Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
negentig (90) dagen.
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
- zal meewerken aan de door de jeugdreclassering noodzakelijk geachte behandeling en/of hulpverlening in de vorm van een psycholoog en/of coach, zolang de jeugdreclassering dat nodig acht;
- zich zal inzetten voor het hebben en behouden van een positieve dagbesteding in de vorm van onderwijs, en gedurende de vrijetijd en de vakantie in de vorm van een baan of andere zinvolle dagbesteding;
- zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang van [instelling] of een soortgelijke instelling;
- zich zal houden aan een avondklok van 22:00 uur tot 7:00 uur van zondag tot en met donderdag en van 23:00 uur tot 7:00 uur van vrijdag tot en met zaterdag, waarbij zij gedurende de avondklok zal verblijven op het adres [adres] ( [instelling] ), voor een maximale duur van drie maanden en voor zover en zolang de jeugdreclassering dat nodig acht;
- zich ter controle van de avondklok onder elektronische monitoring laat stellen, voor een maximale duur van drie maanden en voor zover en zolang de jeugdreclassering dat nodig acht;
- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de slachtoffers, te weten:
[de benadeelde partij 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 2.729,99, bestaande uit € 129,99 voor de materiële en € 2.600,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 juli 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [de benadeelde partij 1] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
nul (o) dagenjeugddetentie, met dien verstande dat toepassing van de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft.
[de benadeelde partij 2]geleden immateriële schade tot een bedrag van
€ 450,00, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 augustus 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [de benadeelde partij 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
nul (o) dagenjeugddetentie, met dien verstande dat toepassing van de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft.