Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4515

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
C/15/376814
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:11 WvggzArt. 8:12 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgmachtiging wegens brandincident door roken binnen toegestaan

De rechtbank Noord-Holland heeft op 17 april 2026 een wijziging van een zorgmachtiging toegewezen die op 3 juli 2025 was afgegeven aan betrokkene. De wijziging volgt op een incident waarbij betrokkene binnen haar kamer rookte, wat leidde tot brand in haar rollator en een forse rookontwikkeling met brandalarm en onrust onder medepatiënten tot gevolg.

De zorgverantwoordelijke heeft verzocht om aanvullende vormen van verplichte zorg, waaronder onderzoek aan kleding en lichaam en controle van de woonruimte op gevaarlijke voorwerpen, om herhaling te voorkomen. Betrokkene verzet zich tegen deze maatregelen en wil zelfstandig kunnen roken zonder afhankelijk te zijn van zorgpersoneel.

De rechtbank oordeelt dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de voorgestelde maatregelen evenredig en noodzakelijk zijn voor de veiligheid en het bevorderen van deelname aan het maatschappelijk leven. Er wordt geen rookverbod opgelegd, maar betrokkene mag alleen buiten roken en is voor het krijgen van een vuurtje afhankelijk van zorgpersoneel.

De zorgmachtiging wordt daarom gewijzigd en uitgebreid met de gevraagde vormen van verplichte zorg, waaronder medicatie, bewegingsbeperkingen, en opname in een accommodatie. De beschikking geldt tot en met 3 juli 2026 en staat open voor cassatie.

Uitkomst: De zorgmachtiging wordt gewijzigd en uitgebreid met aanvullende verplichte zorgmaatregelen om herhaling van brandincident te voorkomen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
zaak-/rekestnr.: C/15/376814 / FA RK 26-1958
beschikking van de enkelvoudige kamer van 17 april 2026,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in [verblijfplaats] ,
te [adres] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. K. van der Leij, kantoorhoudende te Spaarndam (gemeente Haarlem).

1.Procedure

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 14 april 2026, heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 3 juli 2025 ten aanzien van betrokkene is afgegeven.
1.2.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- het zorgplan van 8 april 2026;
- de aanvraag van de zorgverantwoordelijke van 13 april 2026;
- het advies van de geneesheer-directeur van 13 april 2026;
- de medische verklaring van 13 april 2026;
- een historisch overzicht van eerder gegeven machtigingen in het kader van de Wvggz en de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen van
14 april 2026.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 april 2026, in voornoemde accommodatie.
1.4.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [arts] , arts;
- [verzorgende] , verzorgende individuele gezondheidszorg.
1.5
De officier van justitie heeft laten weten niet voornemens te zijn om de zitting bij te wonen.

2.Beoordeling

2.1.
Ten aanzien van betrokkene is bij beschikking van 3 juli 2025 een zorgmachtiging afgegeven. Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, die door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van haar advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz Pro.
Ter toelichting van het verzoek is het volgende aangevoerd. Er heeft zich een incident van brandstichting voorgedaan op de afdeling, waarbij betrokkene op haar kamer heeft gerookt, terwijl dit niet is toegestaan. Daarbij is in de rollator van betrokkene door de rookwaar van betrokkene een brandgat ontstaan. Dit incident ging gepaard met een forse rookontwikkeling, waardoor ’s nachts het brandalarm is afgegaan en sommige medepatiënten zijn geschrokken. Betrokkene moest na het incident de nacht in een andere kamer doorbrengen, omdat haar eigen kamer vol rook stond. Ten tijde van het incident had betrokkene een aansteker in haar bezit. In het kader van de veiligheid op de afdeling wordt betrokkene nu gecontroleerd op de aanwezigheid van aanstekers en/of lucifers.
2.2.
Teneinde deze noodsituatie af te wenden heeft de zorgverantwoordelijke, bij wijze van tijdelijke maatregel, de volgende vormen van verplichte zorg toegepast:
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen.
Deze vormen van zorg zijn niet opgenomen in de zorgmachtiging en moeten volgens de zorgverantwoordelijke ook na verloop van drie dagen worden voortgezet.
2.3.
Betrokkene verzet zich tegen deze aanvullende vormen van verplichte zorg. Zij wil ook op haar eigen kamer kunnen roken en niet afhankelijk zijn van zorgpersoneel voor een vuurtje.
2.4.
De rechtbank is van oordeel dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde met de wijziging van de zorgmachtiging beoogde effect hebben. De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief en veilig. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat aan betrokkene geen rookverbod wordt opgelegd, maar dat ze in beginsel alleen buiten mag roken en voor het krijgen van een vuurtje afhankelijk is van het zorgpersoneel.
2.5.
Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen, aldus dat de vormen van verplichte zorg worden uitgebreid met:
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek woon- of verblijfsruimte op gedrag beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen.
2.6.
De rechtbank zal de bij beschikking van 3 juli 2025 verleende zorgmachtiging dan ook wijzigen zoals hierna is aangegeven. De rechtbank zal daarbij niet alleen de thans verzochte en toegestane vormen van verplichte zorg opnemen, maar ook de vormen van verplichte zorg die zijn opgenomen in de eerder verleende zorgmachtiging van 3 juli 2025 waarvan de wijziging is verzocht.

3.Beslissing

De rechtbank:
- wijzigt de bij beschikking van 3 juli 2025 verleende zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
-
onderzoek aan kleding of lichaam;
-
onderzoek woon- of verblijfsruimte op gedrag beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
3 juli 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, rechter, in tegenwoordigheid van
F. Kootstra als griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.