Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4260

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
11704551 \ CV EXPL 25-3140
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieclaim wegens vluchtannulering door storm en NOTAM

AirHelp vorderde compensatie namens passagiers voor een geannuleerde vlucht van Amsterdam naar Londen op 28 november 2024. De vervoerder stelde dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk storm Conall en een daaraan gerelateerde NOTAM die een beperking van vluchten voorschreef.

De rechtbank stelde vast dat de vlucht inderdaad was geannuleerd en dat de vervoerder kon aantonen dat dit voortkwam uit de storm en de NOTAM. AirHelp betwistte de motivering waarom juist deze vlucht geannuleerd moest worden, maar dit verweer werd verworpen omdat de vervoerder voldoende factoren had toegelicht.

Vervolgens oordeelde de rechtbank dat de vervoerder alle redelijke maatregelen had getroffen, zoals het omboeken van passagiers naar alternatieve vluchten. AirHelp kon niet aantonen dat er een alternatief toestel of herroutering mogelijk was geweest.

Daarom werd de vordering afgewezen en AirHelp veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten, vermeerderd met wettelijke rente. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter S.N. Schipper op 25 maart 2026.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vluchtannulering wordt afgewezen omdat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden en de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11704551 \ CV EXPL 25-3140
Uitspraakdatum: 25 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de buitenlandse vennootschap
British Airways Plc.
gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden, meer specifiek storm “Conall” en de als gevolg daarvan afgegeven NOTAM, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Dit verweer slaagt. De vorderingen zijn niet toewijsbaar.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 28 november 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar London Heathrow Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk), met vlucht BA423 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vlucht is geannuleerd
2.3.
De passagiers hebben hun vermeende vorderingsrecht middels cessie overgedragen aan AirHelp. AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- 15% van de hoofdsom aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van Pro de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening).

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vaststaat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden.
4.3.
De vervoerder voert aan dat de vlucht onderdeel uitmaakte van de rotatie Londen-Amsterdam-Londen, met vluchten BA444 en BA423. Vlucht BA444 is geannuleerd als gevolg van slechte weersomstandigheden, meer specifiek storm “Conall” en de in dat kader afgegeven ‘
notice to airmen’ (hierna: NOTAM). In de NOTAM werd de vervoerder geïnstrueerd haar vliegschema te annuleren of waar mogelijk te beperken. De vervoerder moest haar vluchten tussen 27 november 2024 18:00 uur GTM en 28 november 2024 00:00 uur GRM met 25% beperken. Daarom is vlucht BA444 geannuleerd en stond er op 28 november 2024 geen toestel op de luchthaven van Schiphol om de vlucht in kwestie uit te voeren, zodat ook die vlucht is geannuleerd. Ter onderbouwing heeft de vervoerder de NOTAM overgelegd, waarin staat: “
OPR ARE REQ TO LIMIT OR CNL FLGTS BY 25 PCT BETWEEN 271800 AND 280000”. Uit de overgelegde vluchtgegevens van de vlucht volgt dat de vlucht is geannuleerd vanwege “
CAN WEAN”, wat volgens de vervoerder staat voor ‘annuleringscode weer’.
4.4.
Hoewel AirHelp niet betwist dat de vervoerder 25% van haar vluchten moest annuleren, betoogt AirHelp dat de vervoerder niet heeft onderbouwd waarom juist vlucht BA444 en – als gevolg daarvan – de vlucht in kwestie moesten worden geannuleerd. Dit betoog slaagt niet. De vervoerder heeft gemotiveerd uiteengezet welke factoren hij in zijn overweging heeft meegenomen om vlucht BA444 en dus ook de vlucht in kwestie te annuleren, waaronder het aantal vertrekkende vluchten, de afstanden van de uit te voeren vluchten en het type route; een route die meermaals per dag wordt uitgevoerd of niet.
4.5.
De kantonrechter concludeert dat de vlucht is geannuleerd als gevolg van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden. De volgende vraag die voorligt is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de annulering te voorkomen.
4.6.
De vervoerder voert aan dat hij de passagiers heeft omgeboekt naar de eerstvolgende alternatieve vlucht met plaats. AirHelp betwist dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen en stelt dat de vervoerder onvoldoende heeft onderbouwd waarom geen alternatief toestel of herroutering mogelijk was. Evenmin heeft de vervoerder volgens AirHelp aangetoond waarom de alternatieve vlucht niet in de plaats van de vlucht in kwestie kon treden, zodat die vlucht eerder had kunnen vertrekken. De vervoerder heeft het voorgaande gemotiveerd weersproken. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de vervoerder in dit geval alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de annulering te voorkomen. De vordering is niet toewijsbaar.
4.7.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 174,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 43,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter