Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4231

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
K/4101/11730990
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling wegens niet bewezen samenwerking bouwactiviteiten

Eiser vordert betaling van gedaagde voor kosten gemaakt in het kader van een vermeend samenwerkingsverband in de bouw, waaronder aankoop van een auto en gereedschap. Gedaagde betwist dat er afspraken zijn gemaakt over samenwerking of betaling.

Eiser verschijnt niet op de mondelinge behandeling, waardoor zijn stellingen niet worden toegelicht en het verweer van gedaagde niet wordt weerlegd. De kantonrechter acht de stukken van eiser onvoldoende om afspraken aan te tonen en neemt het verweer van gedaagde aan.

De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wat betreft de proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De vordering van eiser tot betaling wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs van afspraken.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11730990 \ CV EXPL 25-2094
Vonnis van 22 april 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: De Beveiligingsjurist,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 3 september 2025
- de mondelinge behandeling van 30 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
[eiser] , vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] , tot betaling van € 17.281,23, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 12.928,50 en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
2.2.
[gedaagde] , voert verweer. [gedaagde] vindt dat de vorderingen van [eiser] moeten worden afgewezen en dat [eiser] in de kosten van deze procedure moet worden veroordeeld.
2.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
De kantonrechter had naar aanleiding van de dagvaarding van [eiser] en het door [gedaagde] gevoerde verweer behoefte aan nadere informatie. Daarom is een mondelinge behandeling bepaald. [eiser] is behoorlijk opgeroepen voor deze mondelinge behandeling. Hij is echter zonder bericht van verhindering niet verschenen. [eiser] heeft de gewenste informatie niet verstrekt en geen vragen kunnen beantwoorden. [eiser] heeft daarmee ook de nadere toelichting door [gedaagde] onweersproken gelaten en het verweer van [gedaagde] niet weerlegd. Aan het niet verschijnen van [eiser] op de zitting verbindt de kantonrechter het gevolg dat de nadere toelichting door [gedaagde] voor juist wordt gehouden. Dat leidt tot de volgende beoordeling.
3.2.
De kantonrechter begrijpt uit de dagvaarding dat [eiser] aan zijn vordering ten grondslag legt dat [eiser] met [gedaagde] een samenwerkingsverband is aangegaan betreffende werkzaamheden in de bouw. Er is een auto en gereedschap gekocht en er zijn andere kosten gemaakt. Omdat, volgens [eiser] , de samenwerking door toedoen van [gedaagde] is geëindigd, moet [gedaagde] (een belangrijk deel van) de gemaakte kosten aan hem betalen. Dat gaat om in totaal € 12.928,50. Daarbij komen de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente. Volgens [eiser] blijken de gemaakte afspraken uit twee verslagen, een van een bespreking op 5 november 2023 en een weergave van afspraken en voorvallen. Die stukken zijn als productie 1. en 2. zijn ingezonden.
3.3.
[gedaagde] betwist dat er afspraken zijn gemaakt zoals [eiser] die nu stelt en waar [eiser] zijn vordering op baseert. [gedaagde] heeft toegelicht dat er een gesprek is geweest over samenwerking. Dat was tijdens een familiefeestje op 19 augustus 2023. Afspraken over die samenwerking zijn niet gemaakt, er zijn geen klanten geworven en er zijn gezamenlijk geen werkzaamheden uitgevoerd. [eiser] heeft wel gereedschap gekocht, maar dat was zonder de instemming van [gedaagde] , die al het nodige gereedschap heeft. Ook voor de aankoop van een auto, die [eiser] kennelijk in privé heeft behouden, was door [gedaagde] geen toestemming gegeven. [gedaagde] betwist dat de in de door [eiser] ingezonden stukken afspraken staan waar hij mee heeft ingestemd en die er op neer komen dat hij nu al deze kosten zou moeten dragen. Die stukken zijn door [eiser] of zijn partner [naam] geschreven. [gedaagde] is ook nog ingegaan op een aantal van de facturen waar [eiser] betaling van vordert.
3.4.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de door [eiser] ingezonden stukken niet blijkt dat tussen [eiser] en [gedaagde] afspraken zijn gemaakt over de samenwerking of de gevolgen van een beëindiging daarvan. Ook kan uit de stukken niet blijken dat wat daarin is benoemd een weergave is van eerder mondeling gemaakte afspraken waar [gedaagde] mee zou hebben ingestemd. Dat is door [gedaagde] gemotiveerd betwist. Van afspraken op grond waarvan [gedaagde] aan [eiser] enige vergoeding zou moeten betalen is dus niet gebleken. Dat betekent dat de vorderingen van [eiser] onvoldoende onderbouwd zijn en daarom worden afgewezen.
3.5.
[eiser] , is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen.
De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 50,00 verletkosten voor het verschijnen ter zitting.
4. De beslissing
De kantonrechter
4.1.
wijst de vorderingen van [eiser] , af,
4.2.
veroordeelt [eiser] , in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] , niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.D.M. Hazeu en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.
CK