Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4473

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
11986858 \ CV EXPL 25-4575
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWArt. 6:96 lid 6 BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing hoofdsom en rente, afwijzing buitengerechtelijke incassokosten wegens oneerlijk incassobeding

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard voor betaling van een bedrag van €1.670, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. De gedaagde partij is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of aan de precontractuele informatieplichten volgens artikel 6:230l BW is voldaan en oordeelde dat dit voldoende is onderbouwd door de eisende partij. Vervolgens is onderzocht of de algemene voorwaarden, waaronder het incassobeding, oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13/EEG en het Dexia-arrest.

De incassokosten konden niet worden toegewezen omdat het incassobeding niet volledig leesbaar was. Voor zover het beding wel leesbaar was, bleek het oneerlijk omdat de termijn te kort was en daarmee in strijd met de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. De hoofdsom en rente werden toegewezen, de buitengerechtelijke incassokosten afgewezen en de gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Hoofdsom en rente toegewezen, buitengerechtelijke incassokosten afgewezen wegens oneerlijk incassobeding.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11986858 \ CV EXPL 25-4575
Uitspraakdatum: 22 april 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser] B.V.
te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: LAVG BV (Groningen)
tegen
[gedaagde]
te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 1.670,00, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
2.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.4.
De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest [2] , gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
2.5.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst(en) de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing zijn verklaard:
Amysoft Algemene Voorwaarden Thuiswinkel(hierna: de algemene voorwaarden).
2.6.
Niet alle artikelen van de overgelegde algemene voorwaarden zijn helemaal afgedrukt. De inhoud van het incassobeding (artikel 15) is daardoor onduidelijk en als gevolg daarvan kan de kantonrechter voormelde ambtshalve toets niet doen. Daarom worden de gevorderde buitengerechtelijk kosten afgewezen.
2.7.
Voor zover het incassobeding wel leesbaar is, is het beding overigens oneerlijk omdat de opgenomen termijn te kort en daarmee in strijd is met de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 96 lid 6 BW Pro.
Conclusie
2.8.
De gevorderde hoofdsom en rente worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
2.9.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.829,43, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.670,00 vanaf 8 oktober 2026 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 120,78;
griffierecht € 385,00;
salaris gemachtigde € 217,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).