Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4243

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
11897799 \ CV EXPL 25-2892
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toetsing transparantie prijsbeding en vernietiging oneerlijk incassokostenbeding in algemene voorwaarden

In deze civiele zaak tussen HSK Groep B.V. en de gedaagde partij heeft de kantonrechter ambtshalve de transparantie van het prijsbeding en de eerlijkheid van het incassokostenbeding in de algemene voorwaarden getoetst. De eisende partij stelde dat het prijsbeding duidelijk was omdat het vaste tarief van € 65,00 vooraf was gecommuniceerd via de website en e-mailhandtekeningen.

De kantonrechter oordeelde dat het prijsbeding transparant was en daarom niet op oneerlijkheid hoefde te worden getoetst. Echter, het incassokostenbeding in artikel 19.4 van de algemene voorwaarden was niet begrensd en kon leiden tot buitengerechtelijke kosten die hoger waren dan de wettelijke staffel. Ondanks dat de eisende partij stelde dat de kosten conform de wettelijke staffel waren berekend, werd het beding vernietigd omdat het niet relevant is of en hoe het beding in de praktijk wordt toegepast, maar hoe het zou kunnen worden toegepast.

De kantonrechter wees de vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten af, maar kende de hoofdsom en rente toe. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente en proceskosten, terwijl de kosten van de akte voor rekening van de eisende partij blijven. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026.

Uitkomst: Hoofdsom en rente toegewezen, incassokostenbeding vernietigd en buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 11897799 \ CV EXPL 25-2892
Uitspraakdatum: 2 april 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
HSK Groep B.V.
te Arnhem
de eisende partij
gemachtigde: Armaere B.V.
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 27 november 2025 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de transparantie van het prijsbeding en de (on)eerlijkheid van het incassokostenbeding in de toepasselijke algemene voorwaarden. Daartoe heeft de eisende partij op 22 januari 2026 een akte (hierna: de akte) genomen.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De eisende partij stelt bij akte dat uit artikel 16.4 van de algemene voorwaarden volgt dat er kosten in rekening worden gebracht bij het niet tijdig annuleren van de gemaakte afspraken of het niet verschijnen op de afspraak. Het daarvoor gerekende tarief van € 65,00 staat vermeld op de website van de eisende partij en in iedere e-mailhandtekening van haar medewerkers.
2.2.
De kantonrechter oordeelt dat de eisende partij vóór het sluiten van de overeenkomst de vaste prijs voor het niet tijdig annuleren of niet verschijnen op de gemaakte afspraak aan de gedaagde partij verstrekt. Daarmee is sprake van een transparant prijsbeding, zodat dit niet ambtshalve door de kantonrechter wordt getoetst op oneerlijkheid.
De algemene voorwaarden
2.3.
De eisende partij stelt bij akte dat zij het standpunt van de kantonrechter begrijpt dat artikel 19.4 van haar algemene voorwaarden niet in omvang is begrensd en daarmee de vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten mogelijk hoger uitvalt dan de vergoeding conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Echter, gaat de eisende partij ervan uit dat de overige onderdelen van deze bepaling van de algemene voorwaarden niet ter discussie staan. De eisende partij stelt zich op het standpunt dat de wettelijke grondslag niet hoeft te worden herhaald in haar algemene voorwaarden, het gaat immers om bepalingen van dwingend recht als gevolg waarvan deze rechtsregels onverkort van toepassing zijn. Daarnaast zijn de buitengerechtelijke kosten welke worden gevorderd berekend conform de staffel zoals opgenomen in het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten en verhoogd met de voor haar niet verrekenbare btw.
2.4.
Dat de eisende partij, zoals zij stelt, nooit uitvoering heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 19.4 van de algemene voorwaarden, maakt niet dat de vordering tot betaling van rente en buitengerechtelijke incassokosten kan worden toegewezen. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is namelijk voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van algemene voorwaarden niet relevant. Het beding moet immers worden beoordeeld uitgaande van het moment waarop de overeenkomst is aangegaan en beslissend is daarom niet of en hoe de handelaar het beding heeft toegepast, maar hoe het zou kunnen worden toegepast.
2.5.
Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter artikel 19.4 van de algemene voorwaarden voor zover deze betrekking hebben op buitengerechtelijke kosten. De eisende partij kan niet terugvallen op wettelijke bepalingen inzake buitengerechtelijke incassokosten. Deze zullen worden afgewezen.
Wat is toewijsbaar?
2.6.
De gevorderde hoofdsom en rente worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden gelet op het voorgaande afgewezen.
Conclusie en proceskosten
2.7.
De vordering wordt grotendeels toegewezen.
2.8.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 338,13, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 325,00 vanaf 9 september 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 146,14;
griffierecht € 135,00;
salaris gemachtigde € 87,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter