Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5012

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
K/4101/11904776
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:904 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vernietiging bindend advies Geschillencommissie airconditioning

Partijen sloten in april 2019 een overeenkomst waarbij een airco werd geïnstalleerd in de woning van eiser. Ondanks meerdere herstelpogingen functioneerde de airco niet naar verwachting, wat leidde tot een klacht bij de Geschillencommissie. Deze verklaarde de klacht ongegrond in een bindend advies van juli 2025.

Eiser vorderde vernietiging van het bindend advies wegens procedurele onzorgvuldigheden, zoals het ontbreken van deskundigenonderzoek en haar afwezigheid bij de mondelinge behandeling vanwege ziekte. De rechtbank oordeelde dat vernietiging slechts mogelijk is bij ernstige gebreken en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarom het ontbreken van deskundigenonderzoek en haar afwezigheid het advies onaanvaardbaar maken.

De rechtbank stelde vast dat de airco functioneert en dat de klachten onvoldoende zijn gemotiveerd. Ook was het niet onredelijk dat de Geschillencommissie zonder eiser tot een beslissing kwam. Daarom blijft eiser gebonden aan het bindend advies en worden haar vorderingen afgewezen. Eiser is veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Verzoek tot vernietiging bindend advies afgewezen; partijen blijven gebonden aan het advies en vorderingen van eiser worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11904776 \ CV EXPL 25-3589
Vonnis van 8 april 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
vertegenwoordigd door dhr. D.J. Buringa
De zaak in het kort
In deze zaak draait het om de vraag of een bindend advies van de Geschillencommissie moet worden vernietigd. De kantonrechter oordeelt dat dit niet het geval is, omdat onvoldoende gesteld en onderbouwd is dat gebondenheid aan die beslissing naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dat partijen gebonden blijven aan de uitspraak van de Geschillencommissie heeft tot gevolg dat de vorderingen van de eisende partij worden afgewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 september 2025
- de conclusie van antwoord van [gedaagde]
het tussenvonnis van 19 november 2025
- de mondelinge behandeling van 12 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitaantekeningen van [eiser]
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
In april 2019 hebben partijen een overeenkomst gesloten op basis waarvan [gedaagde] op 3 mei 2019 een airco (binnen- en buitenunit) van het merk Daikin met een vermogen van 2.5 KW heeft geïnstalleerd in de woning van [eiser] . De binnenunit hangt in de slaapkamer van [eiser] . [eiser] heeft hiervoor € 1.925,00 aan [gedaagde] betaald.
2.2.
In de offerte en factuur die [eiser] van [gedaagde] heeft ontvangen staat dat de airco geschikt is voor ruimtes tot 80 m3.
2.3.
De bovenverdieping van de woning van [eiser] bestaat uit twee slaapkamers en een hal. Eén van de slaapkamers is in twee delen gesplitst door middel van een roomdivider.
2.4.
Na een melding van [eiser] in juni 2019 dat de airco niet goed werkt, constateert [gedaagde] dat de printplaat kapot is. Op 25 juni 2019 vervangt [gedaagde] daarom kosteloos het buitenunit van de airco.
2.5.
[eiser] blijft vervolgens bij [gedaagde] melden dat het niet mogelijk is om met de airco de gehele bovenverdieping van haar woning te koelen / te verwarmen, terwijl dit wel aan haar zou zijn toegezegd. Naar aanleiding van deze meldingen vervangt [gedaagde] kosteloos op 21 januari 2020 de airco voor een nieuwe airco met een vermogen van 3.5 KW die geschikt zou zijn voor ruimtes tot 115 m3.
2.6.
Ook daarna blijf [gedaagde] van [eiser] meldingen ontvangen dat de airco nog steeds onvoldoende koelt en er sprake is van lekkage. Op 25 mei 2020 ontvangt [eiser] van de voormalige bedrijfsleider van [gedaagde] een e-mail waarin, voor zover van belang, het volgende, is opgenomen.
‘Ik heb alles nogmaals besproken met [naam] en wij zijn tot de conclusie te komen dat de wens om beide kamers te koelen/verwarmen niet gaat lukken. Zelfs bij een andere locatie is dit twijfelachtig. Hiermee kom ik dan ook tot de conclusie dat dit advies niet goed is geweest.’
2.7.
Door [gedaagde] worden tussen mei 2020 en augustus 2023 diverse (herstel)werkzaamheden uitgevoerd, waarbij op 31 augustus 2023 de airco een paar centimeter wordt verplaatst zodat de lucht uit de airco zich beter over de bovenverdieping kan verspreiden. Op 3 oktober 2023 laat [eiser] [gedaagde] echter weten dat het verplaatsen niet het door haar gewenste effect heeft en dat de verschillende ruimtes nog steeds niet koud worden.
2.8.
In maart 2024 dient [eiser] een klacht in bij de Geschillencommissie Airconditioning. In haar klacht geeft [eiser] aan dat de airco niet goed genoeg koelt en deze nog altijd lekt. In het bindend advies van 29 juli 2025 oordeelt de Geschillencommissie dat de klacht van [eiser] ongegrond is.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert, nadat zij haar vordering heeft gewijzigd, - samengevat – vernietiging van het bindend advies. Na vernietiging van het bindend advies vordert [eiser] ontbinding van de tussen partijen gesloten overeenkomst, terugbetaling van de koopprijs, vervangende schadevergoeding, wettelijke rente en herstel van de gevel van haar woning.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat de procedure bij de Geschillencommissie op meerdere punten onzorgvuldig is verlopen. Zo heeft er geen onderzoek door een deskundige plaatsgevonden. Daarnaast kon [eiser] , vanwege ziekte, niet bij de mondelinge behandeling van haar klacht aanwezig zijn. Het bindend advies van de Geschillencommissie is daardoor niet op een zorgvuldige wijze tot stand gekomen, waardoor gebondenheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kan worden verlangd en het advies moet worden vernietigd. Verder voert [eiser] aan dat de door [gedaagde] geleverde airco niet voldoet aan de overeenkomst die partijen hebben gesloten. Toegezegd was dat de airco de hele bovenverdieping kon koelen, verwarmen en ontvochtigen, maar dat blijkt niet zo te zijn. Ondanks dat [gedaagde] maar liefst 11 keer bij [eiser] is langs geweest om haar klachten te verhelpen en herstelwerkzaamheden uit te voeren, koelt de airco nog altijd niet voldoende en lekt deze nog steeds. Omdat [gedaagde] tekort is geschoten en herstel is uitgebleven, wil [eiser] dat de overeenkomst, na vernietiging van het bindend advies, wordt ontbonden. Als gevolg van deze ontbinding moet [gedaagde] de door [eiser] betaalde koopsom van € 1.925,00 terugbetalen. Daarnaast maakt [gedaagde] aanspraak op vervangende schadevergoeding van € 6.622,18. Deze schadevergoeding bestaat uit de kosten die zij moet maken om door een derde een airco-systeem te laten plaatsen waarmee wel de hele bovenverdieping kan worden gekoeld. Omdat de airco die [gedaagde] heeft geplaatst dan verwijderd moet worden, moet [gedaagde] de muur waarop de airco heeft gehangen, herstellen.
3.3.
[gedaagde] betwist dat aan [eiser] is toegezegd dat het mogelijk is om met slechts één unit de hele bovenverdieping te koelen. Ondanks dat heeft zij er alles aan gedaan om de klachten die [eiser] had te verhelpen en heeft zij tot tweemaal toe een nieuwe airco geplaatst. Nadat de airco in augustus 2023 is verplaatst, heeft [gedaagde] geen meldingen over lekkages meer ontvangen. [gedaagde] was dan ook verbaasd over de klacht die [eiser] in 2024 bij de Geschillencommissie heeft ingediend. Volgens [gedaagde] is de procedure bij de Geschillencommissie correct verlopen en is het aan [eiser] zelf te wijten dat er geen deskundigenonderzoek heeft plaatsgevonden. De datum voor dit onderzoek is vooraf namelijk zowel per brief als via de portal van de Geschillencommissie aan [eiser] kenbaar gemaakt. Zij had hier dan ook van op de hoogte kunnen zijn. Ondanks dat [eiser] vanwege ziekte niet aanwezig kon zijn bij de mondelinge behandeling, achtte de Geschillencommissie het mogelijk om de zaak inhoudelijk te behandelen en een beslissing te nemen.

4.De beoordeling

4.1.
De vraag waar het in deze zaak ten eerste om draait is of het bindend advies van de Geschillencommissie vernietigd moet worden. De kantonrechter oordeelt dat dit niet het geval is. Dit wordt als volgt toegelicht.
4.2.
Een bindend advies kan alleen worden vernietigd indien gebondenheid daaraan in verband met de inhoud of wijze van totstandkoming daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. [1] Dit criterium vraagt terughoudendheid van de rechter aan wie een bindend advies ter vernietiging wordt voorgelegd. Het gaat er immers niet om dat de kantonrechter zijn oordeel over de zaak in de plaats stelt van het oordeel van de Geschillencommissie. Dat brengt mee dat voor vernietiging van een bindend advies slechts ruimte is indien de inhoud of de wijze van totstandkoming van het bindend advies ernstige gebreken vertoont. Voor vernietiging is geen ruimte indien de grenzen waarbinnen redelijk denkende mensen van mening kunnen verschillen, niet zijn overschreden. Niettemin zal getoetst moeten worden of de fundamentele beginselen van procesrecht, zoals de eis dat de beslissing op een deugdelijk onderzoek gebaseerd is en dat het beginsel van hoor- en wederhoor is toegepast, in acht zijn genomen
4.3.
[eiser] is van mening dat het bindend advies tot stand is gekomen op een wijze die strijdig is met een behoorlijke procesorde. Zij heeft hiertoe allereerst aangevoerd dat er geen deskundigenonderzoek heeft plaatsgevonden door de Geschillencommissie. Op 12 juni 2025 heeft de Geschillencommissie [eiser] bericht dat de procedure zal worden voortgezet zonder deskundigenonderzoek. Dit heeft de Geschillencommissie besloten nadat een eerder deskundigenonderzoek niet plaats had kunnen vinden, omdat [eiser] niet op de hoogte zou zijn geweest van de datum. De beslissing van de Geschillencommissie moet, gelet op wat hiervoor is overwogen, terughoudend worden getoetst. De enkele omstandigheid dat er geen onderzoek heeft plaatsgevonden, maakt dus niet per definitie dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om het advies bindend te laten zijn. Daarvoor is meer nodig. Het had dan ook op de weg van [eiser] gelegen om duidelijk aan te geven welke concrete standpunten door het ontbreken van onderzoek niet door de Geschillencommissie zijn meegenomen in haar beslissing. Dit heeft [eiser] nagelaten.
4.4.
Daar komt bij dat [eiser] onvoldoende heeft toegelicht en onderbouwd wat in dit geval de meerwaarde van een onderzoek door een deskundige was geweest. Het belangrijkste geschilpunt is namelijk of de airco voldoet aan hetgeen [eiser] daar op basis van de tussen partijen gesloten overeenkomst van mocht verwachten. De beantwoording van die vraag vergt een juridische beoordeling en het is niet aan een deskundige om een dergelijke vraag te beantwoorden. Het belang van een deskundigenonderzoek had dan ook slechts kunnen zijn dat een deskundige vast had kunnen stellen of de airco al dan niet lekt en of deze normaal functioneert. Niet betwist is dat de airco wel koelt en daarmee staat vast dat de airco op zich wel functioneert. Ten aanzien van een mogelijke lekkage geldt dat [gedaagde] heeft aangevoerd dat zij, nadat de airco in augustus 2023 is verplaatst, geen meldingen over lekkages meer heeft ontvangen van [eiser] . Verder heeft [gedaagde] toegelicht dat haar monteurs, voordat zij bij een klant vertrekken, altijd controleren of de airco naar behoren werkt en geen water lekt. [eiser] heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist. Zij stelt weliswaar dat zij nog bij [gedaagde] heeft geklaagd over lekkages, maar die stelling vindt geen steun in de door partijen overgelegde stukken. Indien er nog sprake is van lekkage, dan had [eiser] [gedaagde] in de gelegenheid moeten stellen die lekkage te verhelpen voordat zij zich hiervoor tot de Geschillencommissie had gewend.
4.5.
Gezien de beperkte meerwaarde die een deskundigenonderzoek in deze zaak had gehad, oordeelt de kantonrechter dat het ontbreken van een deskundigenonderzoek niet maakt dat gebondenheid aan het bindend advies naar maatstaven van redelijkheid onaanvaardbaar is.
4.6.
Verder heeft [eiser] aangevoerd dat zij niet is gehoord door de Geschillencommissie. Er is voor vernietiging van een bindend advies wegens niet-horen van een partij slechts dan aanleiding wanneer er een reële, niet verwaarloosbare kans aanwezig is dat dit niet-horen de beslissing voor die partij in ongunstige zin heeft beïnvloed. Daarover heeft [eiser] niets aangevoerd. De kantonrechter is ook voorts van mening, dat de Geschillencommissie in ieder geval van hetgeen een goede procesorde eist niet zover is afgeweken, dat [gedaagde] [eiser] niet te goeder trouw aan het aldus tot stand gekomen advies kan houden. De kantonrechter wijst erop dat uitstel van de dag van een vastgestelde mondelinge behandeling vaak bezwaarlijk is en dikwijls wordt geweigerd: de wederpartij van de partij die uitstel vraagt, heeft al met die dag rekening gehouden en uitstel is – in het bijzonder bij vaste geschillencommissies – ondoelmatig. Een uitstelverzoek zal dan ook (zeer) deugdelijk moeten worden gemotiveerd; enkel berichten dat men is verhinderd, zal zeker niet voldoende zijn. Daar staat natuurlijk tegenover dat, als aan een partij uitstel van de mondelinge behandeling wordt geweigerd wanneer dit op redelijke gronden is gevraagd, die partij wordt belemmerd in het optimaal naar voren brengen van zijn standpunt. Als sprake is van een redelijke termijn van oproeping (enkele weken) zal de partij die uitstel wenst, daarvoor in het algemeen echter zeer sterke argumenten moeten aanvoeren.
4.7.
[eiser] meldde zich op de dag van de hoorzitting af met de enkele mededeling, dat zij verhinderd was wegens ziekte. Daar [eiser] geen uitstel van de behandeling verzocht noch op andere wijze deed blijken een gelegenheid te wensen om haar standpunt nader te adstrueren of te staven kan bezwaarlijk worden gezegd, dat de Geschillencommissie onredelijk handelde door zonder meer te beslissen.
4.8.
De conclusie is dan ook dat niet vast is komen te staan dat gebondenheid aan het bindend advies naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De vordering van [eiser] om het bindend advies te vernietigen wordt daarom afgewezen en partijen blijven gebonden aan het bindend advies.
4.9.
Dat partijen gebonden blijven aan het bindend advies, maakt dat ook de overige vorderingen van [eiser] niet toewijsbaar zijn. De Geschillencommissie heeft immers geoordeeld dat de klachten van [eiser] over de airco ongegrond zijn, zodat er geen grond is om de overeenkomst te ontbinden en [gedaagde] te veroordelen tot het vergoeden van schade.
4.10.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Nu [gedaagde] zich in deze procedure niet heeft bij laten staan, worden de reis-, verblijf- en verletkosten tot en met vandaag aan zijn/haar kant ambtshalve vastgesteld op een forfaitair bedrag van € 50,00.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.

Voetnoten

1.artikel 7:904 lid 1 BW Pro