De heer [naam 1] is in 2025 overleden. Hij liet een nalatenschap na met drie kinderen, waarvan één minderjarig, en een langstlevende echtgenote die tevens executeur en testamentair bewindvoerder was. De verzoeker, de ex-echtgenote van de overledene, verzocht het ontslag van de executeur en testamentair bewindvoerder vanwege vermeende belangenverstrengeling, tekortschieten in informatieverstrekking en het verlaten van de woning waar de minderjarige woonde.
De executeur voerde verweer en stelde dat zij haar taken zorgvuldig uitvoert, een voorlopige boedelbeschrijving heeft opgesteld en dat de nalatenschap complex is vanwege een bedrijf dat gewaardeerd moet worden. Zij stemde in met ontslag als testamentair bewindvoerder en was akkoord met de benoeming van een professionele opvolger.
De kantonrechter oordeelde dat de verzoeker ontvankelijk is en dat de wettelijke verdeling van toepassing is, waardoor de langstlevende echtgenote de nalatenschap beheert. Er was geen sprake van tekortschieten door de executeur en onvoldoende feitelijke gronden voor ontslag. Het verzoek tot ontslag als testamentair bewindvoerder werd toegewezen, met benoeming van een professionele bewindvoerder. Het tegenverzoek van de bijzonder curator tot ontslag werd eveneens toegewezen. De overige verzoeken, waaronder het verbod op vervreemding van de woning, werden afgewezen.