Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
2.Het verzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
geboren op [geboortedatum] 1992 te [plaats 1],
wonende te [adres 1], [postcode] [plaats 2];,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de schuldsaneringsregeling (wsnp) en verzocht om een eerdere ingangsdatum van de regeling. De rechtbank beoordeelde het verzoek en concludeerde dat verzoeker voldeed aan de wettelijke eisen, waaronder artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet, en dat er geen gronden waren voor afwijzing.
Verzoeker had op 30 mei 2024 een schuldregelingsovereenkomst ondertekend en op 2 januari 2025 een minnelijk voorstel gedaan. Tijdens het minnelijk traject lag er beslag op zijn inkomen, waardoor hij niet volledig kon aflossen aan schuldeisers. De rechtbank stelde vast dat de aflossingen aan de beslaglegger als aflossing konden gelden, mits na ondertekening van de overeenkomst.
Uit betaalspecificaties bleek dat verzoeker niet altijd zijn volledige afloscapaciteit heeft benut en dat hij niet heeft gesolliciteerd of gewerkt, ondanks het ontvangen van een Wajonguitkering. De rechtbank oordeelde dat dit niet automatisch vrijstelling van sollicitatieplicht betekent en dat medische stukken ter onderbouwing ontbraken.
De rechtbank concludeerde dat verzoeker zich niet maximaal heeft ingespannen, maar compenseerde dit door de aanvangsdatum van de wsnp drie maanden eerder te stellen dan de datum van toelating, namelijk 28 januari 2026. De regeling duurt 18 maanden en eindigt op 28 juli 2027. Tevens werden een rechter-commissaris en bewindvoerder benoemd, en werden de gelegde beslagen opgeheven.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe met een aanvangsdatum van 28 januari 2026 en een looptijd van 18 maanden.