AirHelp vorderde compensatie van British Airways voor de annulering van vlucht BA429 van Amsterdam naar Londen op 28 november 2024, waarbij de passagier via cessie haar rechten had overgedragen aan AirHelp. De vervoerder stelde dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden en een capaciteitsreductie door de luchtverkeersleiding op Londen Heathrow.
De kantonrechter stelde vast dat de vervoerder voldoende bewijs had geleverd, waaronder vluchtgegevens met de code 'WEAN', METAR-rapporten en operationele logs, waaruit bleek dat de capaciteitsreductie het aantal toegestane landingen aanzienlijk had verminderd. De rechtbank oordeelde dat de vervoerder geen andere keuze had dan de vlucht te annuleren en dat dit een buitengewone omstandigheid vormde.
Verder concludeerde de rechtbank dat British Airways alle redelijke maatregelen had getroffen door de passagier om te boeken op de eerstvolgende alternatieve vlucht, waarmee zij binnen 24 uur haar eindbestemming bereikte. Het betoog van AirHelp dat eerdere vluchten mogelijk waren, werd niet onderbouwd en verworpen.
De vordering tot compensatie van €600, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten werd daarom afgewezen. AirHelp werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten, vermeerderd met wettelijke rente. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter S.N. Schipper op 25 maart 2026.