AirHelp vorderde compensatie namens passagiers voor een geannuleerde vlucht van Amsterdam naar Londen op 28 november 2024. De vervoerder stelde dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden en een capaciteitsreductie door de luchtverkeersleiding op Londen Heathrow.
De rechtbank stelde vast dat de vervoerder voldoende bewijs had geleverd, waaronder vluchtgegevens met de code 'WEAN', METAR-rapporten en operationele logs, waaruit bleek dat de capaciteitsreductie leidde tot minder toegestane landingen dan normaal. De rechtbank oordeelde dat het niet aan haar was om de juistheid van de luchtverkeersleidingbeslissing te toetsen, maar dat de vervoerder aannemelijk had gemaakt dat annulering onvermijdelijk was.
Verder concludeerde de rechtbank dat de vervoerder alle redelijke maatregelen had genomen door passagiers om te boeken op de eerstvolgende alternatieve vlucht. Het betoog van AirHelp dat eerdere vluchten mogelijk waren, werd niet onderbouwd. Daarom werd de vordering afgewezen en AirHelp veroordeeld tot betaling van de proceskosten.