Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
detailhandel voor witgoed aanvragen door middel van aanvraag afwijkend gebruik”. Als opmerking is daaraan toegevoegd: “
Op dit moment is detailhandel voor verkoop van auto’s toegestaan. Deze aanvraag betreft afwijkend gebruik detailhandel/witgoed verkoop. Aan het pand en terrein geen wijzigingen. Voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein aanwezig. Witgoed is volumineus, te groot voor verkoop in een winkelcentrum”.
Het bouwen van een bouwwerk (art. 2.1, eerste lid, sub a Wabo).
30 augustus 2022 dat is besloten dat het afwijkend gebruik van detailhandel voor witgoed vergunningvrij is. Dit is volgens het college een reëel besluit dat in de plaats is getreden van de van rechtswege vergunning.
het besluitonjuist zou zijn. Zoals hiervoor al werd overwogen, is de verklaring geen besluit. Dit betekent dat de intrekking van de verklaring geen effect sorteert. Toen het college het besluit van 11 januari 2023 nam, gold de van rechtswege vergunning nog steeds.
Conclusie en gevolgen
12 december 2024 niet onderkend heeft dat het besluit van 11 januari 2023 in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Dit betekent dat dat besluit niet in stand kan blijven. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit van 12 december 2024. De rechtbank neemt met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht nu zelf een beslissing op bezwaar en herroept het besluit van 11 januari 2023.