ECLI:NL:RBNHO:2026:496

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
10808832 \ CV EXPL 23-5054
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:83 BWWet marktordening gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling prijsbeding en incassokostenbeding in zorgovereenkomst met verstekvonnis

In deze bodemzaak tussen LM Zorg B.V. en de gedaagde partij, die niet is verschenen, heeft de kantonrechter ambtshalve toetsing toegepast en verstekvonnis gewezen. De eisende partij werd in de gelegenheid gesteld om het prijsbeding toe te lichten en zich uit te laten over het voorlopige oordeel over een beding in de algemene voorwaarden.

De kantonrechter oordeelde dat het prijsbeding niet transparant is omdat een verwijzing naar de toepasselijke tarievenlijst van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ontbreekt en onvoldoende onderbouwing is geleverd dat deze tarieven voor de patiënt inzichtelijk zijn. Desondanks is het beding niet oneerlijk omdat de tarieven door de NZa zijn vastgesteld. Het incassokostenbeding in de algemene voorwaarden werd vernietigd wegens oneerlijkheid, terwijl het rentebeding wel standhield.

De eisende partij vorderde vergoeding van de hoofdsom en wettelijke rente. Omdat geen sprake was van een overeengekomen fatale betalingstermijn en de ingebrekestelling niet kon worden vastgesteld, werd de wettelijke rente toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding. De gevorderde hoofdsom werd toegewezen, de buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente en proceskosten, met uitzondering van de kosten voor de opgestelde aktes die voor rekening van de eisende partij blijven.

Uitkomst: De hoofdsom en wettelijke rente worden toegewezen, het incassokostenbeding wordt vernietigd en de overige vorderingen afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10808832 \ CV EXPL 23-5054
Uitspraakdatum: 14 januari 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
LM Zorg B.V.
te Zwolle
de eisende partij
gemachtigde: H.A.M. Over de Vest
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 27 augustus 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om toe te lichten hoe de prijs is overeengekomen en om zich uit te laten over het in het tussenvonnis gegeven voorlopig oordeel over een beding in de algemene voorwaarden.

2.De beoordeling

Het prijsbeding
2.1.
Uit de toelichting van de eisende partij blijkt dat de kosten van de behandeling(en) door de eisende partij worden berekend overeenkomstig de geldende tarievenlijst, zoals deze door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is vastgesteld en gepubliceerd.
2.2.
De kantonrechter oordeelt dat het prijsbeding niet transparant is, omdat daarin een vindplaats naar de toepasselijke tarievenlijst van de NZa ontbreekt. Weliswaar stelt de eisende partij dat deze kosten op haar website staan vermeld, maar zonder nadere onderbouwing, zoals een schermafbeelding, blijkt dit niet uit de door haar overgelegde producties. Bovendien is het maar de vraag of de patiënt in staat is om op basis van deze tarievenlijst de prijs voor de behandeling vast te stellen. Echter, omdat de eisende partij de behandelingskosten berekent aan de hand van de door de NZa [1] vastgestelde tarieven is naar het oordeel van de kantonrechter per definitie geen sprake van een oneerlijk beding. Het prijsbeding wordt dus in stand gelaten.
De algemene voorwaarden
2.3.
In haar akte heeft de eisende partij zich niet uitgelaten over het in het tussenvonnis gegeven voorlopig oordeel over het rente- en incassokostenbeding in artikel 20 van Pro de algemene voorwaarden. De kantonrechter ziet geen reden om daar nu anders over te denken en vernietigt dit beding, voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten. De buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen.
2.4.
Artikel 20 van Pro de algemene voorwaarden betreft ook een rentebeding. Dat is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Wat is toewijsbaar?
2.5.
De eisende partij maakt onder meer aanspraak op vergoeding van wettelijke rente. Ter onderbouwing van haar vordering stelt de eisende partij dat de gedaagde partij in verzuim is geraakt na het verstrijken van de betalingstermijn zoals vermeld op de desbetreffende nota/factuur. Een betaaltermijn op een nota/factuur is op zichzelf echter geen fatale termijn als bedoeld in artikel 6:83 aanhef Pro en onder a BW. Daarvoor is in beginsel een voor nakoming overeengekomen termijn vereist. Uit het lichaam van de dagvaarding blijkt niet dat partijen de betalingstermijn zijn overeengekomen, zodat de gedaagde partij niet na het verstrijken van deze betalingstermijn in verzuim is geraakt.
2.6.
Uit de dagvaarding blijkt evenmin op welk moment de ingebrekestelling voor de laatste factuur is verzonden, zodat niet vastgesteld kan worden op welk moment de daarin opgenomen betalingstermijn is verstreken. Daarom zal de wettelijke rente over de hoofdsom worden toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding.
2.7.
De gevorderde hoofdsom wordt toegewezen, omdat deze vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden gelet op het voorgaande afgewezen.
Conclusie en proceskosten
2.8.
De vordering wordt (grotendeels) toegewezen.
2.9.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen aktes blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze aktes op te stellen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 2.727,72, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 10 november 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 129,85;
griffierecht € 487,00;
salaris gemachtigde € 238,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.De NZa heeft de wettelijke taak om prestaties en tarieven vast te stellen voor de zorg, die gebruikt worden voor de bekostiging van de zorg. Dit is vastgelegd in de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). De NZa stelt beleidsregels vast voor het vaststellen van prestaties en tarieven en voert kostprijsonderzoeken uit om de tarieven te bepalen, met uitzondering van sectoren met vrije tarieven. De NZa stelt jaarlijks tijden en tarieven voor prestatiecodes vast en beschrijft behandelingen (prestaties) die in contracten tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders worden vastgelegd. Voor bepaalde behandelingen gelden maximumtarieven. De NZa voert ook updates uit van bekostigingen en indexeert tarieven.