ECLI:NL:RBNHO:2026:471
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke gegrondverklaring handhavingsbesluit gebruik pand voor detailhandel en bewoning
Eiser is eigenaar van een pand in Nieuw-Vennep waar een huurder een witgoedverkoop exploiteert. Het college trad handhavend op tegen het gebruik van het pand voor detailhandel en bewoning, waarna eiser bezwaar maakte en een omgevingsvergunning aanvroeg om de situatie te legaliseren.
De rechtbank oordeelt dat ten tijde van de beslissing op het bezwaar een van rechtswege verleende vergunning voor detailhandel bestond, waardoor het college niet langer bevoegd was om handhavend op te treden tegen detailhandel. Voor bewoning van het pand is echter geen vergunning verleend en is sprake van een overtreding, zodat handhaving daarop gerechtvaardigd is.
Eiser kon geen geslaagd beroep doen op het gelijkheidsbeginsel omdat hij onvoldoende concrete vergelijkbare gevallen had onderbouwd. De rechtbank vernietigt het deel van het besluit dat handhaving tegen detailhandel betreft en verklaart het bezwaar gegrond, terwijl het besluit over handhaving tegen bewoning in stand blijft.
Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter Affourtit-Kramer en griffier Vermeij op 23 januari 2026.
Uitkomst: Het handhavingsbesluit tegen detailhandel wordt vernietigd wegens een van rechtswege verleende vergunning, handhaving tegen bewoning blijft in stand.