Uitspraak
PROFI VISION B.V.,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer was sinds oktober 2024 in dienst bij Profi Vision op basis van een nulurencontract, maar werd vanaf augustus 2025 niet meer opgeroepen voor werkzaamheden. De werkgever stelde dat de arbeidsovereenkomst niet was beëindigd, maar dat er geen oproepverplichting bestond. De werknemer stelde dat sprake was van een onregelmatige opzegging en vorderde loon, transitievergoeding en schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de brief van 24 november 2025 waarin de werkgever aangaf de werknemer niet meer op te roepen, moet worden gezien als een opzegging van de arbeidsovereenkomst. Omdat de werknemer niet instemde met beëindiging en de werkgever geen redelijke grond had, was sprake van onregelmatige opzegging.
Op grond van artikel 7:610b BW werd het rechtsvermoeden toegepast dat de arbeidsomvang gelijk is aan het gemiddelde van de drie voorafgaande maanden, vastgesteld op 43,5 uur per week. De werkgever slaagde er niet in dit te weerleggen. De werknemer kreeg loon over juli en augustus 2025 toegewezen, maar niet over de periode daarna omdat hij zich niet beschikbaar hield.
Daarnaast werd de werkgever veroordeeld tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, de transitievergoeding, het opgebouwde vakantiegeld en proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en bevat een dwangsom bij niet-naleving.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst met vaste arbeidsomvang is onregelmatig opgezegd, waardoor loon, transitievergoeding en schadevergoeding aan de werknemer worden toegewezen.