Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering tot tenuitvoerlegging
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- artikel 45, 57, 62, 63 en 302 van het Wetboek van Strafrecht;
- artikel 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994;
- artikel 3 en Pro 11 van de Opiumwet.
9.Beslissing
5 (vijf) maanden. Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
365 (driehonderdvijfenzestig) dagen. Bepaalt dat een gedeelte van deze ontzegging van de rijbevoegdheid, te weten
187 (honderdzevenentachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de verdachte zich voor het einde van de
proeftijd van twee jarenniet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
160 (honderdzestig) uren, subsidiair twee maanden hechtenis.