Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering tot tenuitvoerlegging
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
12 (twaalf) maanden.
3 (drie) jarenmet aftrek overeenkomstig artikel 179, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
1 (één) jaar,
nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
- een kruispunt heeft genaderd met een hogere snelheid dan ter plaatse en/of gelet op de omstandigheden toegestaan en/of verantwoord en/of
- zich onvoldoende heeft vergewist van het kruisend verkeer en/of onvoldoende heeft gekeken, waardoor hij in botsing is gekomen met een wielrenner, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
hij, als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in Sint Maarten, gemeente Schagen op de kruising, Ingenieur Krabbeweg en/of Delftweg met de Groeneveldsdijk, op of omstreeks 10 juli 2024 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, een ander (te weten [slachtoffer] ) was gedood en/of letsel was toegebracht, in hulpeloze toestand werd achtergelaten;
hij op of omstreeks 10 juli 2024 te Sint Maarten, gemeente Schagen een voertuig, te weten een auto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen, na gebruik van een in artikel 2 van Pro het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer aangewezen stof(fen) als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten MDMA en/of MDA en/of THC, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro de WVW94 het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen vermelde meetbare stoffen 490 microgram per liter bloed MDMA en/of 46 microgram per liter bloed MDA en/of 1,3 microgram per liter bloed THC bedroeg, in elk geval (telkens) zijnde hoger dan de in artikel 3 van Pro het genoemd Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde.