Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
De rechtbank wijst de vorderingen van Janshuys af.
1.De procedure
- de akte wijziging eis van 19 februari 2026 van de zijde van Janshuys,
2.De feiten
as is, where is”). Ook vermeldt de brochure dat de gemeente een recht van overpad wil vestigen ten behoeve van Liander in verband met het achter de percelen gelegen trafohuis en dat de aanwezige vuilcontainers en eventueel andere gemeentelijke eigendommen ter plaatste door de gemeente zullen worden verwijderd. In de brochure is een kadastrale kaart opgenomen. Daarop is te zien dat tussen de percelen ([kadaster nummer 1] en [kadaster nummer 2]) aan de [straat 1] [nummer 1]-[nummer 2], een strook grond ligt (met kadastraal nummer [kadaster nummer 4]). Deze strook grond zou eigendom blijven van de gemeente.
dataroom”) waarin zij technische, commerciële en juridische informatie over de te koop aangeboden percelen ter beschikking stelde aan gegadigden.
as is, where is”. Dat wil volgens de overeenkomst zeggen: “
in de staat ten tijde van de datum van deze overeenkomst met alle aan de Onroerende zaak verbonden rechten en plichten, alsmede eventuele zichtbare en onzichtbare gebreken en zonder garantie van enig soort, waaronder de met betrekking tot de technische, bouwkundige […] aspecten van de Onroerende zaak. […]Koper aanvaardt uitdrukkelijk het risico voortvloeiende uit de “as is, where is” koop en levering en doet afstand van alle rechten voortvloeiende uit de artikelen 7:15 en 7:17 van het Burgerlijk Wetboek.”
situatietekening recht van opstal kabels en leidingen”ontbreekt.
3.Het geschil
dataroom. Daarnaast geldt dat Janshuys erop mocht vertrouwen dat de kabels en leidingen in de gekochte percelen verlegd zouden zijn op het moment van de eigendomsoverdracht van de percelen aan Janshuys, of uiterlijk op 1 september 2022. In het verkoopproces is door de makelaar namelijk tegen Janshuys gezegd dat de aanwezige kabels en leidingen door de gemeente verlegd zouden worden naar de doorgang van de toekomstige poort (de strook grond tussen de percelen [kadaster nummer 1] en [kadaster nummer 2] aan de [straat 1] [nummer 1]-[nummer 2]) en dat op die strook grond een erfdienstbaarheid zou moeten worden gevestigd ten behoeve van Liander. Bij ondertekening van de koopovereenkomst is vervolgens tegen Janshuys gezegd dat de erfdienstbaarheid niet langer gevestigd hoeft te worden, omdat de strook grond waarnaar de kabels en leidingen verlegd zouden zijn of worden eigendom zou blijven van de gemeente. Volgens Janshuys is daarom bijlage 8 - een situatietekening van de kabels en leidingen - uiteindelijk uit de koopovereenkomst gelaten. Omdat de percelen zijn geleverd zonder dat de kabels en leidingen verlegd waren, is sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. Verder heeft de gemeente ook na levering haar spreekrecht geschonden, door geen informatie te geven over haar contacten en afspraken met Liander.
Subsidiair stelt Janshuys dat zij gedwaald heeft bij het sluiten van de koopovereenkomst. Zij was namelijk in de (onjuiste) veronderstelling dat de percelen geschikt waren voor bebouwing zonder aanzienlijke beperkingen.
De gemeente is daarom volgens Janshuys aansprakelijk voor alle door haar geleden en nog te lijden schade.
De gemeente voert ten aanzien van het subsidiaire beroep van Janshuys op dwaling ook aan dat aan die vordering een voldoende belang ontbreekt, omdat aan dat beroep geen rechtsgevolg (vernietiging) is verbonden. Het honoreren van het beroep op dwaling zou tot vernietiging van de koopovereenkomst leiden en niet tot schadevergoeding, zodat de verwijzing naar de schadestaatprocedure op grond van dwaling volgens de gemeente ook niet toewijsbaar is.
De gemeente voert verder aan dat Janshuys bij het aangaan van de koopovereenkomst wist dat er kabels en leidingen lagen en dat die dus nog verlegd moesten worden voordat met bouwproject kon worden gestart. Janshuys heeft zich daarvan klaarblijkelijk onvoldoende rekenschap gegeven. Janshuys heeft de percelen “as is, where is” gekocht en was zelf verantwoordelijk voor het verleggen van de kabels en de leidingen. De gemeente heeft nooit toegezegd dat de kabels en leidingen bij de eigendomsoverdracht zouden zijn verlegd. Dat is ook niet door de makelaar gezegd. De mededeling van de makelaar dat de gemeente de kabels en leiding wel zou gaan verleggen, is niet namens de gemeente gedaan en bindt de gemeente niet. Er was geen verplichting voor de gemeente tot verlegging. Janshuys heeft vooraf ook niet gevraagd wanneer de kabels en leidingen dan verlegd zouden gaan worden. Zoals uit de WOO-procedure blijkt, was het aanvankelijk wel de bedoeling van de gemeente was om de kabels en leidingen te laten verleggen voorafgaand aan de verkoop van de percelen en dat daarvoor al contact was gelegd met Liander , maar de gemeente heeft dat tijdens het verkoopproces niet met bieders (en dus ook niet met Janshuys) gedeeld. Die informatie was Janshuys tijdens het verkoopproces dus niet bekend, zodat zij daaraan dan ook geen verwachtingen kon ontlenen. De gemeente heeft de kabels en leidingen uit coulance laten verleggen. Als er al een verplichting zou zijn voor de gemeente om de kabels en leidingen na 1 september 2022 te verleggen, is geen sprake van verzuim. Janshuys heeft de gemeente immers niet in gebreke gesteld. De vertraging in de uitvoering van de verleggingswerkzaamheden is bovendien deels aan Janshuys zelf te wijten, doordat zij Liander geruime tijd geen toegang gaf tot de percelen. Ten slotte heeft de gemeente nog aangevoerd dat Janshuys haar schadevergoedingsvordering onvoldoende heeft onderbouwd.
4.De beoordeling
De rechtbank zal daarom beoordelen of van niet-nakoming sprake is. Die vraag beantwoordt de rechtbank ontkennend en zij legt dat hierna uit. De rechtbank komt daarom ook toe aan de vraag of Janshuys gedwaald heeft.
vóór 1 september 2022door de gemeente zouden zijn verlegd. De makelaar zegt zowel in zijn e-mail van 22 februari 2023 (zie onder ) als tegenover de rechter-commissaris als getuige dat met (bestuurders van) Janshuys over verlegging door de gemeente is gesproken, maar dat daarbij geen datum is genoemd. Hij heeft alleen gezegd dat de gemeente de kabels en de leidingen zou gaan verleggen.
een spreekplichtgold om haar op de hoogte te stellen van het verloop van haar contacten nadien met Liander over het verleggen van de kabels en leidingen en de periode waarin een en ander gerealiseerd zou worden.
Janshuys wist van de aanwezigheid van de kabels en leidingen en wist in september 2022, zo verklaarde haar bestuurder Kuiper als getuige, dat ze niet verlegd waren. Het lag daarmee op haar weg om daarover contact met de gemeente op te nemen, wat zij vanaf januari 2023 ook gedaan heeft. Dat laat overigens onverlet dat de gemeente in de eerste helft van 2023 voortvarender en transparanter had kunnen reageren op de brieven van Janshuys, onder meer over haar voornemen de kabels en leidingen toch (uit coulance) te verleggen, mede gelet op de start-bouw-termijn zoals die was opgenomen in de overeenkomst met Janshuys.Overigens heeft de gemeente Janshuys op 28 juni 2023 toegezegd geen beroep te zullen doen op de start-bouw-termijn zoals die was opgenomen in de overeenkomst met Janshuys.
De rechtbank heeft aanzien van de primaire vordering al overwogen dat Janshuys er op grond van de informatie die zij ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst (en het passeren van de leveringsakte) had, niet vanuit kon gaan dat de gemeente de kabels en leidingen vóór 1 september 2022 zou verwijderen. De rechtbank wijst deze vordering van Janshuys daarom ook af. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat afgezien daarvan geldt dat artikel 6:228 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) bepaalt dat een overeenkomst
vernietigbaaris als deze tot stand is gekomen onder invloed van dwaling. Weliswaar heeft Janshuys een beroep op dwaling gedaan, maar zij heeft vervolgens niet de koopovereenkomst vernietigd en zij vordert dat ook niet in deze procedure. Een beroep op dwaling (alleen) biedt verder op zichzelf geen wettelijke grondslag voor betaling van schadevergoeding. Dat betekent dat het subsidiaire beroep van Janshuys op dwaling niet het door haar gewenste effect kan hebben en Janshuys dus onvoldoende belang heeft bij toewijzing van haar subsidiaire vordering.