Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5005

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
K/4101/11848533
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:61 lid 2 BWArt. 6:232 BWArt. 6:119a BWArtikel 3.8 en 3.15 Algemene Voorwaarden Audax Renewables Nederland B.V.
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot betaling opzegvergoeding bij voortijdig opzeggen energiecontract

De zaak betreft een geschil tussen Audax Renewables Nederland B.V. en Horeca De Beleving B.V. over de betaling van een opzegvergoeding na voortijdige beëindiging van een energiecontract. De Beleving had Procent Energie gemachtigd om namens haar energiecontracten te sluiten. Procent sloot een driejarig contract met Audax, dat De Beleving voortijdig beëindigde door over te stappen naar een andere leverancier.

Audax vordert betaling van de opzegvergoeding, terwijl De Beleving stelt dat Procent niet bevoegd was het contract te sluiten en dat de opzegvergoeding gematigd moet worden. De kantonrechter oordeelt dat Audax terecht mocht aannemen dat Procent over een toereikende volmacht beschikte, mede vanwege het feit dat De Beleving het contract een jaar heeft uitgevoerd en facturen heeft betaald.

De kantonrechter wijst het verweer van De Beleving af dat de algemene voorwaarden niet bekend waren, en stelt dat deze wel van toepassing zijn. De vordering tot betaling van de volledige opzegvergoeding wordt toegewezen, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De tegenvordering van De Beleving wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De Beleving wordt veroordeeld tot betaling van de volledige opzegvergoeding, rente, incassokosten en proceskosten aan Audax.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11848533 \ CV EXPL 25-2998/MdV
Vonnis van 8 april 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap
AUDAX RENEWABLES NEDERLAND B.V.,
te Amsterdam,
de eisende partij,
hierna te noemen: Audax,
gemachtigde: Hafkamp Gerechtsdeurwaarders,
tegen
de besloten vennootschap
HORECA DE BELEVING B.V.,
te De Koog,
de gedaagde partij,
hierna te noemen: De Beleving,
gemachtigde: R. van Zutphen.
De zaak in het kort
In deze zaak draait het om de vraag of een onderneming een opzegvergoeding wegens het voortijdig eindigen van een energiecontract moet betalen. De kantonrechter oordeelt dat de onderneming gebonden is aan de overeenkomst die haar gevolmachtigde namens haar heeft gesloten. De overeenkomst waarin is bepaald dat bij voortijdige beëindiging van het energiecontract een opzegvergoeding moet worden betaald is dan ook rechtsgeldig tot stand gekomen. De vordering wordt daarom volledig toegewezen nu de onderneming onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die maken dat de vordering gematigd zou moeten worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 augustus 2025
- de conclusie van antwoord
- het tussenvonnis van 5 november 2025
- de conclusie van antwoord in reconventie
- de mondelinge behandeling van 17 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitaantekeningen van De Beleving.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De Beleving heeft een volmacht verleend aan Procent Energie (hierna: Procent). Procent is een inkooporganisatie die collectief energie inkoopt voor bedrijven.
2.2.
Blijkens de verstrekte volmacht was Procent gerechtigd om namens De Beleving rechtshandelingen te verrichten, te weten:
  • opzeggen van (huidige) overeenkomsten
  • aanpassen van gecontracteerde vermogens en gecontracteerde capaciteiten,
  • tussentijds verlengen,
  • opvragen van offertes dan wel aanbiedingen,
  • opvragen van inlognamen en/of wachtwoorden,
  • opvragen van gegevens,
  • ondertekenen van opgevraagde en (uit)onderhandelde offertes, aanbiedingen, verklaringen en bestelopdrachten,
  • aapassen van het factuuradres,
  • aanpassen van contractvolumes.
2.3.
Op 4 september 2023 heeft Procent per e-mail aan De Beleving laten weten dat zij voor de periode 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026 een collectief contract heeft afgesloten bij Audax.
2.4.
Op 27 november 2023 heeft Audax een contractbevestiging en de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden per e-mail aan De Beleving toegestuurd. Audax heeft vervolgens van januari tot en met december 2024 energie aan De Beleving heeft geleverd, waarvoor De Beleving Audax ook heeft betaald.
2.5.
In december 2024 heeft Audax bericht ontvangen dat De Beleving is overgestapt naar een andere energieleverancier. Audax heeft vervolgens op basis van haar algemene voorwaarden een opzegvergoeding van € 17.759,95 bij De Beleving in rekening gebracht.

3.Het geschil

de vordering
3.1.
Audax vordert, nadat zij haar vordering heeft verminderd, - samengevat - veroordeling van De Beleving tot betaling van € 17.582,64, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten en de proces- en nakosten.
3.2.
Audax legt aan haar vordering ten grondslag dat Procent als gevolmachtigde van De Beleving een driejarig energiecontract met Audax heeft afgesloten. De Beleving heeft deze overeenkomst voortijdig beëindigd. Op grond van de algemene voorwaarden van Audax is De Beleving in dat geval een opzegvergoeding verschuldigd. De Beleving heeft deze opzegvergoeding niet tijdig voldaan en daarom is zij ook rente en incassokosten verschuldigd.
3.3.
De Beleving betwist de vordering en voert aan dat Procent op basis van de verstrekte volmacht niet gerechtigd was om, zonder toestemming van De Beleving, een energiecontract voor haar af te sluiten met Audax. Volgens De Beleving is de overeenkomst dan ook nietig. Nadat Procent de overeenkomst had gesloten heeft De Beleving telefonisch contact opgenomen met Procent. Tijdens dat gesprek heeft Procent gezegd dat De Beleving in ieder geval een jaar aan het contract vast zat. Na een jaar is De Beleving overgestapt naar een andere energieleverancier en zij vindt dan ook dat zij geen opzegvergoeding verschuldigd is. Voor het geval wordt geoordeeld dat De Beleving wel aan de overeenkomst is gebonden, voert zij aan dat de opzegvergoeding gematigd moet worden omdat het gevorderde bedrag onredelijk is.
de tegenvordering
3.4.
De Beleving vordert primair - samengevat – nietig verklaring van de door Procent voor De Beleving gesloten overeenkomst met Audax. Subsidiair vordert De Beleving dat de vordering van Audax wordt verrekend met het bedrag wat De Beleving nog van Audax zou moeten ontvangen en dat de opzegvergoeding wordt gematigd.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De vordering en de tegenvordering lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
4.2.
In deze procedure draait het om de vraag of De Beleving de door Audax gevorderde opzegvergoeding moet betalen. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend. Dit wordt als volgt toegelicht.
4.3.
De kantonrechter stelt voorop dat de volmacht die De Beleving aan Procent heeft verstrekt ziet op de onderlinge relatie tussen Procent en De Beleving (en niet die tussen Audax en De Beleving). Als Procent de aan haar gegeven volmacht heeft overschreden, betekent dat dus niet automatisch dat dit Audax kan worden tegengeworpen. Dit kan niet als Audax heeft aangenomen en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend. [1]
4.4.
De kantonrechter oordeelt dat Audax ervan uit mocht gaan dat Procent over een toereikende volmacht beschikte om namens De Beleving een energiecontract te sluiten. Daarvoor is van belang dat Procent veelvuldig overeenkomsten sluit namens bedrijven. Audax mocht er daardoor vanuit gaan dat Procent ook namens De Beleving gemachtigd was een overeenkomst aan te gaan. Verder is van belang dat Audax na het toesturen van de contractbevestiging op 27 november 2023 geen afwijzende reactie van De Beleving heeft ontvangen en dat De Beleving het eerste jaar de maandelijkse facturen van Audax ook heeft betaald. Audax kon daardoor, ook als zij de inhoud van de volmacht kende, niet weten dat De Beleving niet de bedoeling had gehad om Procent te machtigen namens haar een energiecontract te sluiten.
4.5.
Het voorgaande betekent dat De Beleving gebonden is aan de gesloten overeenkomst met Audax. Uit deze overeenkomst en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden [2] vloeit voort dat De Beleving bij het voortijdig beëindigen van de overeenkomst een opzegvergoeding moet betalen. Uit de overeenkomst volgt dat deze zou lopen van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026. Vast staat dat de overeenkomst, doordat De Beleving in december 2024 is overgestapt naar een andere energieleverancier, voortijdig is beëindigd. In beginsel is De Beleving daardoor de door Audax gevorderde opzegvergoeding verschuldigd.
4.6.
Op de zitting heeft De Beleving nog aangevoerd dat de algemene voorwaarden waarop de opzegvergoeding is gebaseerd niet bij haar bekend waren. Voor zover zij daarmee bedoelt dat Audax daarom geen aanspraak kan maken op een opzegvergoeding, faalt dat verweer. Uit de wet volgt namelijk dat algemene voorwaarden ook van toepassing zijn, indien een gebruiker bij het sluiten van de overeenkomst begreep of moest begrijpen dat de wederpartij de inhoud daarvan niet kende. [3] Omdat in de contractbevestiging van 27 november 2023 staat dat op de overeenkomst algemene voorwaarden van toepassing zijn, gelden deze en kan Audax daar een beroep op kan doen. De Beleving moet dan ook een opzegvergoeding aan Audax betalen.
4.7.
De Beleving heeft de kantonrechter verzocht de opzegvergoeding te matigen, omdat zij het bedrag onredelijk vindt. De Beleving heeft echter onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld en onderbouwd die zouden maken dat volledige toewijzing van de opzegvergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De door De Beleving op de zitting genoemde persoonlijke omstandigheden zijn, hoe vervelend ook, niet voldoende voor matiging.
4.8.
Het voorgaande maakt dat De Beleving de volledige gevorderde opzegvergoeding moet betalen. Volgens De Beleving heeft zij echter nog een bedrag tegoed van Audax en moet dat bedrag verrekend worden met de opzegvergoeding. Audax heeft, naar aanleiding van dit verweer, haar vordering verminderd met het deel van het bedrag wat in mindering dient te strekken op de opzegvergoeding. De Beleving heeft hier verder niet meer op gereageerd. De kantonrechter houdt het er dan ook voor dat het bedrag wat De Beleving van Audax tegoed had inmiddels is verrekend.
4.9.
De conclusie is dat de door Audax gevorderde hoofdsom van € 17.582,64 wordt toegewezen. Omdat De Beleving dit bedrag niet tijdig aan Audax heeft voldaan, zal de wettelijke handelsrente worden toegewezen zoals gevorderd.
4.10.
Audax vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Omdat voldoende vast staat dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht, zullen de buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen volgens het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom waartoe De Beleving wordt veroordeeld, zijnde € 950,83.
4.11.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de tegenvordering van De Beleving niet toewijsbaar. De tegenvordering wordt dan ook afgewezen.
4.12.
De Beleving is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Audax worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
1.461,00
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.591,35
4.13.
Gezien de samenhang met vordering zullen de proceskosten inzake de tegenvordering worden begroot op nihil.

5.De beslissing

De kantonrechter
de vordering
5.1.
veroordeelt De Beleving om aan Audax te betalen een bedrag van € 17.582,64, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 28 maart 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt De Beleving om aan Audax te betalen een bedrag van € 950,83 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt De Beleving in de proceskosten van € 2.591,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als De Beleving niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
de tegenvordering
5.5.
wijst de vorderingen van De Beleving af,
5.6.
veroordeelt De Beleving in de proceskosten, die aan de kant van Audex worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.

Voetnoten

1.artikel 3:61 lid 2 Burgerlijk Pro Wetboek (BW)
2.Artikel 3.8 en 3.15 van Algemene Voorwaarden Audax Renewables Nederland B.V. voor de levering van gas aan zakelijke afnemers (versie mei 2023)
3.Artikel 6:232 BW Pro