Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
- A-1: woningen met bergingen, toe- en uitgangen, trap(penhuis), liftschacht, galerijen en hydrofoorruimte;
- A-2: bedrijfsruimten met lift(schacht)ruimte en winkelwagenopstelplaats;
- A-3: parkeerplaatsen met ruimte met toe- en uitgangen en hellingbaan (hierna ook “parkeerkelder” genoemd;
- A-4: parkeerplaatsen en verkeersgebied.
3.Het verzoek en het verweer
- i) te vernietigen het besluit genomen in de Algemene ledenvergadering (hierna: ALV) van 19 mei 2022 om de BMI als onderdeel van de hoofdVvE aan te merken, omdat dit een wijziging van de akte betekent zonder instemming van alle leden;
- ii) het bestuur van [verweerder] onvoorwaardelijk te verplichten om de gevolgen van de uitspraak van (ii) zo nodig in rechte (op grond van de stemmeerderheid in de hoofdVvE) ook door te voeren in de hoofdVvE om de daar ten onrechte alle betaalde en verrekende kosten inzake de BMI te corrigeren en ten laste te brengen van de onderVvE Parkeerkelder.
- iii) de bestuurder gelet op malversaties diens bevoegdheden te ontnemen, een deskundige te benoemen en in afwachting van diens rapportage de bestuurder op non-actief te stellen;
- iv) te vernietigen het besluit de waterrekeningen 2023 en 2024 niet te herzien en het bestuur op te dragen de kleinere en grotere verbruikers juiste berekeningen te sturen zodat slechts een klein deel van de waterafrekeningen herzien hoeft te worden;
- v) te vernietigen het in de ALV van 21 mei 2025 genomen besluit, vermeld onder 6f van de agenda (productie 8 bij het verzoekschrift) en te bepalen dat van een beloning over 2024 slechts sprake kan zijn nadat dit als agendapunt in een voorstel aan de ALV is voorgelegd;
- vi) te vernietigen de goedkeuring en dechargeverlening van de jaarrekening 2024 van de hoofdVvE 2024, omdat geen verklaring van getrouwheid daarbij is verstrekt en het bureau Breedveld niet als kascommissie door de ALV is aangesteld;
- vii) te vernietigen het in de ALV van 21 mei 2025 genomen besluit, vermeld onder 6e van de agenda (productie 8 bij het verzoekschrift), omdat het aangezochte kantoor voor de controle geen accountant is zoals artikel 11 MR Pro 2006 voorschrijft.
4.De beoordeling
De waterafrekening 2023 en 2024 is op een andere wijze tot stand gekomen dan in de jaren ervoor. (…). Voor nu laat het bestuur het zo, want een wijziging van de rekening/facturen brengt ook hoge kosten met zich mee. De vraag aan de aanwezigen is of dat de afrekening over 2025 weer zal plaatsvinden als voor 2023. De vergadering besluit het vastrecht over 2025 weer uit te laten splitsen over de eigenaren. Dus iedere eigenaar betaalt dan 1/70 deel van het vastrecht.”
bestuur”, heeft betrekking op kosten die de bestuurder [naam 1] voor zijn werkzaamheden (al dan niet als bestuurder) voor de VvE in rekening mag brengen. Een besluit bevat dit punt echter niet.
Werving extern bestuur”, blijkt dat de vergadering heeft ingestemd met het voorstel de bestuurder, [naam 1] , te honoreren overeenkomstig de honorering voor een externe bestuurder.
Bestuur mutaties” en als subonderwerp, onder meer, “
Werving extern bestuur”. Onbetwist heeft [verweerder] hierover aangevoerd dat dit punt op de agenda stond omdat [naam 1] door verkoop van zijn appartementsrecht niet langer lid van [verweerder] was. De kantonrechter constateert dat [naam 1] daarmee een externe bestuurder was geworden. In dit licht bezien heeft [verzoeker] niet inzichtelijk gemaakt waarom dit besluit is genomen zonder dat het geagendeerd was of overigens in strijd met de regels. Dat het betreffende besluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, heeft [verzoeker] verder onvoldoende onderbouwd.