Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[eiser 1],
[eiser 2],
1.[gedaagde 1],
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De vordering in het incident
primair: de voeging te bevelen van deze zaak met de bij deze rechtbank door eisers vóór de rol van 1 april 2026 aan te brengen zaak op de voet van artikel 222 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), althans een beslissing te nemen die de rechtbank passend acht om ervoor te zorgen dat beide procedures zoveel mogelijk parallel lopen en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in één conclusie van antwoord gelijktijdig mogen reageren op beide dagvaardingen, met bepaling van een nieuwe termijn voor de conclusie van antwoord in beide procedures;
subsidiair: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een uitstel van vier weken, althans meer subsidiair twee weken te verlenen voor het nemen van de conclusie van antwoord in deze procedure;
3.De beoordeling in het incident
4.De beslissing
22 april 2026voor conclusie van antwoord,