Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4259

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
11667741 \ CV EXPL 25-2628
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieclaim wegens annulering vlucht door buitengewone weersomstandigheden en capaciteitsreductie

AirHelp vorderde compensatie van British Airways voor de annulering van vlucht BA429 van Amsterdam naar Londen op 28 november 2024, gebaseerd op Verordening (EG) nr. 261/2004. British Airways stelde dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden en een capaciteitsreductie door de luchtverkeersleiding op Londen Heathrow.

De rechtbank stelde vast dat de vervoerder voldoende bewijs had geleverd, waaronder vluchtgegevens met de code 'WEAN', METAR-rapporten en operationele logs, waaruit bleek dat de capaciteitsreductie leidde tot minder toegestane landingen dan normaal. De rechtbank oordeelde dat het niet aan haar was om de juistheid van de luchtverkeersleidingbeslissing te toetsen, maar dat British Airways aannemelijk had gemaakt dat annulering onvermijdelijk was.

Verder concludeerde de rechtbank dat British Airways alle redelijke maatregelen had genomen door de passagier om te boeken op de eerstvolgende alternatieve vlucht. AirHelp had onvoldoende onderbouwd dat eerdere omboekingen mogelijk waren. Daarom werd de vordering afgewezen en AirHelp veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens annulering vlucht wordt afgewezen vanwege buitengewone omstandigheden en voldoende getroffen maatregelen door de vervoerder.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11667741 \ CV EXPL 25-2628
Uitspraakdatum: 25 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de buitenlandse vennootschap
British Airways Plc.
gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, meer specifiek slechte weersomstandigheden en een capaciteitsreductie als gevolg daarvan, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen hadden kunnen worden. Dit verweer slaagt. De vordering is niet toewijsbaar.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar op 28 november 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar London Heathrow Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk), met vlucht: BA429 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vlucht is geannuleerd.
2.3.
De passagier heeft haar vermeende vorderingsrecht middels cessie overgedragen aan AirHelp. AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- 15% van de hoofdsom aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van Pro de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering gevolg was van buitengewone omstandigheden, meer specifiek slechte weersomstandigheden en een capaciteitsreductie als gevolg daarvan. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening).

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vaststaat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden. In de punten 14 en 15 van de considerans van de Verordening staat dat dergelijke omstandigheden zich onder meer kunnen voordoen in geval van onverwachte vliegveiligheidsproblemen, weersomstandigheden die de uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen en wanneer een besluit van de luchtverkeersleiding voor een specifiek toestel op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt.
4.3.
De vervoerder voert aan dat de vlucht is geannuleerd als gevolg van slechte weersomstandigheden op en rond de luchthaven van Londen en de als gevolg daarvan door de luchtverkeersleiding ingestelde capaciteitsreductie. Met deze capaciteitsreductie werd bewerkstelligd dat minder vluchten mochten landen op de luchthaven van Londen, aldus de vervoerder. In de door de vervoerder overgelegde vluchtgegevens staat als reden voor de annulering de code “WEAN” genoteerd, wat volgens de vervoerder staat voor ‘weer’. Ook heeft de vervoerder het METAR-rapport van 28 november 2024 en de “Extracts from Combined Operations Logs” overgelegd. Daaruit volgt dat ten tijde van de geplande aankomst van de vlucht te Londen een ‘flow rate’ van 33 dan wel 29 vluchten per uur gold. Normaliter landen er op de luchthaven van Londen tussen de 45 en 48 vluchten per uur, aldus de vervoerder. De luchthaven van Londen is de thuisbasis van de vervoerder, waardoor besluiten van de luchtverkeersleiding tot een capaciteitsreductie de vervoerder geen andere keus laat dan overgaan tot het annuleren van vluchten.
4.4.
De kantonrechter overweegt als volgt. In het geval van een capaciteitsreductie is het niet aan de kantonrechter om aan de hand van de overgelegde weergegevens te beoordelen of de luchtverkeersleiding de juiste beslissing heeft genomen door de capaciteit van de luchthaven naar beneden bij te stellen. Een capaciteitsreductie kan een buitengewone omstandigheid vormen indien de luchtvaartmaatschappij aantoont dat zij, gelet op de duur en mate van de restricties geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder met de door hem overgelegde stukken en toelichting daarop in is geslaagd. De vervoerder heeft voldoende toegelicht dan wel aangetoond in welke mate de luchtverkeersleiding vanwege de voorspelde weersomstandigheden de capaciteit van de luchthaven heeft aangepast. Tevens is voldoende duidelijk geworden in welke mate de capaciteitsreductie invloed heeft gehad op het aantal uit te voeren vluchten, en is – in tegenstelling tot het betoog van AirHelp – voldoende toegelicht welke afwegingen de vervoerder heeft gemaakt bij het annuleren van de onderhavige vlucht.
4.5.
In het onderhavige geval is de annulering van de vlucht het gevolg van een buitengewone omstandigheid. De volgende vraag die voorligt is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de annulering van de vlucht te voorkomen.
4.6.
De vervoerder voert aan dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen door de passagier op de eerstvolgende alternatieve vlucht om te boeken. AirHelp heeft hier enkel tegen ingebracht dat de passagier ook op eerdere vluchten had kunnen worden omgeboekt waarmee zij eerder op de eindbestemming zou zijn aangekomen. Dit betoog is door AirHelp op geen enkele wijze onderbouwd, zodat de kantonrechter hieraan voorbij gaat. De kantonrechter concludeert dat de vervoerder in dit geval alle redelijke maatregelen heeft getroffen. De vordering is niet toewijsbaar.
4.7.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 288,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter