Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4230

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
C/15/376998
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.3 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking kinderrechter over spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige

De gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering verzocht op 17 april 2026 om een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige, die reeds in een gesloten accommodatie verbleef. De machtiging was noodzakelijk omdat de huidige machtiging afliep op 20 april 2026 en er nog geen geschikte open plek beschikbaar was voor de overplaatsing, gepland op 1 mei 2026.

De kinderrechter constateerde ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige ernstig belemmeren. Terugkeer naar de moeder was geen optie vanwege spanningen. De gesloten plaatsing bood stabiliteit en veiligheid, en een tussentijdse crisisplek werd als te risicovol beoordeeld.

De gedragswetenschapper gaf een instemmingsverklaring zonder persoonlijk contact met de minderjarige, wat de kinderrechter gelet op de korte duur van de machtiging aanvaardde. De moeder en minderjarige stemden in met de toewijzing. De kinderrechter machtigde de GI om de minderjarige uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie tot 1 mei 2026 en stelde de verdere behandeling van het verzoek aan.

De zitting voor verdere besluitvorming werd gepland op 1 mei 2026. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp aan de minderjarige van 17 april tot 1 mei 2026.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/376998 / JU RK 26-605
Datum uitspraak: 17 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclasseringte Velserbroek,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] ,
hierna te noemen [de minderjarige] ,
advocaat mr. D.J. Klock uit Haarlem.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
  • de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 17 april 2026;
  • de mondelinge toelichting van de GI op het verzoek van 17 april 2026;
  • de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper, ontvangen op
17 april 2026.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft in een gesloten accommodatie van [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] in [plaats] .
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 6 juni 2025 [de minderjarige] voorlopig onder
toezicht gesteld tot 6 september 2025. [de minderjarige] is vervolgens bij beschikking
van 29 augustus 2025 onder toezicht gesteld tot 29 augustus 2026.
2.4.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 6 juni 2025 een spoedmachtiging
verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een
jeugdhulpaanbieder, die bij beschikking van 18 juni 2025 is gehandhaafd en verlengd tot 6
september 2025.
2.5.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 23 oktober 2025 een spoedmachtiging
verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie
voor jeugdhulp, die is gehandhaafd en laatstelijk is verlengd tot 20 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
3.2.
De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van één maand.

4.De beoordeling

4.1.
Op basis van de verkregen informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
4.2.
De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt.
Voordat [de minderjarige] gesloten werd geplaatst waren er al lange tijd zorgen over haar. Zij liep regelmatig weg waarbij het niet duidelijk was waar en met wie ze was. Er waren signalen dat ze in situaties terecht kwam die voor een jong meisje onveilig en ongezond zijn. [de minderjarige] verblijft nu al enige tijd op een gesloten plek van [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] , waar zij zich veilig en vertrouwd voelt en waar zij grote positieve stappen heeft gezet.
De GI is daarom voornemens haar op korte termijn over te plaatsen naar een open plek. Er is alleen nog geen geschikte plek gevonden. Het verzoek hiervoor staat gepland op de zitting van 1 mei 2026. Het is de verwachting dat rond die periode een passende plek beschikbaar zal zijn.
De machtiging voor de gesloten plek waar [de minderjarige] nu verblijft loopt echter af op 20 april 2026. Dit betekent dat er voor de periode 20 april 2026 tot 1 mei 2026 nog niet geregeld is waar [de minderjarige] kan verblijven. Terug naar de moeder is geen optie omdat dit veel spanningen teweeg zal brengen, zowel bij de moeder als bij [de minderjarige] .
Hoewel de geslotenheid op dit moment niet meer noodzakelijk lijkt, is het wel noodzakelijk dat zij vanuit haar huidige veilige en vertrouwde plek bij [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] overgaat naar een open passende plek. Een tussentijdse overplaatsing naar een crisisplek zou teveel risico’s met zich meebrengen.
De kinderrechter ziet hierin en in de aflopende termijn van de machtiging gesloten jeugdhulp de noodzaak en spoed voor een korte machtiging voor gesloten jeugdhulp. Op deze wijze krijgt [de minderjarige] tot en met 1 mei 2026 de noodzakelijke stabiliteit en veiligheid in afwachting van een passende vervolgplek.
4.3.
De gedragswetenschapper heeft een instemmingsverklaring afgegeven zonder met [de minderjarige] te hebben gesproken. Gelet op het doel en de duur van deze spoedmachtiging, gaat de kinderrechter akkoord met deze instemmingsverklaring. Indien het aangehouden deel van het verzoek op 1 mei 2026 wordt gehandhaafd, is het noodzakelijk dat een verklaring van een gedragswetenschapper wordt overgelegd die [de minderjarige] in persoon heeft onderzocht. Bij het voorgaande heeft de kinderrechter mee laten wegen dat de moeder en [de minderjarige] akkoord gaan met toewijzing van het verzoek voor een korte periode.
4.4.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot en met
1 mei 2026.
4.5.
De GI, [de minderjarige] , haar advocaat en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een spoedmachtiging om
[de minderjarige]uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 17 april 2026 tot 1 mei 2026;
5.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
5.3.
roept de GI en de moeder op voor de zitting van mr. G.D. de Jong op
[datum]in het gerechtsgebouw van deze rechtbank Noord-Holland aan Simon de Vrieshof 1 in Haarlem;
5.4.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
5.5.
vraagt de griffier [de minderjarige] en haar advocaat op te roepen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026 door mr. J. van Beek, kinderrechter, in aanwezigheid van L. de Greef als griffier, en op schrift gesteld op
20 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).