Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4488

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2504490:R-RK
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Insolventieverordening (EU 2015/848)Art. 288 FaillissementswetArt. 300 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot schuldsaneringsregeling met eerdere aanvangsdatum wegens arbeidsongeschiktheid

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de schuldsaneringsregeling en verzocht om een eerdere ingangsdatum van de looptijd. De rechtbank beoordeelde het verzoek en stelde vast dat verzoekster niet in staat is haar schulden af te lossen vanwege haar arbeidsongeschiktheid, die aannemelijk werd geacht ondanks het ontbreken van medische stukken.

De rechtbank overwoog dat het nulaanbod van 10 juni 2025 met een eenmalige inleg van € 2.385,05 en de afwezigheid van afloscapaciteit op dat moment als aanvangsdatum van de regeling kan gelden. Verzoekster heeft sinds 2023 een WIA-uitkering en later een WW-uitkering ontvangen vanwege haar ziekte, waaronder longkanker en hartproblemen.

De rechtbank wees het verzoek tot toelating toe en stelde de looptijd van de schuldsaneringsregeling vast op 18 maanden, van 10 juni 2025 tot 10 december 2026. Tevens werden een rechter-commissaris en een bewindvoerder benoemd, en werd bepaald dat de bewindvoerder de financiële post van verzoekster mag inzien en een voorschot op vergoeding mag nemen. Alle gelegde beslagen vervallen met deze uitspraak.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de schuldsaneringsregeling met een looptijd van 18 maanden vanaf 10 juni 2025.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Team Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
Rekestnummer: NL:TZ:2504490:R-RK
Vonnis van dinsdag 28 april 2026
op het verzoek van
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1961 te [plaats 1], Filipijnen,
wonende te [adres 1] [plaats 2],
verzoekster, hierna te noemen [verzoekster],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoekster] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en bepaalt dat de looptijd van de schuldsaneringsregeling aanvangt op 10 juni 2025 en 18 maanden later eindigt op 10 december 2026.

1.De procedure

1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van dinsdag 14 april 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoekster];
- [betrokkene 1] namens Verder Financiële Zorgverlening B.V.;
- [betrokkene 2] namens MeerVida B.V., beschermingsbewindvoerder;
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

2.1.
[verzoekster] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij zij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoekster] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen.

3.De beoordeling

3.1.
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
3.2.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoekster] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
3.3.
Voor wat betreft de vordering van € 47.225,89, die namens de neef van [verzoekster] is ingediend door gerechtsdeurwaarderskantoor [bedrijf], wijst de rechtbank de hierna te benoemen bewindvoerder op artikel 300 van Pro de Faillissementswet. Deze vordering heeft namelijk betrekking op een lening bij Interbank waarvoor de neef borg stond. Deze schuld aan Interbank viel reeds onder een eerdere schuldsaneringsregeling van [verzoekster], die is geëindigd met een schone lei in 2012.
3.4.
[verzoekster] verzoekt om een eerdere ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen dan de datum van een te wijzen toelatingsvonnis. De rechtbank overweegt daarover het volgende. Op 10 juni 2025 heeft [verzoekster] een nulaanbod gedaan met een eenmalige inleg van € 2.385,05. Op basis van de berekening van het vrij te laten bedrag had [verzoekster] op het moment van het aanbod geen afloscapaciteit. In beginsel zou deze datum kunnen worden gezien als alternatieve aanvangsdatum van de schuldsaneringsregeling. [verzoekster] heeft echter gedurende het minnelijk traject niet gewerkt of gesolliciteerd en stelt inmiddels geheel arbeidsongeschikt te zijn. Hoewel medische stukken ontbreken, acht de rechtbank het aannemelijk dat [verzoekster] tijdens het minnelijk traject geheel arbeidsongeschikt was en geen afloscapaciteit heeft. [verzoekster] heeft sinds 2023 een WIA-uitkering en in de loop van 2025 is dat aangevuld met een WW-uitkering, toen [verzoekster] heeft moeten stoppen met werken in verband met haar ziekte. [verzoekster] heeft longkanker en is onder behandeling van een oncoloog, daarnaast heeft zij hartproblemen en wordt zij 65 jaar in september 2026. De kans dat [verzoekster] nog werk zal vinden acht de rechtbank niet aannemelijk. De rechtbank ziet daarom aanleiding om de aanvangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 10 juni 2025.
Overigens stelt de rechtbank vast dat het eenmalig ingelegd bedrag niet geldt als maandelijkse aflossingen ten behoeve van alle schuldeisers omdat de beschermingsbewindvoerder na de zitting heeft laten weten dat het volledige bedrag niet meer beschikbaar is. Dat (resterende) bedrag wordt aangemerkt als spaarsaldo bij aanvang van het minnelijk traject dat in beginsel bij toepassing van de schuldsaneringsregeling in het geheel dient te worden afgedragen aan de boedel.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1961 te [plaats 1], Filipijnen,
wonende te [adres 1] [plaats 2];,
4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 10 juni 2025 en eindigt op 10 december 2026;
4.3.
benoemt tot rechter-commissaris mr. M.P. de Valk;
4.4.
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2] [plaats 2];
4.5.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoekster] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
4.6.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
4.7.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Dit is de beslissing van mr. A.J. Wolfs, rechter, in samenwerking met de griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op dinsdag 28 april 2026.
Tegen de uitspraak over de aanvangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling kan verzoek(st)er en degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.