt zij zich aan toezicht, waardoor ernstige zorgen bestaan over haar fysieke en seksuele veiligheid.

De GI verzoekt om een spoedmachtiging voor een gesloten plaatsing van twee weken, gevolgd door een machtiging voor zes maanden gesloten jeugdhulp. De kinderrechter oordeelt dat een gesloten setting noodzakelijk is om de veiligheid van de minderjarige te waarborgen en verdere schade te voorkomen. Er is een ernstig vermoeden van ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die een gesloten instelling vereisen.

De kinderrechter machtigt de GI om de minderjarige per direct uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor de duur van twee weken. Binnen 24 uur na plaatsing zal een gedragswetenschapper de minderjarige bezoeken en horen. De verdere behandeling van het verzoek wordt aangehouden en op een nader te bepalen zitting voortgezet. Belanghebbenden worden tijdig opgeroepen. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp voor twee weken en houdt de verdere behandeling aan.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/377752 / JU RK 26-706
Datum uitspraak: 8 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de stiefvader],
hierna te noemen: de stiefvader,
wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 8 mei 2026;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper op basis van het dossier van 8 mei 2026.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] is sinds 19 februari 2026 vermist.
2.3.
Bij beschikking van de rechtbank Limburg van 2 december 2025 is [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van drie maanden met ingang van
2 december 2025, welke beslissing bij beschikking van 12 december 2025 is bekrachtigd en waarbij aansluitend de ondertoezichtstelling is uitgesproken tot 12 december 2026. Tevens is een machtiging afgegeven om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 16 december 2025 tot 2 maart 2026, alsmede een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 2 maart 2026 tot 12 december 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt opnieuw een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
3.2.
De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] is een sociaal, zorgzaam en gevoelig meisje dat sterk gericht is op contact met anderen. Tegelijkertijd is sprake van een kwetsbaar meisje dat in haar leven al veel ingrijpende gebeurtenissen heeft meegemaakt. Ze heeft te maken gehad met langdurige spanning tussen ouders, meerdere wisselingen van woon- en verblijfplekken, traumatische ervaringen en verlieservaringen die grote impact op haar hebben gehad. Daarnaast functioneert [de minderjarige] op een beneden gemiddeld cognitief niveau en is sprake van een emotionele ontwikkeling die achterloopt ten opzichte van haar kalenderleeftijd. Hierdoor heeft [de minderjarige] moeite met het overzien van gevolgen, het reguleren van emoties en het herkennen van onveilige situaties of intenties van anderen. [de minderjarige] is sterk beïnvloedbaar en zoekt veel bevestiging bij anderen, waardoor zij extra kwetsbaar is voor negatieve invloeden en risicovolle contacten. Ondanks de ingezette hulpverlening blijven er ernstige zorgen ontstaan over de veiligheid en ontwikkeling van [de minderjarige] . Er is sprake van hardnekkig wegloopgedrag en [de minderjarige] onttrekt zich herhaaldelijk aan toezicht en begeleiding waardoor zij terechtkomt in ernstige onveilige situaties.
4.2.
Er bestaan grote zorgen om haar fysieke en seksuele veiligheid, mede doordat tijdens wegloopmomenten vaak onbekend is waar [de minderjarige] verblijft, met wie zij contact heeft en welke risico’s zij loopt. Ook is er sprake van traumatische ervaringen tijdens wegloopmomenten, middelengebruik en automutilerend gedrag. Ouders zijn onvoldoende in staat om [de minderjarige] veiligheid, begrenzing en toezicht te bieden, ondanks hun betrokkenheid en inzet. Open hulpverlening en eerdere open plaatsingen bleken onvoldoende toereikend om haar veiligheid te waarborgen
4.3.
[de minderjarige] is sinds 19 februari 2026 vermist en heeft zich gedurende langere tijd weten te onttrekken aan zowel de GI als politie. Ondanks intensieve inspanningen is er nog altijd onvoldoende zicht op haar verblijfplaats, leefomstandigheden en veiligheid. Er is slechts sporadisch contact met haar, waarbij meerdere zorgwekkende signalen naar voren zijn gekomen. Zo heeft [de minderjarige] aangegeven “werk” te hebben waarbij zij “bezorgt”, zonder verdere uitleg te willen geven over de aard van deze werkzaamheden. Daarnaast verblijft zij bij een onbekende vrouw met meerdere kinderen in huis, waarbij onduidelijk is in welke omstandigheden zij daar verblijft en welke volwassenen hierbij betrokken zijn. Tijdens haar vermissing heeft [de minderjarige] een tattoo laten zetten en een nieuwe telefoon gekregen. Gezien haar leeftijd, haar beïnvloedbaarheid, haar voorgeschiedenis en het ontbreken van zicht op haar netwerk, roept dit ernstige zorgen op over mogelijke uitbuiting, grensoverschrijdende contacten en betrokkenheid van derden die misbruik maken van haar kwetsbaarheid.
4.4.
De GI is van mening dat gezien het voorgaande een gesloten plaatsing noodzakelijk is. Alleen binnen een gesloten setting kan de fysieke veiligheid van [de minderjarige] voldoende worden gewaarborgd en kan worden voorkomen dat zij zich opnieuw onttrekt aan hulpverlening en toezicht. Daarnaast is een gesloten setting noodzakelijk om rust, stabiliteit, observatie, begrenzing en intensieve behandeling op gang te brengen. Zonder gesloten kader bestaat een zeer groot risico dat [de minderjarige] opnieuw verdwijnt, in risicovolle contacten terechtkomt en verder beschadigd raakt in haar ontwikkeling. De gesloten setting is tevens noodzakelijk om zicht te krijgen op de aard en ernst van de huidige risico’s, waaronder mogelijke seksuele uitbuiting, beïnvloeding door derden en andere vormen van grensoverschrijdend gedrag.
4.5.
De betrokken jeugdzorgwerker van de GI geeft aan dat er op 7 mei 2026 contact is geweest met de politie naar aanleiding van een anonieme melding over de mogelijke verblijfplaats van [de minderjarige] . De politie heeft aangegeven op 8 mei 2026 naar het betreffende adres te gaan om te controleren of [de minderjarige] daar verblijft en als zij daar verblijft zal zij direct worden meegenomen. Voorwaarde vanuit politie is echter dat er op dat moment een concrete verblijfplek voor [de minderjarige] beschikbaar is.
4.6.
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
4.7.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken.
4.8.
Door de gedragswetenschapper is op 8 mei 2026 een instemmingsverklaring afgegeven zonder met [de minderjarige] te hebben gesproken. De kinderrechter acht op basis van de stukken voldoende aannemelijk geworden dat onderzoek door een gedragswetenschapper in de onderhavige situatie op een andere wijze niet mogelijk was. De kinderrechter gaat ervan uit dat de jeugdige binnen 24 uur na plaatsing alsnog zal worden gesproken door de gedragswetenschapper en er een aanvullende verklaring van de gedragswetenschapper zal worden verstrekt.
4.9.
De GI, [de minderjarige] , haar advocaat en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld ter zitting hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een spoedmachtiging om
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 8 mei 2026 tot 22 mei 2026;
5.2.
bepaalt dat de minderjarige binnen 24 uur na plaatsing zal worden bezocht en gehoord door een gedragswetenschapper;
5.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voorzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;
5.4.
bepaalt dat de griffier de GI, de vader, de moeder, de stiefvader, [de minderjarige] en haar advocaat tijdig zal oproepen voor die zitting.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026 door
mr. N. Cuvelier, kinderrechter, en op schrift gesteld en ondertekend door mr. M.M. van Weely, kinderrechter, op 11 mei 2026 in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).