Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
1. diefstal vergezeld van bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
2. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
7.Vordering benadeelde partijen schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
jeugddetentievoor de duur van
140(
honderdveertig)
dagen.
negenentachtig)
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van
twee jaren.
51(
éénenvijftig)dagen, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet al op een andere straf in mindering is gebracht.
- zich meldt bij de gecertificeerde instelling de Jeugd- en Gezinsbeschermers, afdeling jeugdreclassering, en zich daarna gedurende de proeftijd en op de door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal blijven melden bij deze instelling, zo vaak en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht;
- meewerkt en blijft meewerken aan begeleiding en coaching door de Zware Jongens, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
- zich inzet om zijn dagbesteding in de vorm van werk te behouden;
- naar school gaat volgens het schoolrooster (per ingang van schooljaar 2026-2027).
200(
tweehonderd)
urentaakstraf in de vorm van een
werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 100 (
honderd) dagen jeugddetentie.
vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [de benadeelde partij 1]gedeeltelijk toe tot een bedrag van
€ 495,46en veroordeelt de verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 september 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 495,46,vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 september 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 0 dagen gijzeling.
vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [de benadeelde partij 4]gedeeltelijk toe tot een bedrag van
€ 9.674,94bestaande uit € 6.674,94 voor de materiële schade en € 3.000,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente
€ 9.674,94, vermeerderd met de wettelijk rente
vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [de benadeelde partij 3]gedeeltelijk toe tot een bedrag van
€ 8.976,77,bestaande uit € 5.976,77 voor de materiële schade en
€ 8.976,77, vermeerderd met de wettelijke rente
vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [de benadeelde partij 5]geleden immateriële schade tot een bedrag van
€ 2.500,00en veroordeelt de verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 2.500,00te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 september 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 0 dagen gijzeling.