Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4262

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
11844756 \ CV EXPL 25-5411
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 2 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering compensatie geannuleerde vlucht wegens ontbreken bevestigde boeking

AirHelp Germany GmbH heeft namens een passagier compensatie gevorderd van British Airways Plc wegens annulering van vlucht BA423 van Amsterdam naar Londen op 28 november 2024. De passagier had echter geen bevestigde boeking op het moment van annulering, omdat zij haar vlucht zelf had geannuleerd voordat de vervoerder de vlucht annuleerde vanwege storm Conall.

De vervoerder stelde dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden en dat de passagier geen recht op compensatie had. AirHelp kon geen tegenbewijs leveren dat de passagier een geldige boeking had op het moment van annulering.

De kantonrechter oordeelde dat AirHelp geen beroep kon doen op Verordening (EG) nr. 261/2004 omdat de passagier geen bevestigde boeking had. De vordering werd daarom afgewezen. AirHelp werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten, inclusief salaris gemachtigde en nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.

Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter S.N. Schipper op 18 maart 2026 te Haarlem.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wordt afgewezen omdat de passagier geen bevestigde boeking had op het moment van annulering.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11844756 \ CV EXPL 25-5411
Uitspraakdatum: 18 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de buitenlandse vennootschap
British Airways Plc.
gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De passagier had echter geen bevestigde boeking voor de vlucht in kwestie, zodat AirHelp geen beroep kan doen op de Verordening. De vorderingen zijn niet toewijsbaar.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar op 28 november 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar London Heathrow Airport, Londen (verenigd Konikrijk), met vlucht BA423 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vlucht is geannuleerd.
2.3.
De passagier heeft haar vermeende vorderingsrecht middels cessie overgedragen aan AirHelp. AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- 15% van de hoofdsom aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van Pro de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de passagier haar vlucht zelf heeft geannuleerd. Daarna heeft de vervoerder de vlucht geannuleerd als gevolg van buitengewone omstandigheden, meer specifiek slechte weersomstandigheden in de vorm van storm “Conall”. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening).

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder voert aan dat de passagier haar vlucht heeft geannuleerd op 27 november 2024 om 10:25 uur (GTM). De vervoerder heeft de vlucht in kwestie zelf om 13:59 uur (GTM) geannuleerd. Ten tijde van de annulering van de vlucht had de passagier dus geen bevestigde boeking voor de vlucht. Ter onderbouwing legt de vervoerder de boekingsgegevens van de passagier over, waarin staat: “
Add RM IN CTC WITH [betrokkene] // DPD // PAX CALLED BECAUSE SHE WANTED TO SEE THE PRICES FOR CHANGING HER OUT 2”. De passagier heeft vervolgens een refund ontvangen, aldus de vervoerder.
4.3.
AirHelp heeft het voorgaande niet betwist, zodat is komen vast te staan dat de passagier ten tijde van de annulering van de vlucht geen bevestigde boeking had voor die vlucht. Dit heeft tot gevolg dat AirHelp geen beroep kan doen op de Verordening [1] . De vordering is daarom niet toewijsbaar.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 86,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 21,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Waarbij de kantonrechter verwijst naar artikel 3 lid 2 van Pro de Verordening.