Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 april 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit Nieuw-Vennep, eiser
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van het bestreden besluit
1 oktober 2021 tot en met 31 maart 2022 werkzaamheden als koerier voor [bedrijf 3] zou hebben verricht. Eiser heeft hierover verklaard dat hij eind 2021 ongeveer drie weken met iemand heeft meegelopen van [bedrijf 3] en hiervoor geen loon heeft ontvangen. Dit heeft hij om die reden destijds ook niet gemeld. Volgens eiser kloppen de gegevens niet. In de rapportage staat verder dat uit de van [bedrijf 3] verkregen lijst met ritgegevens volgt dat eiser van 11 november 2019 tot en met 11 april 2023 werkzaamheden als koerier heeft verricht. Ook hierover verklaart eiser dat deze gegevens onjuist zijn. Daarnaast is een aanmeldformulier chauffeur&subcontractor van juli 2018 bij [bedrijf 1] , locatie Halfweg, met eisers naam en handtekening daarop aangetroffen. Hierover heeft eiser verklaard dat hij dit heeft ingevuld en heeft ondertekend. Op eisers bankrekening zijn geen overboekingen gevonden van [bedrijf 1] of [bedrijf 3] . Door de rapporteur wordt aangegeven dat, ondanks dat er geen overboekingen zijn gevonden, het onwaarschijnlijk lijkt dat eiser op de aangegeven data op de rittenlijsten de werkzaamheden als koerier niet zou hebben uitgevoerd. Tot slot is aangegeven dat het bedrijf [bedrijf 1] inmiddels failliet is en niet meer bereikbaar voor eventuele aanvullende informatie.
- het recht van eiser op een WW-uitkering en toeslag over de periode van 1 november 2019 tot en met 26 december 2019 ingetrokken omdat hij niet gemeld heeft dat hij in die periode werkzaamheden heeft verricht voor [bedrijf 1] . Als gevolg hiervan heeft eiser
€ 2.973,44 bruto te veel ontvangen, wat van eiser wordt teruggevorderd.
- het recht van eiser op een ZW-uitkering en toeslag over de periode van 27 december 2019 tot en met 22 december 2021 om dezelfde reden ingetrokken en € 43.398,12 bruto van eiser teruggevorderd.
- het recht van eiser op een WIA-uitkering over de periode van 23 april 2021 tot en met 30 april 2023 herzien omdat gebleken is dat eiser werkzaamheden heeft verricht voor [bedrijf 1] . Omdat de verdiensten niet bekend zijn, maar wel de dagen waarop is gewerkt heeft het Uwv per gewerkte dag het WIA-dagloon gekort op de uitkering. Omdat de exacte verdiensten niet konden worden vastgesteld is de toeslag ingetrokken. Van eiser is
€ 28.722,67 bruto teruggevorderd.
Beroepsgronden
Verweerschrift
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. dr. J.C. de Wit, leden, in aanwezigheid van F. Voskamp, griffier.