Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
“Met [naam 2] (gebouwen beheer) van Dijk en Waard hebben we afgesproken, dat heeft hij ook aan jou door gegeven, dat dat niet 3 maanden maar een maand van te voren zou worden gedaan. Zullen we ons daar aan houden? Ik doe mijn best om alles zo snel mogelijk aan te leveren.
“Ik ben ook een collega verhuur makelaar en ga echt niet langer blijven. Wat mij betreft zet je er een clausule in.”
“(…) Dan krijg ik toch een mail op 26 november over een nieuw contract per 1 december. Ik was totaal verbaast, omdat het echt niet meer nodig is omdat de verlenging al is in gegaan op 20 november 2024. En wat in principe ook niets uit maakt, onze afspraak staat gewoon en die kom ik na. (…)”
31 maart 2026.
3.Het geschil
4.De beoordeling
“(...) Indien na afloop van een voor bepaalde tijd van twee (...) jaar of korter aangegane huur met dezelfde huurder aansluitend opnieuw een huurovereenkomst wordt aangegaan, wordt deze laatste overeenkomst opgevat als een verlenging voor onbepaalde tijd van eerstgenoemde huurovereenkomst.”. [1] Hierop is een uitzondering van toepassing: ‘
Dit artikel geldt niet, indien de beëindiging geschiedt met wederzijds goedvinden nadat de huur is ingegaan.”. [2]
5.De beslissing
23 april 2026.